Jhr. Constant Ernest Winand van Panhuys (1876 - 1948)
(Den Haag 9 apr. 1876 - Bergen NH 30 sep. 1948), ingenieur. Hij was, na zijn studie aan de PS te Delft, werkzaam in verschillende functies bij RWS en van 1921 tot 1935 directeur van het Rijksbureau voor de Ontwatering te Den Haag. Hij was daarnaast bestuurslid van het KIVI, ondervoorzitter van de Centrale Cultuurtechnische Commissie en de Geologische Stichting. Schreef enige tijdschriftartikelen w.o. Samenwerking van waterstaat en landbouw in Nederland (1922). Schreef ook enige RWS rapporten:
Ook schreef hij mn Johan van Veen: The calculation of tides in new channels
Jan Cornelis Pannekoek (1888 - 1971)
(Zonnemaire 13-12-1888 - 's-Gravenhage 24-9-1971) Nadat hij zijn studie tn Delft had voltooid, was ir. Pannekoek van 1904-1910 als tijdelijk opzichter werkzaam bij gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat bij de uitvoering van waterbouwkundige- en bouwkundige werken. Vervolgens was hij achtereenvolgens werkzaam als landmeter en adj. ingenieur bij het Rijkstoezicht op Spoorwegdiensten (1913-1919). In 1919 volgde zijn benoeming bij de Zuiderzeewerken. In 1926 werd ir. Pannekoek benoemd tot Eerstaanwezend Ingenieur bij de Zuiderzeewerken. In de periode 1937-1938 was hij als regeringsadviseur werkzaam in Mexico. Hij werkte daar aan verscheidene projecten van spoorwegbruggen. Toen hij in Nederland was teruggekeerd richtte ir. Pannekoek een advies-bureau op tot uitvoering van utiliteitsbouw in Den Haag. Hij legde zich daar toe op speciale dakconstructies, die de bouwprijs verlagen. Hij werd in 1933 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij schreef: Nota betreffende de toepassing van segmentdeuren in de plaats van puntdeuren of schuiven (1920)
Ale Pasveer (1909 - 2001)
(Middelburg 1 mrt. 1909 - Oudewater 4 okt. 2001), ingenieur. Studeerde in 1935 af aan de Landbouwhogeschool in Wageningen en promoveerde daar in 1941 op een onderwerp over boterbereiding. Werkte bij de afdeling Gezondheidstechniek TNO waar hij in 1954 een nieuwe methode van afvalwaterzuivering introduceerde. Met de door hem ontwikkelde Pasveer-sloot, later oxydatiesloot genoemd, verwierf hij internationale bekendheid. Hij schreef hierover onder meer: Eenvoudige afvalwaterzuivering (1957). Hij schreef verder:
(Ternaard 1795 - Lancaster USA 1881), landbouwer. Was bestuurslid van waterschap Oost- en Westdongeradeel. Zag bij de overstromingsramp van 1825 mogelijkheden tot herstel en schreef daarover Verhandeling over de beste wijze van aanleggen van zeedijken en de hervorming derzelve, bijzonder met betrekking tot die der provincie Vriesland (1827). Was autodidactisch waterstaatsdeskundige en schreef o.m. Verslag over de aansluiting van Ameland aan den Vrieschen wal en de opslijking van het Wad (1850). Emigreerde na de aardappelziekte naar Amerika waar hij een leerlooierij en wisselbank begon.
Jan Josias Pilon (1928 - 2002)
(Amsterdam 17 mei 1928 - Rotterdam 5 juli 2002), ingenieur. Werkte, na in 1955 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, van 1957 tot 1993 bij RWS. Was betrokken bij de planning van het Lauwerszeegebied en vele jaren werkzaam als hoofd van de meetdienst te Hellevoetsluis, aanvankelijk bij de Deltadienst en sinds 1979 bij de DWW. Hij was actief op het gebied van natuur en landschap, sinds 1963 redacteur van het tijdschrift Groen en sinds 1992 mede-oprichter en redactielid van het TWG. Hij schreef o.m. De natuurbescherming in Nederland (1952), De recreatiemogelijkheden in de toekomstig afgesloten Lauwerszee en de daarvoor te treffen voorzieningen (1961) en Afsluitingstechnieken in de Nederlandse Delta (met E.Stamhuis; 1997)
Hij scheeef ook:
Gerrit Plantema (1914 - 1990)
(Bandung NOI 1 juli 1914 - Rotterdam 12 mei 1990), ingenieur. Studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en was daar tot 1946 werkzaam als wetenschappelijk medewerker. Was sindsdien werkzaam bij GW van Rotterdam, eerst als chef van de onderafdeling Grondmechanica, sinds 1951 van de afdeling Waterbouwkunde, sinds 1958 van de afdeling Tunnelbouw, waar hij een belangrijk pleitbezorger was voor de bouw van de Metrotunnel. In 1968 werd hij adjunct directeur en van 1969 tot 1979 was hij directeur van GW Rotterdam. Van zijn publicaties noemen we: De Metro van Rotterdam (1968) en, als voorzitter van de Begeleidingscommissie Voorstudie Plan Lievense: Windenergie en waterkracht (1982).
Auguste Plate (1881 - 1953)
(Rotterdam 18 feb. 1881 - Oegstgeest 8 juni 1953), ingenieur, ondernemer. Hij werkte, na zijn studie in Lausanne en Delft, sinds 1903 bij de spoorwegen in Nederland en NOI en was directeur van Gemeentewerken te Semarang. Hij was van 1923 tot 1938 algemeen-voorzitter van de Scheepvaart Vereeniging Zuid te Rotterdam en was van 1934 tot 1946 voorzitter van de Ned. Mij. voor Nijverheid en Handel. Publiceerde in De Ingenieur, De Gids en De Stem en schreef o.m.: De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de werkeloosheid (1912) en De Rotterdamsche Waterweg 1863-1914 (1924).
Kornelis van der Pols (1906 - 1995)
(Amsterdam 21 jan. 1906 - Hellevoetsluis 24 jan. 1995), ingenieur. Studeerde in 1927 met lof af als werktuigbouwkundig - en in 1946 als scheepsbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sinds 1927 bij de Rotterdamsche Droogdokmij., sinds 1948 als directeur en sinds 1969 als president-directeur van Rijn-Schelde-Verolme. Had grote belangstelling voor stoombemaling en was van 1950 tot 1981 voorzitter van de stichting De Cruquius. Schreef o.m. De Alexanderpolder drooggemalen (1978), De ontwikkeling van het wateropvoerwerktuig in Nederland 1770-1870 (1984) en Stoombemaling in Nederland (met J.A.Verbruggen; 1996 postuum).
Pieter Willem Postema (1876 - 1939)
(Kapelle 19 apr. 1909 - Hoogeveen 4 aug. 1983), technisch hoofdambtenaar. Werkte sinds 1930 bij de PWS van Noord Holland, eerst als tekenaar in Haarlem, later als opzichter in Winkel en Barsingerhorn. Was sinds 1936 in dienst van RWS werkzaam bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, sinds 1947 bij de Directie Benedenrivieren in Hoek van Holland, sinds 1959 bij de aanleg van de nieuwe havenmond in IJmuiden en sinds 1968 bij de Directie Noordzee in Den Haag. Schreef in het leerboek voor de MTS (de huidige HTS) onde redactie van ir. A.P. Potma de hoofdstukken: Sluizen, Kanalen, Havens en Wegen en Spoorwegen. Schreef enkele artikelen in Polytechnisch Tijdschrift, waaronder: Christiaan Brunings (1736-1805) en zijn werk (1952) en De nieuwe havenmond te IJmuiden (1964)
Louis Carel Prey (1881 - 1959)
(Berlicum 16 juli 1881 - Maarn 20 feb. 1959), militair. Doorliep in het Nederlandse leger verschillende rangen tot die van majoor bij de Generale Staf en was 7 jaar leraar aan de KMA in Breda. Bekleedde sinds 1927 verschillende bestuurlijke functies in Suriname. Schreef over militair-tactische onderwerpen, over Suriname en het boek Militaire aardrijkskunde van Nederland (met H. Rooseboom; 1918).
Jacob Egbert Prins (1925 - 2010)(Culemborg 31 mei 1925 - Delft 25 jan. 2010), ingenieur. Werkte, na in 1953 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, in verschillende functies bij het WL in Delft, van 1971 tot 1987 als algemeen directeur. Was nauw betrokken bij de onderzoekingen voor de Deltawerken en was van 1980 tot 1990 secretaris van de IAHR. Schreef onder meer: The tide goes out (met P.Ph. Jansen, P.H. van der Weele en Evert Werkman; 1972). |
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS