Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
S
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een bladzijde van de Blauwe Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

Johannes Melchior Saarloos  (1902 - 1972)

(7-8-1902 Haarlem - Katwijk, 12-5-1972) Medewerker Studiedienst Benedenrivieren onder leiding van Johan van Veen (bij zijn huwelijk in 1931 was hij buitengewoon opzichter bij Rijkswaterstaat)  Hij was medewerker bij de Studiedienst Benedenrivieren onder leiding van Johan van Veen (vanaf 1931 was hij buitengewoon opzichter bij Rijkswaterstaat). Hij schreef o.a.:

Pier Santema  (1924 - 1992)

(Leeuwarden 14 juli 1924 - Den Haag 3 mei 1992), ingenieur. Studeerde in 1943 af aan de MTS in Leeuwarden en in 1950 als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte van 1945 tot 1973 bij RWS. In het begin bij de Studienst en schreef daar veel rapporten over zoutinidringing, de laatste jaren als hoofdingenieur voor bijzondere diensten bij de Deltadienst. Was van 1973-1984 directeur van het RID in Den Haag en van 1984-1989 directeur van het RIVM in Bilthoven.. Hij schreef:

Taeke van der Schaaf  (1941 - 2009)

(roepnaam: Theo; Haulerwijk 6 sep. 1941 - Renesse 1 april 2009), ingenieur. Studeerde in 1968 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sindsdien bij RWS, aanvankelijk in de Directie Bruggen te Voorburg, van 1976-1983 bij de Deltadienst tijdens de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde. Daarna was hij betrokken bij de aanleg van de walradarketen tussen Vlissingen en Antwerpen. Van zijn publicaties in de periode van 1971-1980 noemen we: D en Verkeersbruggen in de Kreekrakdam (1973). 

Hij schreef:

Everhard Menno Hartwich Schaank (1893 - 1975)

(Bengkajang NOI 24 sep. 1893 - Velp 8 juli 1975), ingenieur. Hij werkte, na in 1918 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij RWS in de Directie Bovenrivieren te Arnhem, van 1940 tot 1958 als HID, opgevolgd door K. van Til. Hij schreef o.m.

Carel Jozef Marie Schaepman  (1896 - 1963)

(Arnhem 16 aug. 1896 - Den Haag 28 dec. 1963), jurist, minister. Werkte, na in Leiden te zijn afgestudeerd in de rechten, sinds 1921 in verschillende functies bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Was daarnaast buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, raadadviseur in algemene dienst, verkeersadviseur en Rijnvaartcommissaris. Schreef diverse rapporten en artikelen w.o. Het Rijnvaartregime (met A.C.W.Beerman; 1951). 

Jan Isaac van Schaick  (1891 - 1970)

(Den Burg 29 okt. 1891 - Nijeberkoop 19 mei 1970), predikant, fotograaf, publicist. Studeerde van 1909-1916 theologie in Utrecht en was hervormd predikant in Midlum, Lettelbert, Nieuwe Pekela, Soest (1927-1946), Chaam en Den Dolder. Woonde na zijn emeritaat in 1956 in Haamstede en Nijeberkoop. Werkte nauw samen met Rinke Tolman als redacteur en auteur van de tijdschriften De Wandelaar en In Weer en Wind en enkele natuurboeken met eigen foto`s. Zijn meest gewaardeerde werk is: 't Kampereiland (1939). 

Johannes Cornelis Scharp (1879 - 1950)

(roepnaam: Jan; Batavia 5 sep. 1879 - Deventer 3 aug. 1950), ingenieur. Hij was, na in 1900 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS achtereenvolgens te Haarlem, Groningen en Dordrecht. Hij werd in 1919 belast met de leiding van de werken aan het Wilhelminakanaal en was van 1923 tot 1930 werkzaam te Alkmaar. Hij was sinds 1933 hoofdingenieur van de Algemene Dienst van RWS en van 1935 tot 1937 van de Directie Overijssel. Schreef o.m:

Age Scheffer  (1900 - 1980)

(Lemmer 14 aug. 1900 - Zaandam 29 juli 1980; begraven te Castricum), onderwijzer, journalist, schrijver. Na zijn opleiding aan de Rijkskweekschool in Groningen, werd hij in 1919 onderwijzer in Hindeloopen en was daarna tot 1931 schoolhoofd in West Terschelling. Vervolgens was hij werkzaam bij de Arbeiderspers, eerst als journalist, van 1938 tot 1941 als directeur. Van 1947 tot 1965 was hij algemeen redactiechef bij Het Vrije Volk. Publiceerde van 1929 tot 1974 reportages over de zeevaart, biografieën van onder anderen reders, redders en zeehelden en romans zoals: Nachtboot naar Lemmer (1948). Zijn laatste werk was: Van zeerampen en redders; relaas van spectaculaire schipbreuken tussen Egmond en de Eems (1974)

Arie Schermer  (1904 - 1985)

(Schoorl 29 apr. 1904 - Schoorl 10 juli 1985), waterbouwkundige. Was het grootste deel van zijn werkzame leven in dienst van RWS in de Directie Noord-Holland, de laatste jaren als hoofd van de Dienstkring Alkmaar. Was daarnaast zeer actief als amateur-archeoloog en als pleitbezorger voor het behoud van het historisch erfgoed in West-Friesland. Schreef in de periode van 1954-1986 daarover diverse artikelen waaronder: Bewoningssporen in het onderstoven Schoorlse kustgebied (3 afl.; 1957-1964) en Mens en bodem achter Hondsbossche en duinen (1985) 

Schierbeek

Abraham Schierbeek  (1887 - 1974)

(Leeuwarden 9 aug. 1887 - Den Haag 30 aug. 1974), bioloog, leraar. Studeerde plant- en dierkunde aan de RU te Groningen en promoveerde in 1917 aldaar cum laude. Was aanvankelijk leraar biologie te Deventer en Groningen en van 1912 tot 1952 in Den Haag. Daarnaast was hij van 1938 tot 1953 docent aan de RU te Leiden. Heeft zeer veel geschreven over plant- en dierkunde, entomologie en microscopie, daarnaast ook biografisch werk. We noemen slechts: De studie der venen (1917) en Onze duinen (1938).

Illustratiebron: De Tijd- Maasbode, 26 oktober 1959 

SchilthuisGJC

Gijsbertus Jan Christiaan Schilthuis  (1884 - 1972)

(Groningen 23 april 1884 - Rotterdam 1 nov. 1972), waterstaatsjurist, hoogleraar. Studeerde rechten in Groningen en promoveerde aldaar cum laude in 1909 op De beperking van de aansprakelijkheid des reeders.. Werkte tot 1954 als advocaat en procureur te Rotterdam en was vele jaren lid van PS en GS van Zuid-Holland. Sinds 1935 lid van de Staatscommissie voor de Waterstaatswetgeving en sinds 1951 van de Raad van de Waterstaat. Was van 1941 tot 1945 buitengewoon hoogleraar in het staats- en administratieve recht aan de TH in Delft. Werd in 1911 benoemd tot secretaris van de Zuid-Hollandse Waterschapsbond en voerde sinds 1912 de redactie van het tijdschrift Het Waterschap en sinds 1944 het hoofdredacteurschap van Waterschapsbelangen. Schreef diverse artikelen over waterstaatsrecht en het standaardwerk Waterschapsrecht (1947).

Illustratiebron: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld 

Johannes Gerhard Schilthuis  (1892 - 1944)

(Groningen 24 juli 1892 - Groningen 11 nov. 1944), ingenieur. Was, na zijn studie aan de TH in Delft, sinds 1919 werkzaam bij de Dienst der ZZW. Schreef daar De Noordoostelijke polder der Zuiderzeewerken (met V.J.P. de Blocq van Kuffeler en J.Th.Thijsse; 1939). Volgde in 1939 J.Kooper op als hoofdingenieur van de PWS van Groningen. Overleed aan de voor hem ondraaglijke spanningen van de oorlog. Postuum verscheen van hem De landaanwinning in den Dollard (1946).

Jan Schol (1859 - 1953)


(Den Helder 26 okt. 1859 - Breda 19 okt. 1953), waterbouwkundige. Werkte o.m. als technisch ambtenaar bij RWS in Noord-Holland. Schreef: De dijkbreuken (1919), beschouwingen over dijkbreuken langs de Noord-Hollandse kust van de Zuiderzee na de stormvloedsramp van 1916 

Hendrik Adriaan Schönhage  (1914 - 1989)

(roepnaam: Henk; Amsterdam 11 apr. 1914 - Hilversum 6 okt. 1989), geograaf, leraar. Studeerde sociale geografie aan de UvA en promoveerde daar in de letteren en wijsbegeerte op: De Brabantse Biesbosch en zijn bewoners (1940). Was van 1941 tot 1951 leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan de HBS in Dordrecht en sinds 1951 in Hilversum. Verder schreef hij onder meer: Helenaveen, sociografie van een ontginning in de Peel (1938) en Tussen Merwede en Amer; een beschrijving van de Biesbosch (met C.J. Verhey; 1949). 

Hendrik Schoorl  (1920 - 1997)

(roepnaam: Henk; Den Helder 1 feb. 1920 - Hillegom 10 dec. 1997), historisch-geograaf (autodidact). Werkte, na zijn opleiding aan de kweekschool, overwegend in de bloembollenhandel. Verrichtte jarenlang diepgaand archief- en literatuuronderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de Kop van Noord-Holland, waarvoor de UvA hem in 1990 een eredoctoraat verleende. Schreef o.m. Zeshonderd jaar water en land (1973) en 't Oge (1979), Het westelijk Waddengebied en het eiland Texel tot circa 1550, (1999). De Convexe Kustboog en het eiland Vlieland (2000)  alsmede een aantal verspreide geschriften bijeengebracht onder de titel Kust en Kaart (1990). 

Schortinghuis

Derk Heero Schortinghuis  (1912 - 1998)

(Groningen 29 mei 1912 - Den Haag 21 juni 1998), waterstaatsjurist, wadlooppionier. Studeerde rechten in Groningen en was sinds 1949 medewerker bij het Landbouwschap te Den Haag. Was daarnaast secretaris van de Commissie voor Waterstaats- en Waterschapsaangelegenheden en Zuiderzeepolders en secretaris van de Ned. Ver. voor Landaanwinning. Schreef o.m. Bestek voor het waterschapsbestel (nota 1970), 3 Oktober: watertechniek en strategie in 1574 (1970) over het ontzet van Leiden door onderwaterzetting en Cleyn eilant Rottum (1967). Schreef ook als promotor en beoefenaar van het wadlopen.
Illustratiebron: achterflap boek van C.J. Sjobbema: Over 't leven van Derk Heero Schortinghuis

Johannis Pieter Schreiner (1917 - 2006)

(roepnaam: Jan; Den Haag 3 mrt. 1917 – Purmerend 29 nov. 2006), hengelsportschrijver, ondernemer. Schreef in de periode van 1943 tot 1994 vele artikelen en tientallen boeken over de hengelsport, vissoorten en visserijtechniek. We noemen: De kunt van het snoeken (1947),  Encyclopedie van de sportvisserij (1960) en Zoetwatervissengids met alle in ons land en overig Europa voorkomende zoetwatervissen (1968).

Pieter Hendrik Schröder  (1900 - 1983)

(Alkmaar 27 apr. 1900 - Haarlem 25 dec. 1983), letterkundige, leraar. Studeerde letteren aan de UvA en promoveerde daar op: Parodieën in de Nederlandse letterkunde (1932). Werkte als leraar Nederlands in Tiel en sinds 1926 in het middelbaar onderwijs in Haarlem. Was van 1946-1965 algemeen secretaris van de Mij. tot Nut van 't Algemeen. Schreef in de periode van 1929 tot 1980 romans, toneelstukken, hoorspelen en boeken waaronder: Van bruisend water tot ruisend graan; honderd jaar Haarlemmermeer 1855-1955 (1955) en Van aalmoes tot zwijntjesjager (lexicon; 1980). 

 Nicolaas Engelhard Servatius  (1894 - 1979)

(Kloosterveen gem. Smilde 31 dec. 1894 - Amsterdam 11 okt. 1979; begr. te Smilde), ingenieur. Hij studeerde in 1922 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en werkte bij de Nederlandse Bank in Amsterdam, laatstelijk als hoofd van de technische adviesdienst. Daarnaast was hij vele jaren consul voor het watertoerisme bij de ANWB. Hij schreef onder meer: Oeverrecreatie : nota uitgebracht door de "Beraadsgroep Oeverrecreatie" en Beschrijving van een aantal bedreigde en afgesloten kanalen (1976).

Willem Hermanus Sieben (1918 - 1980)

((Meppel 18 feb. 1918 - Zwolle 22 okt. 1980; begr. Lelystad), ingenieur, agrohydroloog. Hij studeerde in 1948 af als landbouwkundig ingenieur aan de LHS te Wageningen en was als landbouw-wetenschappelijk medewerker in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) te Kampen, sinds 1963 bij de RIJP te Zwolle. Bij de inrichting van de Flevopolders was hij degene die aanstuurde op de noodzaak van randmeren. Van zijn publicaties uit de periode van 1949-1983 noemen we: Over de landbouwkundige betekenis en de kartering van de kwel in de Noordoostpolder (met W.H. van der Molen; 1955) en Land in wording; het nieuwe hart van Nederland (met K.A. Bazlen en Sj. Groenman; 1964). 

Sijpkens

Jacob Sijpkens   (1876 - 1939)

(Nieuw Beerta gem. Beerta 11 april 1842 - Groningen 8 april 1926), landbouwer, burgemeester, bestuurder. Was tot 1885 landbouwer in de Reiderwolderpolder, daarna burgemeester van Bellingwolde. Daarnaast was hij van 1891 tot 1919 lid van GS van Groningen. Schreef: Bijdrage tot de geschiedenis van de waterstaatstoestanden van Westerwolde (1924).

Illustratiebron: Genealogieonline.nl groningse-doopsgezinden 

Jan Slagter  (1887 - 1958)

(Woerden 5 mrt. 1887 - Leiden 6 aug. 1958), jurist, dijkgraaf. Was, na zijn studie rechten in Utrecht, werkzaam als redacteur van de Nieuwe Courant en als chef van de afdeling waterstaat bij de Provinciale Griffie van Overijssel. Was vanaf 1921 secretaris en vanaf 1948 dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Schreef in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift waarvan hij van 1917 tot 1940 medewerker was. 

Jan Cor Slagter (1931 - 1999)

(Oostwoud 7 jan. 1931 - Zeist 31 mei 1999), ingenieur. Werkte, na in 1958 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1961 bij WL. Daarna tot 1982 bij de Dir. Sluizen en Stuwen in Utrecht, sinds 1976 als HID en opvolger van P. Blokland. Was van 1982 tot 1992 in dienst van de Hoofddirectie van de Waterstaat als plaatsvervangend DG van de Waterstaat. Schreef onder meer: 

Frederik Otto Sleeswijk  (1830- 1905)

(Lemmer 26 juni 1830 - Lemmer 27 mei 1905), bestuurder, zakenman. Was vele jaren ontvanger bij het waterschap De Zeven Grietenijen en Stad Sloten en voorzitter van het bestuur van de Veenpolder van Echten en van de Lemsterpolders. Schreef Beschouwingen over het belang van eene kanaalverbinding Groningen-Gorredijk- Heerenveen-Lemmer, n.a.v. een ontwerp kanaalverbinding Blokzijl-Groningen van de heer B. Prakken (met K.S. van Andringa; 1868)  Zie ook B. Prakken

Albertus Regnerus Sloos  (1805 - 1869)

(Den Haag 15 aug. 1805 - Winkel 1 feb. 1869, jurist, schrijver. Was van 1830-1869 werkzaam als notaris in Winkel, daarnaast (bestuurs-) lid van de Mij. tot inpoldering en bebouwing van de Waard en Groet (1846-1848), secretaris en penningmeester van de Waard en Groetpolder (1846-1865) en van 1848-1869 heemraad van dit waterschap. Van 1855-1869 was hij lid van PS van Noord-Holland voor Schagen. Schreef enkele romans en boeken waaronder: Wat moeten wij nu doen? Een woord aan alle grondeigenaars en landbouwers in Nederland (1852) en Geschiedenis der inpoldering en bebouwing van Waard en Groet (1858). 

Hubertus Nicolaas Antonius Lucretius Slotemaker  (1876 - 1939)

(roepnaam: Huibert, Molenaarsgraaf 11 aug. 1816 – Eefde 20 nov. 1883), ingenieur. Was vanuit zijn geboorteplaats werkzaam als civiel ingenieur en schreef onder meer: Voorstel tot verbetering van het voorgemaal in den Elshout door middel van een stoomwaterwerk voor de Alblasserwaard (1852).

Pieter van der Sluijs   (1925 - 2002)

(Rotterdam 24 nov. 1925 - Bennekom 6 april 2002), landbouwkundig ingenieur, bodemkundige. Na voltooiing van zijn studie cultuurtechniek aan de LHS in Wageningen in 1955, werkte hij tot zijn pensionering als bodemkundige bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen, in de begintijd in Goes. Hij schreef: Een vergelijking tussen het noordelijke- en het zuidwestelijke zeekleigebied (met J. Cnossen; 1966) en Dijkdoorbraken en bodemgesteldheid in Zeeland (met I. Ovaa en M.H. Wilderom; 1968). 

Leon Arthur Hector de Smet (1919 - 2007)

(Sint Kruis 12 feb. 1919 - Haren 31 aug. 2007), landbouwkundig ingenieur. Studeerde in 1949 af aan de LHS te Wageningen en promoveerde daar op: Het Dollardgebied: bodemkundige en landbouwkundige onderzoekingen in het kader van de bodemkartering (1961). Was werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen, speciaal voor regionaal bodemkundig onderzoek in de provincie Groningen. Van hetgeen hij in de periode van 1948 tot 1982 publiceerde, noemen we: De wordingsgeschiedenis van Schouwen-Duiveland en Tholen (1950), Bodemkundige aspecten van de afsluiting der zeegaten met betrekking tot de provincie Zeeland (1953), De vorming van de kust van Groningen in verband met de geologisch-bodemkundige opbouw (1964) en Liep de Hunze ten oosten of ten westen van de stad Groningen? (1969). 

Hendrik Smits (1918 - 2006)

(roepnaam: Henk; Strijen 15 juni 1918 - Ruffec, Frankrijk 23 juli 2006), landbouwkundig ingenieur, bodemkundige. Werkte, na in 1942 te zijn afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, tot zijn pensionering bij de RIJP, laatstelijk als wetenschappelijk hoofdambtenaar. Schreef onder meer: De inpolderingen in de voormalige Zuiderzee (met A.J. Venstra; 1959) en Zeespiegelbeweging en bodemdaling (met S. Jelgersma en P.J. Wemelsfelder; 1965). 

Johannes van Soest  (1876 - 1939)

(Den Haag 13 oct. 1898 - Wassenaar 30 oct. 1983), elektrotechnisch ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, o.m. bij Defensie, PTT en van 1948 tot 1963 als directeur van het Physisch Laboratorium RVO-TNO. Was sinds 1949 hoogleraar in de hoogfrequentietechniek en informatietheorie aan de TH in Delft. Schreef, vanuit zijn grote belangstelling voor de plantenwereld, o.m. De plantengroei rond de Zuiderzee (1932) en Het fluviatiele district in Nederland en zijn flora (met J.G.Sloff; 1938).

Frederik Jacob Sprenger  (1876 - 1939)

(zoon van J.J.I. Sprenger; Pernis 26 juni 1923 - Den Bosch 21 jan. 2004), ingenieur. Werkte, na in 1952 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur, vele jaren bij RWS in de Directie Zeeland, laatstelijk als hoofd van het arrondissement Goes. Van 1973 tot 1985 was hij HID in de Directie Noord-Brabant. Van zijn publicaties noemen we:

Jan Frederik Springer  (1912 - 1994)

(Amsterdam 23 dec. 1912 – Voorburg 21 feb. 1994), ingenieur. Was, na in 1937 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft, tot 1951 werkzaam als hoofdingenieur van het Waterschap Walcheren. Van 1944 tot 1947 had hij, bij de Dienst Droogmaking Walcheren, de leiding over het sluitingswerk bij fort Rammekens. Van 1951 tot 1967 was hij als hoofdingenieur in dienst van Rijkswaterstaat in de Directie Wegen te Utrecht en tot zijn pensionering was hij hoofdingenieur voor bijzondere diensten bij de Algemene Dienst van Rijkswaterstaat in Den Haag. Van zijn publicaties noemen we: De overstroming van het eiland Walcheren (1945).

Wicher Gosen Nicolaas van der Sleen  (1886 - 1964)

(Haarlem 4 okt. 1886 - Naarden 4 aug. 1964), scheikundige, leraar, publicist. Studeerde scheikunde aan de UvA en promoveerde op De chemische samenstelling van het duinwater in verband met de gesteldheid van de bodem (1913). Was leraar aan verschillende scholen te Haarlem. Was directeur en eigenaar van een scheikundig laboratorium in Haarlem waar o.m. drinkwater en bodemmonsters werden onderzocht. Verrichtte zelfstudie in de zoölogie, geologie en archeologie en maakte zeer vele studiereizen in binnen- en buitenland. Schreef boeken over zijn reizen en diverse tijdschriftartikelen w.o. Het Oudemirdumer Klif (1928). 


Hubertus Nicolaas Antonius Lucretius Slotemaker  (1816 - 1883)

(roepnaam: Huibert, Molenaarsgraaf 11 aug. 1816 – Eefde 20 nov. 1883), ingenieur. Was vanuit zijn geboorteplaats werkzaam als civiel ingenieur en schreef onder meer: Voorstel tot verbetering van het voorgemaal in den Elshout door middel van een stoomwaterwerk voor de Alblasserwaard (1852).

Eize Stamhuis (1921 - 1998)


(Loppersum 28 nov. 1921 - Bennekom 21 nov. 1998), ingenieur, hoogleraar. Studeerde in 1955 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en was daarna werkzaam bij de Deltadienst van RWS, laatstelijk als hoofd van de afdeling Kunstwerken, planning en kostprijsberekening. Van 1973 tot zijn pensionering was hij hoogleraar waterbouwkunde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Zijn meest bekende publicatie is: Afsluitingstechnieken in de Nederlandse delta; een overzicht van de ontwikkeling van deze techniek (1997).

Jacob Frederik Steenhuis  (1883 - 1958)

(Westernieland 17 juni 1883 - Haarlem 15 jan. 1958), geoloog. Studeerde wis- en natuurkunde te Groningen en promoveerde in Leiden op Bijdrage tot de kennis van den ondergrond der provinciën Drenthe en Friesland (1916). Was assistent-geoloog te Groningen en Delft, later geoloog bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening en de Geologische Stichting te Haarlem. Gaf een studie uit van wijlen zijn vader, G.Steenhuis, getiteld De indijking van den Noordpolder (1805-1810) uit nagelaten papieren voltooid en uitgegeven (1913). Schreef over geologie, bodemkunde, grondwaterstroming, wichelroedelopen en drinkwatervoorziening alsmede een bibliografie in afleveringen over de geologie van Nederland en de overzeese gebiedsdelen. Zie ook: W.F.J.M.Krul. 

Johan Heinrich Steggewentz (1896- 1945)

(Amsterdam 9 juni 1896 - Den Haag 18 mei 1945), was mijnbouwkundig ingenieur. Hij werkte, na zijn studie mijnbouwkunde aan de TH in Delft, tot 1926 in NOI en was sindsdien werkzaam bij het RID (Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening) in Voorburg. In het jaarverslag van deze dienst heeft hij regelmatig inhoudelijke artikelen gepubliceerd. In 1930 presenteerde hij: Grafische methoden voor geo-hydrologische onderzoekingen (Versl. geol. sect. geol. mijnbouwk. gen., 3, 249—255) en promoveerde in 1933 in Delft op De invloed van de getijbeweging van zeeën en getijrivieren op de stijghoogte van grondwater. Dit proefschrift was deel gebaserd op zijn werk bij  het RID: Bijdrage tot de kennis van den invloed van de getijbeweging op de stijghoogte van het grondwater  uit 1929. In 1935 publiceerde hij Wateronttrekking aan phreatisch grondwater door middel van een volkomen put  (deel2) In 1938 publiceerde hij De strooming van homogene vloeistoffen den grond.  Hij is in 1945 tijdens de hongerwinter overleden.

Pieter Stelling   (1902 - 1991)

(Midwoud 1 juli 1902 - Paterswolde 18 juli 1991), ingenieur. Studeerde in 1925 af aan de TH in Delft en werkte van 1927 tot 1946 bij RWS in Den Haag, Terneuzen en Dordrecht. Was van 1946 tot 1967 werkzaam als HID van PWS in Groningen. Schreef onder meer:  (met J. van der Veen; 1956) en Nota betreffende de Sliedrechtse doorsteek en de Merwede (1944). In "De Ingenieur" publiceerde hij: De Zevenaarhaven te Terneuzen (1938)

Stilma

Elizabeth Stilma  (1876 - 1939)

(roepnaam: Lize; Sneek 13 mrt. 1923 - Blaricum 20 jan. 1999), schrijfster, publiciste. Schreef van 1948 tot 1995 tientallen boeken en honderden artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen (vooral over mens en maatschappij) en dichtbundels. Opmerkelijk is het boekje Van de ene naar de andere kant; een verhaal voor de schooljeugd over bruggen, pompen, tanks, stuwdeuren en nog veel meer (1964).

Illustratiebron: foto op achterflap boek Urk leert Ethiopië vissen

Frederik Stokhuyzen (1890 - 1976)

(Oudshoorn 16 okt. 1890 - Oegstgeest 28 juni 1976), elektrotechnisch ingenieur. Werkte, na in 1913 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enige jaren als elektrotechnisch ingenieur in de industrie. Daarna was hij adjunct-directeur van de Stedelijke Fabrieken van Gas en Elektriciteit te Leiden en directeur van de Elektriciteitsmaatschappij Lugdunum. Als deskundige op het gebied van molens was hij lid, en van 1953 tot 1969 voorzitter, van de vereniging De Hollandsche Molen te Amsterdam. Hij schreef verschillende artikelen en boeken w.o. Molens (1961), waarin ook de watermolen behandeld wordt en een beknopte autobiografie is opgenomen. 

Bernardus Hendrikus Stolte  (1912 - 1985)

(roepnaam: Ben; Magelang N.O.I. 25 okt. 1912 - Beek gem. Ubbergen 19 juni 1985), historicus, hoogleraar, filoloog. Studeerde in 1937 af in de klassieke letteren aan de UvA en promoveerde daar in 1949. Was sinds 1938 leraar aan een lyceum in Roosendaal. Van 1966 tot 1978 was hij hoogleraar in de geschiedenis en staatsinstellingen der Grieken en Romeinen aan de KUN en befaamd om zijn kennis van de Nederlandse protohistorie en regionale Romeinse oudheidkunde. Schreef onder meer: De Romeinsche wegen in het land der Bataven en de Tabula Peutingeriana (1938, tijdschrift KNAG, De Fossa Corbulonis (1943, Tijdschr. v. Gesch.) en De Nederlandse waternamen uit de Romeinse tijd (1964, Mededelingen van het Instituut voor Naamkunde te Leuven en de Commissie voor Naamkunde te Amsterdam ). 

Johannes Adriaan Storm van Leeuwen  (1912 - 2009)

(roepnaam: Jan; Jogjakarta 28 mei 1912 – Utrecht 12 mei 2009), ingenieur. Studeerde in 1937 af als ingenieur in de koloniale landbouw aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Werkte van 1938 tot 1951 in Nederlands-Indië, vervolgens als hoofd van de Inspectie Utrecht van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) en tot zijn pensionering bij de Cultuurtechnische Dienst in Utrecht. Schreef in de periode van 1970-2002 over de waterstaatkundige ontwikkeling ten westen van de stad Utrecht onder meer: Van Oude Rijn tot Leidse Rijn; de afwatering van de gronden in en rondom Vleuten-De Meern in de loop der tijden (1985). Ook schreef hij Callantsoog (1950).

VStraaten

Lambertus  Marius Joannes Ursinus van Straaten (1920-2004)

(roepnaam: Bert; Rotterdam 2 apr. 1920 - Groningen 8 mei 2004), geoloog, hoogleraar. Studeerde geologie in Leiden en Utrecht en promoveerde op: Grindonderzoek in Zuid-Limburg (1946). Begon in 1947 als assistent van prof. Ph. H. Kuenen aan het Geologisch Instituut van de RUG met bestudering van Waddensedimenten en de opbouw van de Noordzeekust. Sinds 1962 was hij buitengewoon hoogleraar in de Mariene Geologie en Petrologie aan de RUG en van 1972 tot 1985 was hij de opvolger van prof. Ph. H. Kuenen. Van zijn vele publicaties in de periode 1946-2002 noemen we slechts: Het Waddenboek (met J. Abrahamse en J.D. Buwalda; 1964). 

Taeke Straatsma  (1907 - 1966)

(Ferwerd 24 juli 1907 - Joure 27 mrt. 1966), onderwijzer, schrijver. Was sinds 1930 werkzaam als onderwijzer in Joure. Schreef diverse liedjes, toneelstukken en tijdschriftartikelen in het Fries. Verder ook biografisch werk, boeken voor het onderwijs en over landschap en natuur zoals: Friesland, land van wind en wolken (1954). 

Albertus François Stroink

Albertus François Stroink  (1876 - 1956)

(Willemsoord 25 mrt. 1876 - Haren 26 juni 1956), dijkgraaf. Werkte aanvankelijk als ambtenaar ter gemeentesecretarie in Enschede en Steenwijkerwold. Was van 1914 tot 1947 dijkgraaf van het waterschap Vollenhove. Opperde het plan tot ontginning van de uitgeveende gronden van Noordwest-Overijssel, van 1928 tot 1968 ter hand genomen door de N.V. Ontginningsmij. Land van Vollenhove te Steenwijk, waarvan hij directeur was. Schreef o.m. Verslag der commissie ingesteld door het Waterschap Vollenhove tot het onderzoeken van het vraagstuk van de partièˆele bemaling van dat Waterschap (1925). Zijn naam werd gegeven aan het in 1920 in gebruik gestelde gemaal ten noorden van Vollenhove.

Jacob Zacharias Stuten (1857 - 1933)

(Doesburg 29 juli 1857 - Den Haag 30 nov. 1933), genie-officier. Volgde na de HBS in Leiden een opleiding aan de KMA in Breda. Doorliep alle militaire rangen en werd in 1910 hoofd van de Genie te Den Haag in de rang van luitenant-generaal. Schreef o.m. Over den bouw van vestingen, forten, sluizen en verdere werken t.b.v. de landsverdediging in Nederland van 1847-1897 (1897) 

Stuvel

Hendrik Jan Stuvel  (1915 - 2005)

(Delft 1 april 1915 - Leidschendam 10 april 2005), journalist, fotograaf, schrijver. Studeerde letteren in Leiden, ging in 1937 in de journalistiek en schreef van 1934 tot 1984 vele artikelen en boeken over de geschiedenis van Nederland als waterland. Maakte reportages van grote bedrijven, sinds 1952 van de Zuiderzeewerken en sinds 1956 van de Deltawerken. Was hoofdredacteur van het tijdschrift Land en Water en waterstaatkundig medewerker van de NRC. Hij schreef onder meer:

Illustratiebron: achterflap Grendel van Holland

Sybenga

Schelte Sybenga   (1876 - 1939)

(Oosternijkerk gem. Oostdongeradeel 25 jan. 1862 - Bergen N.H. 12 apr. 1935), griffier. Studeerde rechten en promoveerde in 1885 aan de RU van Groningen. Was aanvankelijk commies bij de provinciale griffie te Assen, sinds 1893 te Groningen. Volgde in 1895 E.van Loon op als griffier bij de Staten van Groningen, tot 1929. Had veel belangstelling voor waterstaatszaken en schreef daarover: Eene bijdrage tot de kennis van den rechtstoestand der polders in de provincie Groningen (1897), Memorie nopens den rechtsgrond der heffingen van verlaatsrechten en passagegelden wegens het gebruik der Stads-Groninger kanalen (1901), Gezagsuitoefening door waterschapsbesturen buiten de waterschapsgrenzen (1906) en Dijk- en waterschapsrecht in Groningen (1926).

Illustratiebron: website geneanet door Marius Bakker 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS