Cornelis Kalisvaart (1901 - 1983)
(Zoetermeer 14 apr. 1901 - t Harde 19 aug. 1983), ingenieur, bodemkundige. Hij werkte, na in 1922 te zijn afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur aan de LHS in Wageningen, bij het Bodemkundig Instituut in Groningen. Vervolgens was hij als bodemkundige in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) en van 1963 tot 1966 als hoofd van het landbouwwetenschappelijk onderzoek bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in Zwolle. Van zijn publicaties noemen we: Over de mechanische samenstelling en de practische waardering van een aantal Hollandsche zeezandgronden (1935), Ervaringen met de infiltratie in de Noordoostpolder (1959) en zijn bijdragen aan de jubileumwerken Langs gewonnen velden (1954) en In het spoor van de pioniers (1977).
Wiert (Wirdum gem. Loppersum 13 nov. 1911 - Zoetermeer 10 apr. 1994), waterbouwkundige. Werkte van 1936 tot 1975 bij RWS, aanvankelijk als opzichter, later als technisch hoofdambtenaar bij de afdelingen Landaanwinningswerken en Inrichtingszaken van de Deltadienst in Den Haag. Schreef artikelen in Land en Water, Polytechnisch Tijdschrift en Weg en Waterbouw, alsmede het boek De strijd tegen het water (1955).
Lambert Floris Kamps (1908 - 1959)
(Leermens 9 nov. 1908 – Baflo 11 jan. 1959), hydrobioloog. Studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en promoveerde daar op De Chinese wolhandkrab in Nederland (1937). Werkte als hoofdingenieur van Rijkswaterstaat bij de Directie Landaanwinning en stond aan het hoofd van de wetenschappelijke afdeling in Baflo. Schreef verder:
Mud distribution and land reclamation in eastern Wadden shallows (1962)
De toestand van de openbare wateren in het Waterschap Hunsingo (1958)
Toestand openbare wateren in Friesland : onderzoek juni 1956 - juli 1957 (1957)
Gerrit Karsten (1893 - 1955)
(Zwaag 15 nov. 1893 – Amsterdam 20 aug. 1955), taalkundige, leraar. Studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde daar in 1931 op: Het dialect van Drechterland (2 dln., 1931-1934). Was leraar aan de gemeentelijke kweekschool in Amsterdam. Schreef in de periode van 1931-1953 tijdschriftartikelen en boeken over het West-Friese dialect en regionale plaats- en waternamen waaronder: De betekenis van `drecht` (1946), De plaatsnaam Pampus (1950) en Noordhollandse plaatsnamen (1951).
(Haarlem 30 dec. 1910 - Oosterbeek 2 juli 1996), ingenieur. Studeerde weg- en waterbouwkunde aan de MTS te Haarlem en slaagde in 1936 met lof als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sinds 1937 bij RWS, aanvankelijk bij het arrondissement Noordzeekanaal, in 1945/46 bij de Dienst Droogmaking Walcheren en bij de Dienst Dijkherstel Zeeland na de Februariramp van 1953. Volgde in 1961 A.G.Maris op als DG van de RWS en werd bij zijn pensionering in 1974 opgevolgd door J.W.Tops. Zijn meest bekende publicatie is Zestig jaren veranderingen in de organisatie van de Rijkswaterstaat 1920-1980 (1985).
Johan (Wisch 7 mei 1879 - De Bilt 25 aug. 1955), wegenbouwkundige, schilder. Hij begon als opzichter, later als technisch ambtenaar bij RWS. Hij was vervolgens directeur van verschillende bedrijven in de wegenbouw. Hij was daarnaast een erkend schilder/tekenaar van landschappen en stillevens en ontwerper voor de plateelfabriek Rozenburg in Den Haag. Hij schreef enkele leerboeken voor het technisch onderwijs w.o.
Illustratie: Tijdens het diner ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Handelssociëteit te Utrecht in het Hotel des Pays Bas (foto F.F. van der Werf, via Utrechts Archief )
Herman Joseph Nicolaas Hubert Kessener (1882 - 1959)
(Roermond 1 mrt. 1882 -Den Haag 5 aug. 1959), ingenieur. Hij studeerde in 1908 af als scheikundig ingenieur aan de TH in Delft en deed van 1908-1912 onderzoek naar mogelijkheden van zuivering van het afvalwater uit de strokarton- en aardappelmeelfabrieken te Sappemeer en Foxhol. Dit leidde in 1920 tot de oprichting van het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA) te Voorburg waarvan hij de eerste directeur werd. De door hem uitgevonden Kessener-borstel in het belucht-slibproces kreeg grote bekendheid. Naast publicaties in buitenlandse tijdschriften schreef hij: De zuivering van het afvalwater ten plattelande (1941).
Jacobus Lambertus Klein (1907 - 2005)
(Edam 20 april 1907 - Voorburg 22 mei 2005), ingenieur, hoogleraar. Was, na in 1930 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, een jaar in dienst van het WL in Delft. Van 1931 tot 1936 was hij werkzaam bij PW van Amsterdam. Vervolgens was hij tot 1972 in dienst van PWS van Zuid-Holland, sinds 1952 als HID en enige jaren later hoofddirecteur van PWS en PPD samen. Daarnaast was hij sinds 1954 buitengewoon hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft voor het vak polders en van 1960 tot 1969 ook civiele planologie. Hij was lid van onder meer de Commissie Inrichting Deltawerken, de Oosterscheldecommissie en de Raad van de Waterstaat. Hij schreef o.m.
Izaak Leendert Kleinjan (1900 - 1967)
(18 oktober 1900 - 17-11-1967), ingenieur, afgestudeerd an de TH Delft in 1924 en in 1927 benoemd bij RWS. Medewerker van Studiedienst Benedenrvieren, later HiD, van de directie Overijssel/Drenthe (1951-1958) en daarna van de directie Bovenrivieren in Arnhem (1959-1965). Hij is in 1958, gelijk met Johan van Veen benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Jan van der Kley (1921 - 1981
(Uffelte 22 juli 1921 - Uffelte 8 mei 1981), ingenieur. Studeerde in 1947 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte vele jaren bij de Directie Algemene Dienst van RWS, later als hoofdingenieur bij de Hydrometrische Afdeling van de Directie Waterhuishouding en Waterbeweging in Den Haag. Was sinds 1969 werkzaam als wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de TH in Delft. Schreef in de periode 1964-1974, naast enkele artikelen op archeologisch gebied, onder meer: Het ontstaan en de geschiedenis, de functie en de betekenis van de waterstaatskaart en de kartografische aspecten ervan (1965), het boek Vaarwegen in Nederland; een beschrijving van de Nederlandse binnenvaartwegen (1967) en het leerboek Polders en dijken (met H.J. Zuidweg; 1969). Hij schreef ook
(Middelharnis 18 nov. 1886 - Oosterbeek 4 apr. 1970), ingenieur. Was, na in 1911 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, vele jaren werkzaam als hoofdingenieur bij het Hoogheemraadschap van Delfland en daarna bij de PWS van Groningen. Schreef o.m. Rapport over de kustverdediging van Delfland ten noorden van Scheveningen (1927)
Willem van Konijnenburg (1897 - 1979))
(zoon van E.v.Konijnenburg; Den Bosch 8 mrt. 1897 - Rotterdam 20 aug. 1979), ingenieur, leraar. Hij studeerde in 1920 af aan de TH in Delft, schreef in 1928 Eenige opmerkingen betreffende het stichten of ombouwen van polderbemalingen en promoveerde aldaar in 1929 met lof op Het beheer onzer waterschappen uit een economisch oogpunt beschouwd. Hij was tot 1942 werkzaam bij de Directie der Domeinen voor landaanwinningswerken te Ulrum. Voor zin vertrefk naar Canada schreef hj nog: Onderzoek naar de mogelijkheid en de methode van Landaanwinning op het verdronken land van het Markiezaat van Bergen op Zoom. Hij verbleef van 1951 tot 1959 in Canada en was daarna werkzaam als leraar aan het Thomas More college in Den Haag
Tjeerd Lodewijk Koolen (1911 - 1997)
(Ulrum 30 dec. 1911 - Groenlo 23 feb. 1997), waterbouwkundige. Was sinds 1931 werkzaam als technisch ambtenaar bij RWS en van 1944-1947 bij de Dienst Droogmaking Walcheren als chef van de tekenkamer. Tot zijn pensionering werkte hij als waterbouwkundige bij de Directie Overijssel. Schreef het zeer gedetailleerde artikel: De drooglegging van Walcheren (1946).
Nicolaas Theodorus Koomans (1894 - 1970)
(Zaltbommel 31 mei 1894 - Rotterdam 24 juli 1970), ingenieur. Hij werkte, na in 1919 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1925 voor de Hollandsche Beton Maatschappij in NOI. Hij was daarna werkzaam bij het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam, van 1932 tot 1959 als directeur. Hij verbleef in 1960 als adviseur voor havenaanleg in Iran. Schreef o.m. een hoofdstuk in de Technische Vraagbaak deel W: Zeehavens (1950).
Illustratie: Uitsnede uit een groepsfoto bij het afscheid van ingenieur H.C.A. Boom in 1949 (via Archieven.nl)
Johan Kooper (1876 - 1939)
(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van deze provincie.
Jacobus Antonius Maria Kramer (1926 - 2011)
(roepnaam: Jaap; Heemstede 8 mrt. 1926 – Haarlem 13 jan. 2011), zeiler, jachtontwerper, schrijver. Veelzijdig man, ervaren zeiler, bekend in de wereld van de watersport en als ontwerper van verschillende typen zeil- en motorjachten. Was daarnaast ruim dertig jaar voorzitter van de Nederlandse Bond van Jacht Architecten. Schreef sinds 1965 talloze artikelen over watersport en jachtbouw en boeken, waaronder: Watersport van A-Z, encyclopedie voor de waterrecreatie (met W. de Bruijn; 1971). Met medewerking van de fotograaf Theo Kampa verschenen onder meer: Zwervend over de wadden (met W. de Bruijn; 1972), Groot IJsselmeerboek (1974), Nederland Waterkant (1975) en Zee Land (over de Deltawerken; 1976). Tenslotte het jubileumboek bij het Eeuwfeest van het Kon. Ned. Watersport Verbond: Het water op: vierhonderd jaar pleziervaart in Nederland (met F. Jorissen en J. Lengkeek; 1990).
Wilhelmus Franciscus Johannes Marie Krul (1893 - 1982)
(Breda 4 dec. 1893 - Den Haag 4 nov. 1982), ingenieur, hoogleraar. Trad, na zijn opleiding aan de KMA in Breda, in 1921 in dienst van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening (sinds 1940 RID) in Den Haag, van 1922 tot 1958 als directeur. Werd in 1947 benoemd tot hoogleraar in de drinkwatervoorziening aan de TH in Delft. Schreef diverse tijdschriftartikelen over de winning en behandeling van drinkwater alsmede Geo- en hydrologische beschouwingen betreffende de provincies Noord-Brabant en Zeeland (met J.F.Steenhuis; 1922-1924). Zie ook: W.H.van Marle.
Wim Kuyper (1876 - 1939)
Amsterdam 12 aug. 1910 – Amsterdam 14 dec. 1998), architect, publicist. Veelzijdig geïnteresseerd man die, naast zijn beroep als binnenhuisarchitect, een fervent zeiler, fotograaf en schrijver was. Schreef in de periode van 1948-1997 over de restauratie en inrichting van oude zeilschepen, de zeilsport en de vergane glorie van de Zuiderzeevisserij. Zijn meest bekende boeken zijn: Woonschepen (1948), Zwervend langs het IJsselmeer; heden en verleden van het hart van Nederland (1978) en Omzwervingen langs de oude Zuiderzee (1984). Als medewerker aan het tijdschrift Spiegel der Zeilvaart schreef hij ook daarin tientallen artikelen.
Piet de Kuyper (1876 - 1939)
(Middelburg 5 feb. 1925 - Groningen 18 januari 2009), waterbouwkundige. Werkte van 1950 tot 1986 bij de Directie Groningen van RWS. Tot 1971 was hij hoofd van de dienstkring Delfzijl, opgevolgd door J.T. Kerkhof. Van 1971 tot 1975 was hij redacteur van het tijdschrift OTAR, waarin hij zelf schreef: Een nieuw hefdeursysteem in het benedenhootd van de dubbele sluis te Canstatt a d Neckar (1960(), De Eemshaven (1968) en Schiermonnikoog (1971).
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS