Johannes Melchior Saarloos (1902 - 1972)
(7-8-1902 Haarlem - Katwijk, 12-5-1972) Medewerker Studiedienst Benedenrivieren onder leiding van Johan van Veen (bij zijn huwelijk in 1931 was hij buitengewoon opzichter bij Rijkswaterstaat) Hij was medewerker bij de Studiedienst Benedenrivieren onder leiding van Johan van Veen (vanaf 1931 was hij buitengewoon opzichter bij Rijkswaterstaat). Hij schreef o.a.:
Pier Santema (1924 - 1992)
(Leeuwarden 14 juli 1924 - Den Haag 3 mei 1992), ingenieur. Studeerde in 1943 af aan de MTS in Leeuwarden en in 1950 als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte van 1945 tot 1973 bij RWS. In het begin bij de Studienst en schreef daar veel rapporten over zoutinidringing, de laatste jaren als hoofdingenieur voor bijzondere diensten bij de Deltadienst. Was van 1973-1984 directeur van het RID in Den Haag en van 1984-1989 directeur van het RIVM in Bilthoven.. Hij schreef:
Taeke van der Schaaf (1941 - 2009)
(roepnaam: Theo; Haulerwijk 6 sep. 1941 - Renesse 1 april 2009), ingenieur. Studeerde in 1968 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sindsdien bij RWS, aanvankelijk in de Directie Bruggen te Voorburg, van 1976-1983 bij de Deltadienst tijdens de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde. Daarna was hij betrokken bij de aanleg van de walradarketen tussen Vlissingen en Antwerpen. Van zijn publicaties in de periode van 1971-1980 noemen we: D en Verkeersbruggen in de Kreekrakdam (1973).
Hij schreef:
Everhard Menno Hartwich Schaank (1893 - 1975)
(Bengkajang NOI 24 sep. 1893 - Velp 8 juli 1975), ingenieur. Hij werkte, na in 1918 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij RWS in de Directie Bovenrivieren te Arnhem, van 1940 tot 1958 als HID, opgevolgd door K. van Til. Hij schreef o.m.
Johannes Cornelis Scharp (1879 - 1950)
(roepnaam: Jan; Batavia 5 sep. 1879 - Deventer 3 aug. 1950), ingenieur. Hij was, na in 1900 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS achtereenvolgens te Haarlem, Groningen en Dordrecht. Hij werd in 1919 belast met de leiding van de werken aan het Wilhelminakanaal en was van 1923 tot 1930 werkzaam te Alkmaar. Hij was sinds 1933 hoofdingenieur van de Algemene Dienst van RWS en van 1935 tot 1937 van de Directie Overijssel. Schreef o.m:
Arie Schermer (1904 - 1985)
(Schoorl 29 apr. 1904 - Schoorl 10 juli 1985), waterbouwkundige. Was het grootste deel van zijn werkzame leven in dienst van RWS in de Directie Noord-Holland, de laatste jaren als hoofd van de Dienstkring Alkmaar. Was daarnaast zeer actief als amateur-archeoloog en als pleitbezorger voor het behoud van het historisch erfgoed in West-Friesland. Schreef in de periode van 1954-1986 daarover diverse artikelen waaronder: Bewoningssporen in het onderstoven Schoorlse kustgebied (3 afl.; 1957-1964) en Mens en bodem achter Hondsbossche en duinen (1985)
Johannes Gerhard Schilthuis (1892 - 1944)
| (Groningen 24 juli 1892 - Groningen 11 nov. 1944), ingenieur. Was, na zijn studie aan de TH in Delft, sinds 1919 werkzaam bij de Dienst der ZZW. Schreef daar De Noordoostelijke polder der Zuiderzeewerken (met V.J.P. de Blocq van Kuffeler en J.Th.Thijsse; 1939). Volgde in 1939 J.Kooper op als hoofdingenieur van de PWS van Groningen. Overleed aan de voor hem ondraaglijke spanningen van de oorlog. Postuum verscheen van hem De landaanwinning in den Dollard (1946). |
(Den Helder 26 okt. 1859 - Breda 19 okt. 1953), waterbouwkundige. Werkte o.m. als technisch ambtenaar bij RWS in Noord-Holland. Schreef: De dijkbreuken (1919), beschouwingen over dijkbreuken langs de Noord-Hollandse kust van de Zuiderzee na de stormvloedsramp van 1916
Johannis Pieter Schreiner (1917 - 2006)
(roepnaam: Jan; Den Haag 3 mrt. 1917 – Purmerend 29 nov. 2006), hengelsportschrijver, ondernemer. Schreef in de periode van 1943 tot 1994 vele artikelen en tientallen boeken over de hengelsport, vissoorten en visserijtechniek. We noemen: Encyclopedie van de sportvisserij (1960) en Zoetwatervissengids met alle in ons land en overig Europa voorkomende zoetwatervissen (1968).
Nicolaas Engelhard Servatius (1894 - 1979)
(Kloosterveen gem. Smilde 31 dec. 1894 - Amsterdam 11 okt. 1979; begr. te Smilde), ingenieur. Hij studeerde in 1922 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en werkte bij de Nederlandse Bank in Amsterdam, laatstelijk als hoofd van de technische adviesdienst. Daarnaast was hij vele jaren consul voor het watertoerisme bij de ANWB. Hij schreef onder meer: Oeverrecreatie : nota uitgebracht door de "Beraadsgroep Oeverrecreatie" en Beschrijving van een aantal bedreigde en afgesloten kanalen (1976).
((Meppel 18 feb. 1918 - Zwolle 22 okt. 1980; begr. Lelystad), ingenieur, agrohydroloog. Hij studeerde in 1948 af als landbouwkundig ingenieur aan de LHS te Wageningen en was als landbouw-wetenschappelijk medewerker in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) te Kampen, sinds 1963 bij de RIJP te Zwolle. Bij de inrichting van de Flevopolders was hij degene die aanstuurde op de noodzaak van randmeren. Van zijn publicaties uit de periode van 1949-1983 noemen we: Over de landbouwkundige betekenis en de kartering van de kwel in de Noordoostpolder (met W.H. van der Molen; 1955) en Land in wording; het nieuwe hart van Nederland (met K.A. Bazlen en Sj. Groenman; 1964).
Jan Cor Slagter (1931 - 1999)
(Oostwoud 7 jan. 1931 - Zeist 31 mei 1999), ingenieur. Werkte, na in 1958 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1961 bij WL. Daarna tot 1982 bij de Dir. Sluizen en Stuwen in Utrecht, sinds 1976 als HID en opvolger van P. Blokland. Was van 1982 tot 1992 in dienst van de Hoofddirectie van de Waterstaat als plaatsvervangend DG van de Waterstaat. Schreef onder meer:
Stormvloedkering Oosterschelde : ontwerp hefschip, cutteraparatuur en kuipen werkgoep "Hefschip" (1976)
Hendrik Smits (1918 - 2006)
(roepnaam: Henk; Strijen 15 juni 1918 - Ruffec, Frankrijk 23 juli 2006), landbouwkundig ingenieur, bodemkundige. Werkte, na in 1942 te zijn afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, tot zijn pensionering bij de RIJP, laatstelijk als wetenschappelijk hoofdambtenaar. Schreef onder meer: De inpolderingen in de voormalige Zuiderzee (met A.J. Venstra; 1959) en Zeespiegelbeweging en bodemdaling (met S. Jelgersma en P.J. Wemelsfelder; 1965).
Frederik Jacob Sprenger (1876 - 1939)
(zoon van J.J.I. Sprenger; Pernis 26 juni 1923 - Den Bosch 21 jan. 2004), ingenieur. Werkte, na in 1952 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur, vele jaren bij RWS in de Directie Zeeland, laatstelijk als hoofd van het arrondissement Goes. Van 1973 tot 1985 was hij HID in de Directie Noord-Brabant. Van zijn publicaties noemen we:
Jan Frederik Springer (1912 - 1994)
(Amsterdam 23 dec. 1912 – Voorburg 21 feb. 1994), ingenieur. Was, na in 1937 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft, tot 1951 werkzaam als hoofdingenieur van het Waterschap Walcheren. Van 1944 tot 1947 had hij, bij de Dienst Droogmaking Walcheren, de leiding over het sluitingswerk bij fort Rammekens. Van 1951 tot 1967 was hij als hoofdingenieur in dienst van Rijkswaterstaat in de Directie Wegen te Utrecht en tot zijn pensionering was hij hoofdingenieur voor bijzondere diensten bij de Algemene Dienst van Rijkswaterstaat in Den Haag. Van zijn publicaties noemen we: De overstroming van het eiland Walcheren (1945).
Hubertus Nicolaas Antonius Lucretius Slotemaker (1816 - 1883)
(roepnaam: Huibert, Molenaarsgraaf 11 aug. 1816 – Eefde 20 nov. 1883), ingenieur. Was vanuit zijn geboorteplaats werkzaam als civiel ingenieur en schreef onder meer: Voorstel tot verbetering van het voorgemaal in den Elshout door middel van een stoomwaterwerk voor de Alblasserwaard (1852).
Eize Stamhuis (1921 - 1998)(Loppersum 28 nov. 1921 - Bennekom 21 nov. 1998), ingenieur, hoogleraar. Studeerde in 1955 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en was daarna werkzaam bij de Deltadienst van RWS, laatstelijk als hoofd van de afdeling Kunstwerken, planning en kostprijsberekening. Van 1973 tot zijn pensionering was hij hoogleraar waterbouwkunde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Zijn meest bekende publicatie is: Afsluitingstechnieken in de Nederlandse delta; een overzicht van de ontwikkeling van deze techniek (1997). |
Johan Heinrich Steggewentz (1896- 1945)
(Amsterdam 9 juni 1896 - Den Haag 18 mei 1945), was mijnbouwkundig ingenieur. Hij werkte, na zijn studie mijnbouwkunde aan de TH in Delft, tot 1926 in NOI en was sindsdien werkzaam bij het RID (Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening) in Voorburg. In het jaarverslag van deze dienst heeft hij regelmatig inhoudelijke artikelen gepubliceerd. In 1930 presenteerde hij: Grafische methoden voor geo-hydrologische onderzoekingen (Versl. geol. sect. geol. mijnbouwk. gen., 3, 249—255) en promoveerde in 1933 in Delft op De invloed van de getijbeweging van zeeën en getijrivieren op de stijghoogte van grondwater. Dit proefschrift was deel gebaserd op zijn werk bij het RID: Bijdrage tot de kennis van den invloed van de getijbeweging op de stijghoogte van het grondwater uit 1929. In 1935 publiceerde hij Wateronttrekking aan phreatisch grondwater door middel van een volkomen put (deel2) In 1938 publiceerde hij De strooming van homogene vloeistoffen den grond. Hij is in 1945 tijdens de hongerwinter overleden.
Pieter Stelling (1902 - 1991)
(Midwoud 1 juli 1902 - Paterswolde 18 juli 1991), ingenieur. Studeerde in 1925 af aan de TH in Delft en werkte van 1927 tot 1946 bij RWS in Den Haag, Terneuzen en Dordrecht. Was van 1946 tot 1967 werkzaam als HID van PWS in Groningen. Schreef onder meer: (met J. van der Veen; 1956) en Nota betreffende de Sliedrechtse doorsteek en de Merwede (1944). In "De Ingenieur" publiceerde hij: De Zevenaarhaven te Terneuzen (1938)
Frerderik Stokhuyzen (1890 - 1976)
(Oudshoorn 16 okt. 1890 - Oegstgeest 28 juni 1976), elektrotechnisch ingenieur. Werkte, na in 1913 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enige jaren als elektrotechnisch ingenieur in de industrie. Daarna was hij adjunct-directeur van de Stedelijke Fabrieken van Gas en Elektriciteit te Leiden en directeur van de Elektriciteitsmaatschappij Lugdunum. Als deskundige op het gebied van molens was hij lid, en van 1953 tot 1969 voorzitter, van de vereniging De Hollandsche Molen te Amsterdam. Hij schreef verschillende artikelen en boeken w.o. Molens (1961), waarin ook de watermolen behandeld wordt en een beknopte autobiografie is opgenomen.
Johannes Adriaan Storm van Leeuwen (1912 - 2009)
(roepnaam: Jan; Jogjakarta 28 mei 1912 – Utrecht 12 mei 2009), ingenieur. Studeerde in 1937 af als ingenieur in de koloniale landbouw aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Werkte van 1938 tot 1951 in Nederlands-Indië, vervolgens als hoofd van de Inspectie Utrecht van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) en tot zijn pensionering bij de Cultuurtechnische Dienst in Utrecht. Schreef in de periode van 1970-2002 over de waterstaatkundige ontwikkeling ten westen van de stad Utrecht onder meer: Van Oude Rijn tot Leidse Rijn; de afwatering van de gronden in en rondom Vleuten-De Meern in de loop der tijden (1985). Ook schreef hij Callantsoog (1950).
Lambertus Marius Joannes Ursinus van Straaten (1920-2004)
(roepnaam: Bert; Rotterdam 2 apr. 1920 - Groningen 8 mei 2004), geoloog, hoogleraar. Studeerde geologie in Leiden en Utrecht en promoveerde op: Grindonderzoek in Zuid-Limburg (1946). Begon in 1947 als assistent van prof. Ph. H. Kuenen aan het Geologisch Instituut van de RUG met bestudering van Waddensedimenten en de opbouw van de Noordzeekust. Sinds 1962 was hij buitengewoon hoogleraar in de Mariene Geologie en Petrologie aan de RUG en van 1972 tot 1985 was hij de opvolger van prof. Ph. H. Kuenen. Van zijn vele publicaties in de periode 1946-2002 noemen we slechts: Het Waddenboek (met J. Abrahamse en J.D. Buwalda; 1964).
Albertus François Stroink (1876 - 1956)
(Willemsoord 25 mrt. 1876 - Haren 26 juni 1956), dijkgraaf. Werkte aanvankelijk als ambtenaar ter gemeentesecretarie in Enschede en Steenwijkerwold. Was van 1914 tot 1947 dijkgraaf van het waterschap Vollenhove. Opperde het plan tot ontginning van de uitgeveende gronden van Noordwest-Overijssel, van 1928 tot 1968 ter hand genomen door de N.V. Ontginningsmij. Land van Vollenhove te Steenwijk, waarvan hij directeur was. Schreef o.m. Beschouwingen omtrent het voorontwerp van een algemeen reglement voor de waterschappen in Overijssel en ontwerp van den OverijsselschenWaterschapsbond voor een dergelijk reglement (1940). Zijn naam werd gegeven aan het in 1920 in gebruik gestelde gemaal ten noorden van Vollenhove.
(Doesburg 29 juli 1857 - Den Haag 30 nov. 1933), genie-officier. Volgde na de HBS in Leiden een opleiding aan de KMA in Breda. Doorliep alle militaire rangen en werd in 1910 hoofd van de Genie te Den Haag in de rang van luitenant-generaal. Schreef o.m. Over den bouw van vestingen, forten, sluizen en verdere werken t.b.v. de landsverdediging in Nederland van 1847-1897 (1897)
Hendrik Jan Stuvel (1915 - 2005)
(Delft 1 april 1915 - Leidschendam 10 april 2005), journalist, fotograaf, schrijver. Studeerde letteren in Leiden, ging in 1937 in de journalistiek en schreef van 1934 tot 1984 vele artikelen en boeken over de geschiedenis van Nederland als waterland. Maakte reportages van grote bedrijven, sinds 1952 van de Zuiderzeewerken en sinds 1956 van de Deltawerken. Was hoofdredacteur van het tijdschrift Land en Water en waterstaatkundig medewerker van de NRC. Hij schreef onder meer: Glorie van het verleden (1946), Het Deltaplan; de geboorte (1956), Het eerste offensief; 25 jaar Afsluitdijk (1957), Drie eilanden Eén (1963), Bouwen op nieuwe bodem (1967) en Johan van Veen; de som van een leven (1972).
Illustratiebron: achterflap Grendel van Holland
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS