Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
K
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een bladzijde van de Blauwe Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

Cornelis Kalisvaart   (1901 - 1983)

(Zoetermeer 14 apr. 1901 - t Harde 19 aug. 1983), ingenieur, bodemkundige. Hij werkte, na in 1922 te zijn afgestudeerd als landbouwkundig ingenieur aan de LHS in Wageningen, bij het Bodemkundig Instituut in Groningen. Vervolgens was hij als bodemkundige in dienst van de Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) en van 1963 tot 1966 als hoofd van het landbouwwetenschappelijk onderzoek bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in Zwolle. Van zijn publicaties noemen we: Over de mechanische samenstelling en de practische waardering van een aantal Hollandsche zeezandgronden (1935), Ervaringen met de infiltratie in de Noordoostpolder (1959) en zijn bijdragen aan de jubileumwerken Langs gewonnen velden (1954) en In het spoor van de pioniers (1977). 

Pieter Wiert Kalkwijk (1911 - 1994)

Wiert (Wirdum gem. Loppersum 13 nov. 1911 - Zoetermeer 10 apr. 1994), waterbouwkundige. Werkte van 1936 tot 1975 bij RWS, aanvankelijk als opzichter, later als technisch hoofdambtenaar bij de afdelingen Landaanwinningswerken en Inrichtingszaken van de Deltadienst in Den Haag. Schreef artikelen in Land en Water, Polytechnisch Tijdschrift en Weg en Waterbouw, alsmede het boek De strijd tegen het water (1955). 

Jacob Jetzes Kalma  (1907 - 1991)

(Hantumhuizen 17 mei 1907 - Leeuwarden 23 mei 1991), predikant, cultuurhistoricus. Was, na zijn studie theologie in Leiden, predikant te Sint Jacobiparochie, Zandvoort, Hogebeintum, Waaxens, Warga en Lekkum. Redigeerde enkele regionale tijdschriften en was bestuurslid van de Fryske Akademy en het Fries Genootschap. Publiceerde over de Friese geschiedenis, cultuur en toponymie en schreef biografieën en bibliografieën waaronder het Repertorium Frieslands verleden (1955). 

Adolf Frederik Kamp  (1876 - 1939)

(Roosendaal 19 apr. 1905 - Bergen NH 1 juni 1987), burgemeester, dijkgraaf, schrijver. Studeerde rechten te Leiden, begon zijn loopbaan als secretaris van de Directie Wieringermeer en was enige jaren burgemeester van Texel. Was dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier. Schreef o.m. Zuiderzeeland; verleden en toekomst van de Zuiderzee (1937) en redigeerde het jubileumwerk De Technische Hogeschool te Delft 1905-1955 (1955). Zijn poëtische vaardigheden bleken uit opmerkelijke gedichten zoals in De poëzie van den waterstaat (1942), Ingenieur en dichter (1949) en Waterstaat en poëzie (1958) 

Wilhelmus Kamp  (1873 - 1957)

(Berkenwoude 12 feb. 1873 - Den Haag 1 aug. 1957), ingenieur. Was, na in 1899 te zijn afgestudeerd aan de PS in Delft, van 1904-1925 vertegenwoordiger van de Hollandsche Beton Maatschappij in Santiago de Chile. Sinds 1926 werkte hij als hoofdingenieur bij de Dienst der ZZW in Den Haag en schreef: De afsluitingswerken der Zuiderzee (1931). 

Hermann Carl Anton van Kampen  (1881 - 1946)

(Amsterdam 17 sep. 1881 - Bussum 10 jan. 1946), uitgever. Was sinds 1907 lid van P.N. van Kampen, uitgevers te Amsterdam. Groot kenner en beoefenaar van de zeilsport en ontwerper van zeiljachten. Sinds de oprichting in 1927 hoofdredacteur van De Waterkampioen. Schreef onder meer: De zeilsport (1923), Schepen die voorbij gaan (1927), Nederland als waterland (fotoboek; 1928), De Zuiderzee en de watersport (1932) en Het water op!

Paulus Johannes Kapteijn  (1855 - 1910)

(Zevenhoven 23 sep. 1855 - Almelo 17 juli 1910), ingenieur. Studeerde in 1877 af als civiel ingenieur aan de Polytechnische School in Delft en werkte bij Publieke Werken in Amsterdam, laatstelijk als onderdirecteur. Was daarna ingenieur en voorzitter van het in 1884 opgerichte waterschap De Regge in Almelo. Van zijn publicaties noemen we: Algemeene regelen voor de verbetering van de Regge en van de vertakkingen welke bij hooge standen water uit de Schipbeek aanvoeren (1893) en De Reggeverbetering (1897). 

Gerrit Karsten  (1893 - 1955)

(Zwaag 15 nov. 1893 – Amsterdam 20 aug. 1955), taalkundige, leraar. Studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde daar in 1931 op: Het dialect van Drechterland (2 dln., 1931-1934). Was leraar aan de gemeentelijke kweekschool in Amsterdam. Schreef in de periode van 1931-1953 tijdschriftartikelen en boeken over het West-Friese dialect en regionale plaats- en waternamen waaronder: De betekenis van `drecht` (1946), De plaatsnaam Pampus (1950) en Noordhollandse plaatsnamen (1951).

Cornelis Keijzer  (1878 - 1962)

(Barsingerhorn 30 juli 1887 - Alkmaar 29 jan. 1962), gemeenteambtenaar. Was sinds 1911 ambtenaar ter secretarie en van 1917 tot 1952 secretaris van de gemeente Anna Paulowna, sinds 1952 ereburger. Schreef het boek: De Anna Paulownapolder 1846- 1946 (met H. Jonker; 1946). 

Wiebe Henricus Keikes  (1922 - 1998)

Henricus (Leeuwarden 27 jan. 1922 - Zierikzee 9 jan. 1998), archivaris. Was van 1947 tot 1958 werkzaam bij de provinciale archiefinspectie in Friesland, tot 1961 streekarchivaris van Brabants Westhoek en tot 1968 van Noordoost-Friesland. Daarna was hij tot 1987 gemeentearchivaris en conservator in Zierikzee. Samensteller van diverse archiefinventarissen en schrijver van vele artikelen over de regionale geschiedenis en het historisch erfgoed van Friesland, West-Noordbrabant, Schouwen Duiveland en Zierikzee. Bijzonder is: Tot keringe der wateren; dijkverkenningen langs de vaderlandse kuststrook (9 dln.; 1977-1979).

Jacob van de Kerk (1910 - 1996)

(Haarlem 30 dec. 1910 - Oosterbeek 2 juli 1996), ingenieur. Studeerde weg- en waterbouwkunde aan de MTS te Haarlem en slaagde in 1936 met lof als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sinds 1937 bij RWS, aanvankelijk bij het arrondissement Noordzeekanaal, in 1945/46 bij de Dienst Droogmaking Walcheren en bij de Dienst Dijkherstel Zeeland na de Februariramp van 1953. Volgde in 1961 A.G.Maris op als DG van de RWS en werd bij zijn pensionering in 1974 opgevolgd door J.W.Tops. Zijn meest bekende publicatie is Zestig jaren veranderingen in de organisatie van de Rijkswaterstaat 1920-1980 (1985). 

Bernard Johan Kerkhof (1879 - 1955)


(Wisch 7 mei 1879 - De Bilt 25 aug. 1955), wegenbouwkundige, schilder. Hij begon als opzichter, later als technisch ambtenaar bij RWS. Hij was vervolgens directeur van verschillende bedrijven in de wegenbouw. Hij was daarnaast een erkend schilder/tekenaar van landschappen en stillevens en ontwerper voor de plateelfabriek Rozenburg in Den Haag. Hij schreef enkele leerboeken voor het technisch onderwijs w.o.

Illustratie: Tijdens het diner ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Handelssociëteit te Utrecht in het Hotel des Pays Bas (foto F.F. van der Werf, via  Utrechts Archief )

Herman Joseph Nicolaas Hubert Kessener  (1882 - 1959)

(Roermond 1 mrt. 1882 -Den Haag 5 aug. 1959), ingenieur. Hij studeerde in 1908 af als scheikundig ingenieur aan de TH in Delft en deed van 1908-1912 onderzoek naar mogelijkheden van zuivering van het afvalwater uit de strokarton- en aardappelmeelfabrieken te Sappemeer en Foxhol. Dit leidde in 1920 tot de oprichting van het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA) te Voorburg waarvan hij de eerste directeur werd. De door hem uitgevonden Kessener-borstel in het belucht-slibproces kreeg grote bekendheid. Naast publicaties in buitenlandse tijdschriften schreef hij: De zuivering van het afvalwater ten plattelande (1941). 

Frans Ketner  (1905 - 1987)

(Rotterdam 2 dec. 1905 - Utrecht 20 feb. 1987), archivaris. Studeerde geschiedenis aan de RU van Utrecht en promoveerde daar in 1932. Werkte bij het RA in Utrecht, sinds 1959 als hoofdchartermeester en was tot 1971 docent aan de RU. Schreef in de periode van 1952-1974 vele artikelen over de geschiedenis van stad en bisdom Utrecht, met name archivalische, biografische en etymologische bijdragen. We noemen: Amsterdam en de binnenvaart door Holland in de 15e eeuw (1943-1944) en het boek Handel en scheepvaart van Amsterdam in de 15e eeuw (1946). Zeer verdienstelijk was hij met de voltooiing van het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301 (5 dln.; 1920-1958). 

Johannes Keuning  (1881 - 1958)

(Usquert 4 aug. 1881 - Schiedam 7 juli 1957), historisch-geograaf, leraar. Was onderwijzer te Makkum, Exmorra, Cornwerd en Hollum, leraar aan de ambachtsschool te Groningen en vele jaren leraar aardrijkskunde in Schiedam. Publiceerde over de geschiedenis van de cartografie, atlassen en kaartenmakers en over regionale historische geografie w.o. De toestand van den Maasmond in de 16de en het begin der 17de eeuw (1918).

Jentje Johan Kleefstra  (1860 - 1929)

(Sneek 28 jan. 1860 - Barchem 7 mrt. 1929; begr. Driehuis Westerveld), pedagoog, schrijver. Begon als onderwijzer in Lemmer en manifesteerde zich als een pionier in de onderwijsvernieuwing. Nam in 1893 de leiding van een kostschool over in Hilversum en stichtte daar in 1897 de Brinioschool. Tot 1909 was hij er directeur, daarna in Den Haag en Lochem. Schreef sinds 1880 muziek, poëzie en boeken over pedagogiek en wiskunde. Verder schreef hij: Een vacantie op de Friesche wateren (1910) en Avonturen te land en te water (1925).

Frederik Johannes Kleijn  (1819 - 1898)

(Rotterdam 19 okt. 1819 - Rotterdam 30 jan. 1898), fabrikant, lokaal historicus. Was tegelfabrikant in Delfshaven met grote belangstelling voor de geschiedenis van zijn geboorteplaats. Schreef: Beschrijving en geschiedenis van Delfshaven, benevens die van Schoonderloo en het slot Spangen (1873, herdruk 1970). 

Jacobus Lambertus Klein  (1907 - 2005)

(Edam 20 april 1907 - Voorburg 22 mei 2005), ingenieur, hoogleraar. Was, na in 1930 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, een jaar in dienst van het WL in Delft. Van 1931 tot 1936 was hij werkzaam bij PW van Amsterdam. Vervolgens was hij tot 1972 in dienst van PWS van Zuid-Holland, sinds 1952 als HID en enige jaren later hoofddirecteur van PWS en PPD samen. Daarnaast was hij sinds 1954 buitengewoon hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft voor het vak polders en van 1960 tot 1969 ook civiele planologie. Hij was lid van onder meer de Commissie Inrichting Deltawerken, de Oosterscheldecommissie en de Raad van de Waterstaat. Hij schreef o.m.

  • Reactie op kritiek van Prof. Thijsse op het voorlopige rapport betreffende stormvloedstanden op de benedenrivieren (1940)
  • Wisselende aspecten van ons polderwezen (1954)
  • Randstad en delta (1956)
  • Collegdiktaat polders (1968)
  • De tweede waterkeringen in Nederland (1971)

Izaak Leendert Kleinjan (1900 - 1967)

 (18 oktober 1900 - 17-11-1967), ingenieur, afgestudeerd an de TH Delft in 1924 en in 1927 benoemd bij RWS. Medewerker van Studiedienst Benedenrvieren, later HiD, van de directie Overijssel/Drenthe (1951-1958) en daarna van de directie Bovenrivieren in Arnhem (1959-1965). Hij is in 1958, gelijk met Johan van Veen benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Jan van der Kley  (1921 - 1981

(Uffelte 22 juli 1921 - Uffelte 8 mei 1981), ingenieur. Studeerde in 1947 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte vele jaren bij de Directie Algemene Dienst van RWS, later als hoofdingenieur bij de Hydrometrische Afdeling van de Directie Waterhuishouding en Waterbeweging in Den Haag. Was sinds 1969 werkzaam als wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de TH in Delft. Schreef in de periode 1964-1974, naast enkele artikelen op archeologisch gebied, onder meer: Het ontstaan en de geschiedenis, de functie en de betekenis van de waterstaatskaart en de kartografische aspecten ervan (1965), het boek Vaarwegen in Nederland; een beschrijving van de Nederlandse binnenvaartwegen (1967) en het leerboek Polders en dijken (met H.J. Zuidweg; 1969). Hij schreef ook

Doeke Kloppenburg  (1878 - 1963)

(Burum 20 maart 1878 - Groningen 12 dec. 1963), landbouwer, waterstaatshistoricus. Was werkzaam als boer te Oldehove, later te Grijpskerk. Maakte als lid van PS van Groningen uitvoerige studie van de waterstaatstoestand en schreef daarover: De waterstaatkundige ontwikkeling van het Westerkwartier (1945), De waterstaatkundige ontwikkeling van de omgeving der stad Groningen (1950), Niveauveranderingen gedurende onze jaartelling in verband met de waterstaatkundige ontwikkeling van ons land, in het bijzonder die der provincie Groningen (1952) en De waterstaatkundige ontwikkeling van Nederland (1954). 

Kluit

Marie Elisabeth Kluit  (1903 - 1977)

(roepnaam: Lili; Utrecht 14 feb. 1903 - Deventer 3 feb. 1977), archivaris, historica. Na de middelbare school bekwaamde zij zich door zelfstudie en was enige tijd lerares te Bloemendaal en Kampen. Daarna was ze werkzaam bij de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en promo­veerde in Utrecht. In haar werk springt het biografisch element naar voren, zoals in Nederland in den goeden ouden tijd (1942), het reisverslag van Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp in 1823.

Gerrit Hendrik Knap  (1898 - 1977)

(roepnaam: Ger; Harderwijk 24 nov. 1898 - Amstelveen 11 feb. 1977), journalist. Redigeerde en schreef een aantal boeken over de havens en scheepvaart van Amsterdam, w.o. Vijfenzeventig jaar Noordzeekanaal (1951), Amsterdamse Rijnvaart; het nieuwe Amsterdam-Rijnkanaal (1952), Havenboek Amsterdam (1969), alsmede het gedenkboek Een eeuw waterstaatswerk in Nederland (1953). 

Johann Hermann Knoop  (1706 - 1769)

(Kassel 1706 – Amsterdam 1769), geleerde (autodidact). Was in Leeuwarden achttien jaar werkzaam als hovenier op Mariënburg, de buitenplaats van Prinses Maria Louise, weduwe van Johan Willem Friso. Kreeg bekendheid als promotor van de teelt en consumptie van aardappelen. Ontwikkelde zich als schrijver van leerboeken op het gebied van pomologie, tuinkunst, wiskunde, astronomie en geografie. We noemen: Tegenwoordige staat of historische beschrijving van Friesland 

Gommert Abraham de Kok   (1924 - 1985)

(Goes 9 mei 1924 - Middelburg 28 dec. 1985), journalist, publicist. Begon zijn loopbaan in 1947 bij de Provinciale Zeeuwse Courant, waar hij van 1961-1978 als hoofdredacteur werkzaam was. Daarna was hij tot 1985 hoofdredacteur van de Haagsche Courant (Sijthoff-bladen) in Den Haag. Was een bekend commentator op radio en TV over politieke en bestuurlijke zaken en een actief vertegenwoordiger van de publiciteitsmedia. Publiceerde vanaf 1955 vele artikelen, vooral in Zeeuws Tijdschrift, over land en volk van Zeeland. Van zijn boeken noemen we: Ontworsteld Land; over zee, land en Zeeuw (met M.C. Verburg;1960) en Kenterend Getij (met M.P. de Bruin en M.C. Verburg; 1970) 

Willem Arnoldus Kok  (1845- 1916)

(Rotterdam 21 mei 1845 - Den Haag 18 okt. 1916), marineofficier. Nam in 1864 als adelborst deel aan de vermaarde zeeslag in de Straat van Shimenosaki (Japan). Zijn enige bekende publicatie is: De waterwerken aan den Nieuwen Maasmond (1881). Hij werd gepensioneerd als luitenant ter zee der 1e klasse en was een verdienstelijk kunstschilder.

Arnoldus Catharinus Kolff (1886 - 1970)

(Middelharnis 18 nov. 1886 - Oosterbeek 4 apr. 1970), ingenieur. Was, na in 1911 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, vele jaren werkzaam als hoofdingenieur bij het Hoogheemraadschap van Delfland en daarna bij de PWS van Groningen. Schreef o.m. Rapport over de kustverdediging van Delfland ten noorden van Scheveningen (1927) 

Marius Kolff   (1848 - 1931)

(Deil 24 jan. 1848 - Deil 28 jan. 1931), burgemeester, dijkgraaf. Was, na zijn studie rechten in Utrecht, aanvankelijk notaris, later burgemeester van Deil en dijkgraaf van de Tielerwaard en het waterschap van de Linge-Uitwatering. Schreef: De beneden-Linge en hare uitwatering; geschiedkundig overzicht (1924). .

Willem van Konijnenburg (1897 - 1979))

(zoon van E.v.Konijnenburg; Den Bosch 8 mrt. 1897 - Rotterdam 20 aug. 1979), ingenieur, leraar. Hij studeerde in 1920 af aan de TH in Delft, schreef in 1928  Eenige opmerkingen betreffende het stichten of ombouwen van polderbemalingen en promoveerde aldaar in 1929 met lof op Het beheer onzer waterschappen uit een economisch oogpunt beschouwd. Hij was tot 1942 werkzaam bij de Directie der Domeinen voor landaanwinningswerken te Ulrum. Voor zin vertrek naar Canada schreef hj nog: Onderzoek naar de mogelijkheid en de methode van Landaanwinning op het verdronken land van het Markiezaat van Bergen op Zoom. Hij verbleef van 1951 tot 1959 in Canada en was daarna werkzaam als leraar aan het Thomas More college in Den Haag

Andries Korff   (1885 - 1963)

(Den Helder 18 april 1885 - Bloemendaal 30 aug. 1963), ambtenaar. Werkte als ambtenaar bij de posterijen in Den Haag, Hengelo, Arnhem, Eindhoven, Amby en Haarlem, laatstelijk in de rang van referendaris. Schreef als gepensioneerde over zijn geboorteplaats: Beknopte geschiedenis van Huisduinen en Den Helder (1958). 

Dirk Kooiman (1877 - 1940)

Dirk (Bovenkarspel 5 dec. 1877 - Purmerend 4 sep. 1940), burgemeester, dijkgraaf. Autodidact; was burgemeester van Wormer en Purmerend, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en gedeputeerde van waterstaatszaken in Noord-Holland. Tijdens zijn laatste levensjaar was hij dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier. Van jongs af bekend als schrijver van een aantal juridische werken w.o. Handboek voor besturen, beambten en ingelanden van waterschappen in de provincie Noord-Holland (1904) en Waterstaatswetgeving (5 dln., 1902-1921). 

Tjeerd Lodewijk Koolen (1911 - 1997)

(Ulrum 30 dec. 1911 - Groenlo 23 feb. 1997), waterbouwkundige. Was sinds 1931 werkzaam als technisch ambtenaar bij RWS en van 1944-1947 bij de Dienst Droogmaking Walcheren als chef van de tekenkamer. Tot zijn pensionering werkte hij als waterbouwkundige bij de Directie Overijssel. Schreef het zeer gedetailleerde artikel: De drooglegging van Walcheren (1946). 

Koomans, NT

Nicolaas Theodorus Koomans  (1894 - 1970)

(Zaltbommel 31 mei 1894 - Rotterdam 24 juli 1970), ingenieur. Hij werkte, na in 1919 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1925 voor de Hollandsche Beton Maatschappij in NOI. Hij was daarna werkzaam bij het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam, van 1932 tot 1959 als directeur. Hij verbleef in 1960 als adviseur voor havenaanleg in Iran. Schreef o.m. een hoofdstuk in de Technische Vraagbaak deel W: Zeehavens (1950). 

Illustratie: Uitsnede uit een groepsfoto bij het afscheid van ingenieur H.C.A. Boom in 1949 (via Archieven.nl)

Johan Kooper

Johan Kooper  (1876 - 1939)

(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van deze provincie.

Dirk Kerst Koopmans  (1906 - 1998)

(Oldelamer 7 okt. 1906 - Balk 5 mrt. 1998; begraven te Spanga), schilder, schrijver. Ontwikkelde zich, zonder enige voltooide beroepsopleiding, tot een erkend schilder en verdienstelijk schrijver die zijn werk van eigen illustraties voorzag. Woonde en werkte achtereenvolgens in o.m. Spanga, Buenos Aires, Montevideo, Oudemirdum en Balk. Veelzijdig grafisch kunstenaar, daarnaast schrijver en tekenaar van het Weststellingwerfse waterlandschap. Schreef o.m. De Scheene, het land van trekkers en trappers (1937), Een en ander over de oude veenderij (1941), Langs de Linde (1945) en Wind in het riet (1966). Zie ook: U.Dorhout. 

Sytze Koopmans  (1851 - 1890)

(Pingjum 28 mrt. 1851 - Warga 12 mrt. 1890), notaris. Was, na zijn studie rechten, van 1884 tot zijn vroegtijdige dood notaris te Warga. Schreef vanaf 1883 enkele historische artikelen w.o. De Middelzee in verbinding met den Fliestroom langs Bolsward (1890).

Jan Korf   (1920 - 2008)

(Amsterdam 10 jan. 1920 - Deventer 27 okt. 2008), jurist, cultuurhistoricus. Werkte, na in 1942 aan de UvA te zijn afgestudeerd in de rechten, bij de Provinciale Griffie in Arnhem. Was van 1967 tot 1972 hoofdirecteur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Voorburg. Schreef in de periode van 1947 tot 1984 over historisch erfgoed, monumentenzorg en regionale historische geografie, met name van de Zaanstreek en Gelderland. We noemen: Een brief van Leeghwater (1947), Gelders molenboek (1968) en Tieler en Bommelerwaarden 1327-1977; grepen uit de geschiedenis van 650 jaar waterstaatszorg in Tielerwaard en Bommelerwaard (1977). 

Pieter Jan Kostelijk  (1914 - 1993)

(Velsen 10 juli 1914 - Barchem 18 apr. 1993), medicus. Was, na zijn studie medicijnen aan de RU in Leiden, tot 1979 werkzaam als kno-arts in het toenmalige Sint Elisabeth Ziekenhuis aldaar. In het begin van de jaren vijftig was hij een jaar als arts werkzaam op het eiland Marken. Geboeid door de geschiedenis en het cultureel erfgoed van dit eiland, schreef hij onder meer: Het eiland Marken; geschiedkundig overzicht sedert de Middeleeuwen (1955). 

Feiko Koster  (1902 - 1947)

(Groningen 20 mrt. 1902 - Amsterdam 20 dec. 1947), publicist, natuurbeschermer. Was, na zijn opleiding aan de RHBS in Groningen, werkzaam als journalist in Zutphen en Amsterdam. Studeerde enige jaren sociologie aan de UvA. Was in 1920 mede-oprichter en eerste voorzitter van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurhistorie. Nam in 1927 het initiatief tot oprichting van de Club van Zuiderzeewaarnemers. Schreef vele artikelen en boeken w.o. Natuurmonumenten van Nederland (1940) 

Jacobus Antonius Maria Kramer   (1926 - 2011)

(roepnaam: Jaap; Heemstede 8 mrt. 1926 – Haarlem 13 jan. 2011), zeiler, jachtontwerper, schrijver. Veelzijdig man, ervaren zeiler, bekend in de wereld van de watersport en als ontwerper van verschillende typen zeil- en motorjachten. Was daarnaast ruim dertig jaar voorzitter van de Nederlandse Bond van Jacht Architecten. Schreef sinds 1965 talloze artikelen over watersport en jachtbouw en boeken, waaronder: Watersport van A-Z, encyclopedie voor de waterrecreatie (met W. de Bruijn; 1971). Met medewerking van de fotograaf Theo Kampa verschenen onder meer: Zwervend over de wadden (met W. de Bruijn; 1972), Groot IJsselmeerboek (1974), Nederland Waterkant (1975) en Zee Land (over de Deltawerken; 1976). Tenslotte het jubileumboek bij het Eeuwfeest van het Kon. Ned. Watersport Verbond: Het water op: vierhonderd jaar pleziervaart in Nederland (met F. Jorissen en J. Lengkeek; 1990).

Gerrit Ritske Kruissink  (1908 - 1998)

(pseudoniem: Wiebe Dijkstra; Enschede 13 aug. 1908 - Heelsum gem. Renkum 13 nov. 1989), museumdirecteur. Werkte, na zijn studie aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, enige jaren als journalist, als onderbibliothecaris van het CBS te Voorburg en als directeur van het Haags Instituut voor Volksontwikkeling. Was van 1957 tot 1973 directeur van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. Schreef o.m. Schokland's strijd tegen het water (1959), Zuiderzee; 117 foto's van het Rijksmuseum Zuiderzeemuseum te Enkhuizen (1961), Urk, eiland in de Zuiderzee (1962) en Verzen bij de vleet: gevangen bij het vissen naar dicht en rijm op de wateren en langs de oevers van de voormalige Zuiderzee (1964). 

Jacobus Hendricus Kruizinga  (1913 - 1996)

(roepnaam: Jaap; Watergraafsmeer 23 juli 1913 - Amsterdam 11 sep. 1996), onderwijzer, folklorist, publicist. Was van 1934 tot 1978 onderwijzer te Amsterdam en maakte studie van folklore, regionale geografie, historische monumenten en geschiedenis van de hoofdstad. Was mede-oprichter en van 1957 tot 1981 voorzitter van de vereniging Ons Amsterdam. Schreef sinds 1937 honderden artikelen en enige tientallen boeken w.o. Watergraafsmeer, de geschiedenis van een polder (1971) en Amsterdam, stad der duizend bruggen (1973) dat bekroond werd met de ANWB-prijs

Wilhelmus Franciscus Johannes Marie Krul (1893 - 1982)

(Breda 4 dec. 1893 - Den Haag 4 nov. 1982), ingenieur, hoogleraar. Trad, na zijn opleiding aan de KMA in Breda, in 1921 in dienst van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening (sinds 1940 RID) in Den Haag, van 1922 tot 1958 als directeur. Werd in 1947 benoemd tot hoogleraar in de drinkwatervoorziening aan de TH in Delft. Schreef diverse tijdschriftartikelen over de winning en behandeling van drinkwater alsmede Geo- en hydrologische beschouwingen betreffende de provincies Noord-Brabant en Zeeland (met J.F.Steenhuis; 1922-1924). Zie ook: W.H.van Marle. 

Sjirk Frans Kuipers  (1917 - 2000)

(Leeuwarden 1 okt. 1917 – Zutphen 5 juni 2000; begraven in Gorssel), ingenieur, bodemkundige. Studeerde in 1946 af als landbouwkundig ingenieur aan de Landbouwhogeschool in Wageningen en trad in dienst van de Stichting voor Bodemkartering, belast met het karteringsgebied van Schouwen-Duiveland, Tholen en de knipgronden van Friesland. Was van 1948-1963 werkzaam als Rijkslandbouwconsulent in Bennekom. Promoveerde in 1960 in Wageningen op: Een bijdrage tot de kennis van de bodem van Schouwen-Duiveland en Tholen naar de toestand vóór 1953. Werd in 1963 benoemd in de directie van de Rijks Landbouwschool in Deventer. Na zijn vervroegd pensioen in 1975 wijdde hij zich aan historisch-geografisch onderzoek. Van zijn publicaties in de periode van 1948-1994 noemen we: Enkele luchtfoto-aspecten van Schouwen en Duiveland (1948), Bodemkunde (1956), Dammen en dijken uit de elfde en twaalfde eeuw in de polder Schouwen (1982) en Bergen en burgen op Schouwen-Duiveland (1984). Ref.: F. Beekman. In memoriam dr. Ir. S.F. Kuipers (2000)

Wim Kuyper  (1876 - 1939)

Amsterdam 12 aug. 1910 – Amsterdam 14 dec. 1998), architect, publicist. Veelzijdig geïnteresseerd man die, naast zijn beroep als binnenhuisarchitect, een fervent zeiler, fotograaf en schrijver was. Schreef in de periode van 1948-1997 over de restauratie en inrichting van oude zeilschepen, de zeilsport en de vergane glorie van de Zuiderzeevisserij. Zijn meest bekende boeken zijn: Woonschepen (1948),  Zwervend langs het IJsselmeer; heden en verleden van het hart van Nederland (1978) en Omzwervingen langs de oude Zuiderzee (1984). Als medewerker aan het tijdschrift Spiegel der Zeilvaart schreef hij ook daarin tientallen artikelen.

Piet de Kuyper  (1876 - 1939)

(Middelburg 5 feb. 1925 - Groningen 18 januari 2009), waterbouwkundige. Werkte van 1950 tot 1986 bij de Directie Groningen van RWS. Tot 1971 was hij hoofd van de dienstkring Delfzijl, opgevolgd door J.T. Kerkhof. Van 1971 tot 1975 was hij redacteur van het tijdschrift OTAR, waarin hij zelf schreef: Een nieuw hefdeursysteem in het benedenhootd van de dubbele sluis te Canstatt a d Neckar (1960), De Eemshaven (1968) en Schiermonnikoog (1971). 

Berend Albertus Kwast  (1870 - 1936)

(Schildwolde 11 nov. 1870 - Groningen 17 okt. 1936), leraar, geograaf. Was onderwijzer te Enschede, Arnhem en Groningen en sinds 1906 leraar aan de Handels HBS aldaar. Schreef verschillende aardrijkskundige leerboeken en verzorgde de 28e-35e herdrukken van de Bos-atlassen. Redigeerde de serie Nederland in Woord en Beeld w.o. Een gezicht op Walcheren en den Westkappelschen zeedijk,  Het badstrand bij Scheveningen, Visschershaven te IJmuiden en De haven van IJmuiden (1925).

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS