Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
V
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een scan van de publicatie
Vandersmissen

Hans Vandersmissen  (1876 - 1939)

(bijnaam: Smis; Rotterdam 29 oktober 1950 - Witmarsum 12 okt. 2009), publicist. Studeerde enige jaren geschiedenis aan de RU van Leiden, waarna hij in 1973 debuteerde als schrijver over zeezeilen. Was als columnist verbonden aan het tijdschrift Schuttevaer en schreef vele artikelen voor de Waterkampioen, Spiegel der Zeilvaart en Maritiem Journaal. Voer als zeezeiler liefst zonder motor noch enig comfort en schreef daarover in kleurrijke taal. Begon in 1994 in Witmarsum zijn redactiebureau De Walrus. Zijn meest bekende boeken zijn: Kustzeilen met kleine jachten (1982), Maritiem; Nederlanders en de zee (1983), Ophogen en uitdiepen, tien eeuwen Nederlands baggerbedrijf (1986), Watersnood 1995 (1995), Wat doet een waterbouwer? (1996), Het woelige water; watermanagement in Nederland (1998), Redders; 175 jaar KNRM (met S. Zeeman; 1999) en Waterwerk; het maritiem bedrijf als moeder van de welvaart (2000), Het grote baggermolenboek : ontstaan en ontwikkeling van de emmerbaggermolen (2011, posthuum uitgegeven, met Arend Dekker en Jaap Stam).

Illustratiebron: www.zeilen.nl oktober 2014 

.

Augustus Johannes Veenendaal   (1899 - 1985)

(Soest 14 november 1899 - Den Haag 23 januari 1985), leraar, historicus. Begon in 1917 als onderwijzer in Treebeek, later in Den Haag. Was sinds 1933 leraar Nederlands en geschiedenis aan het Eerste Christelijk Lyceum te Haarlem. Hij promoveerde aan de RU van Utrecht op: De Zuidelijke Nederlanden tijdens de Spaanse Successieoorlog (1945). Van 1949 tot zijn pensionering in 1964 was hij werkzaam bij het Bureau der Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis (thans Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis), sinds 1951 als directeur. Van zijn publicaties noemen we: De Fossa Eugeniana (1956)

John van der Vegt  (1832 - 1912)

(Bolsward 6 juni 1832 - Den Haag 7 juli 1912), ingenieur. Werkte, na te zijn afgestudeerd aan de PS in Delft, als ingenieur van de Waterstaat in Hoorn, later in Brielle. Van 1875 tot 1908 was hij de eerste hoofdingenieur van de PWS in Zuid-Holland, opgevolgd door J.M.W. van Elzelingen. Schreef van 1865-1897 verschillende rapporten waaronder: Memorie nopens den vroegeren en tegenwoordigen toestand van Vlieland, van de Vliehors, van het Eijerlandsche Gat en van de zeegaten der Zuiderzee in het algemeen (1865), Verbetering van den waterweg tusschen Amsterdam en Rotterdam (met J.F.W. Conrad; 1878) en De binnenscheepvaartkanalen in Zuid-Holland (1897). .

Gerardus Azings Venema (1808-1873)

(Sappemeer 26 mrt. 1808 - Groningen 30 nov. 1873), burgemeester, regionaal historicus. Veelzijdig autodidact, gaf reeds op jeugdige leeftijd wintercursussen in rekenen en zeevaartkunde aan schippers uit de veenkoloniën. Werd op zijn achttiende turfmeter in Heerenveen, later landmeter bij het kadaster. In Winschoten werd hij ijker van maten en gewichten, wethouder, lid van Provinciale Staten en burgemeester. Tenslotte was hij chef-ijker te Groningen voor de gehele provincie. In 1864 verleende de universi­teit van Groningen hem een eredoctoraat. Schreef over geografie, bodemdaling, landaan­winning, ontginning, landmeten en waterpassen w.o. Over het dalen van de noordelijke kuststreken van ons land (1854), De hooge venen en het veenbranden (1855) en Beschou­wingen van de veelzijdige voordeelen van eene inpoldering van een gedeelte van den Dollard (1856). 

IIlustratiebron: https://genealogiegroningen.nl/winschoten/burgemeesters-te-winschoten-1825-1962

Anton Verbraeck   (1921 - 2005)

(roepnaam: Ton; Amsterdam 20 mrt. 1921 - Arnhem 12 okt. 2005), geoloog. Werkte, na in 1949 als geoloog te zijn afgestudeerd aan de RU van Leiden, enige jaren bij Shell en van 1957 tot 1986 als geoloog bij de Rijks Geologische Dienst in Haarlem. Verrichtte vele geologische opnamen voor de Geologische Kaart van Nederland en schreef onder meer: Geologie van de Tielerwaard (1961), Leer uzelf archeologie (1970), Teunis Vink en de Hollandse en Utrechtse veengebieden (1988) en De Rijn aan het einde van de laatste ijstijd (1990). 

Cornelis Anthonie Verheij,   (1855 - 1943)

(Groot-Ammers 21 dec. 1855 – Dordrecht 30 april 1943) schreef: Statistieke opgave en beschrijving van de Alblasserwaard met Arkel beneden de Zouwe (met L.A. Langeveld; 1893)

Verhey

Bastiaan Adrianus Verhey (1883 - 1947)

(Den Helder 2 mei 1883 - Amersfoort 7 okt. 1947), ingenieur. Werkte, na in 1904 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, van 1908 tot 1916 bij de marine. Richtte in 1917 met A.W.C.Dwars en A.Groothoff te Rotterdam een ingenieursbureau op waaruit DHV te Amersfoort is ontstaan. Was, als opvolger van A.W.C.Dwars, van 1934 tot zijn dood directeur van DHV. Schreef o.m. Dijkverzwakkingen bij stormvloed (met J.W.Thierry; 1918). 

Illustratiebron: website HaskoningDHV - founding fathers 

Cornelis Johannes Verhey  (1917 - 1966)

(roepnaam: Jankees; Dordrecht 11 jan. 1917 - Dordrecht 13 aug. 1966), bioloog, leraar, natuurkenner. Was, na zijn studie biologie (1937-1945) aan de RU te Leiden, leraar biologie aan het gemeentelijk lyceum te Dordrecht. Schreef verscheidene artikelen in De Levende Natuur o.m. over het Eiland van Dordrecht en de Biesbosch, m.n. over zeevissen en watervogels. Voorts: Tussen Merwede en Amer: een beschrijving van de Biesbosch (met H.A.Schönhage; 1949), De Avifauna van  de Biesbosch (1954) en Het ontstaan van de Sliedrechtse Biesbosch (1961). Zie ook: T.Lebret. 

Hendrik Verheij  (1934 - 2013)

(roepnaam: Henk; Vlissingen 2 okt. 1934 - Zierikzee 9 nov. 2013), waterbouwkundige. Volgde zijn opleiding aan de HTS in Vlissingen en werkte van 1953 tot 1997 bij RWS in de dienstkringen Terneuzen, Vlissingen, IJmuiden en Zierikzee, laatstelijk als hoofd van de dienstkring Deltakust. Was, als opvolger van B. Hakkeling, van 1975-1993 hoofdredacteur van het tijdschrift OTAR en sinds 1980 van het Jaarboek Provinciale Waterstaat van Nederland. Schreef onder meer: Het Mark-Vlietkanaal (1981) en De stormvloedkering in de Oosterschelde (1986).

Bastiaan Verhoeven (1917 - 2001)

(Rijswijk NB 14 dec. 1917 - Ens 18 feb. 2001), bodemkundige, hoogleraar. Werkte, na zijn studie aan de LHS in Wageningen, als landbouwwetenschappelijk onderzoeker bij de Directie Wieringermeer (Noordoostpolderwerken), later bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders te Kampen. Promoveerde in 1953 op Over de zout- en vochthuishouding van geïnundeerde gronden. Was in de jaren zeventig hoogleraar aan de LHS te Wageningen. Schreef vooral over bodemkundige aspecten van landaanwinning en werkte mee aan het boek In het spoor van de pioniers; 35 jaar Noordoostpolder (1977). 

Verhoog

Pieter Hugo Gerardus Verhoog  (1893 - 1984)

(Amsterdam 11 jan. 1893 - Noordwijk 16 mei 1984), zeevaarder, schrijver. Was, na zijn opleiding aan de zeevaartschool, van 1910 tot 1953 werkzaam bij de Holland-Amerika Lijn, laatstelijk als commodore van de vloot en kapitein van de Nieuw-Amsterdam. Zijn belevenissen als stuurman, later als kapitein, verwerkte hij sinds 1924 in zijn romans zoals Van havens en zeeën (1932), De vliegende Hollander (1945),  een toneelstuk en zijn poëzie Wolken en Water (1937). Hij schreef ook: Langs havens en strand : de kust van België en Nederland (1956)

Illustratiebron: blogpost commodoreverhoog 

Jan Versluys  (1880 - 1935)

(Groningen 4 sep. 1880 – Amsterdam 1 mrt. 1935), hydrogeoloog, hoogleraar. Studeerde in 1905 af als mijnbouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft en promoveerde daar cum laude op De capillaire werkingen in den bodem (1916). Werkte van 1907-1912 als mijningenieur in Nederlands-Indië, van 1915-1919 als hydroloog bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening (RID) in Den Haag. Hij was, met J.F. Steenhuis, samensteller van de Hydrologische bibliographie van Nederland (1915-1919) en schreef 

Hij werkte van 1919-1924 in Nederlands-Indië als directeur van de gemeentelijke waterleiding in Soerabaja en ws van 1926-1927 tijdelijk hoogleraar in de praktische geologie aan de Technische Hogeschool in Delft en adviseur bij de aanleg van waterleiding in Suriname en op Curaçao.

Verwey

Jan Verwey   (1876 - 1939)

(Noordwijk aan Zee 12 mei 1899 - Schoorl 24 sep. 1981), bioloog, leraar, natuurbeschermer. Studeerde biologie te Leiden en promoveerde aldaar in 1926. Werkte van 1924 tot 1926 als leraar biologie te Middelharnis, tot 1931 als zoöloog in NOI en was van 1932 tot 1965 directeur van het Zoölogisch Station in Den Helder, het latere NIOZ op Texel. Schreef over watervogels en zeedieren en o.m. Resultaten van hydrografisch onderzoek in de Waddenzee (1950). Zie ook: G.W.Harmsen.

Illustratiebron: Levensberichten KNAW 

Vijverberg

Johannes Vijverberg  (1880 - 1965)

(Oosterland, Zld. 25 aug. 1880 - Schuddebeurs 15 apr. 1965), onderwijzer, natuurkenner. Was korte tijd onderwijzer in Rotterdam en Haarlem, daarna schoolhoofd te Noordgouwe op Schouwen. Was sinds 1908 een fervent fotograaf van zee- en watervogels en illustreerde daarmee zijn artikelen in De Levende Natuur, Ardea en Natura en enkele vogelboeken. Was erelid van de Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland.

Illustratiebron: encyclopedievanzeeland.nl 

Vinje

Joannes Jacobus Vinjé (1928 - 2013)


(roepnaam: Jo; Scherpenisse 24 december 1928 - Lelystad 10 april 2013), ingenieur. Werkte, na in 1955 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, van 1957 tot 1990 bij het WL, van 1968 tot 1985 als hoofd van het Laboratorium De Voorst. Schreef in de periode van 1966-2008 diverse onderzoeksrapporten en enkele artikelen in De Ingenieur, Land en Water en Weg- enWaterbouw, waaronder: De afsluiting van het Haringvliet (met F. Spaargaren; 1971). 

Illustratiebron: www.waterloopbos.net 

Hendrik Adolph Visser  (1920 - 2008)

(Papendrecht 6 jan. 1920 - Arnhem 5 mei 2008), ambtenaar, regionaal historicus, molendeskundige. Studeerde aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam en was van 1949-1979 werkzaam als directeur van de N.V. Alblasserdamse Waterleiding. Hij schreef in de periode van 1946 tot 1992 vele artikelen over regionale geschiedenis en cultuurhistorisch erfgoed, met name in het Kwartaalblad van de Historische Vereniging West-Alblasserwaard en in het jaarboek Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Van zijn boeken noemen we: Zwaaiende wieken; over de geschiedenis en het bedrijf van de windmolens in Nederland (1946) en Papendrecht, dorp aan de rivier; beschrijving van een Zuid-Hollands dijkdorp (1963). 

Jacobus Cornelis Visser (1909 - 1990)


(Kruiningen 31 aug. 1909 - Zeist 6 nov. 1990), waterbouwkundige. Werkte sinds 1931 bij de directie Sluizen en Stuwen van RWS te Utrecht, vervolgens op Terschelling, in Den Helder - waar hij in de jaren vijftig de leiding had over de uitbreiding van de marinehaven - en te Alkmaar. Was daarna werkzaam als hoofdwaterbouwkundige bij de Grontmij in De Bilt. Was een productief schrijver die uitstekende artikelen schreef in OTAR zoals: De schutsluis c.a. te Wijk bij Duurstede (met B.Hakkeling; 1939) en De Noordzeekust van Vlieland (1946). Schreef ook enige monografiëen: Rijshout-, riet- en stroconstructies (1953) en het bekende boek Asfalt in de waterbouwkunde (1955), dat diverse herdrukken beleefde.
VisserMF

Maurits Frans Visser  (1875 - 1949)

(Nieuwe Niedorp 5 dec. 1875 - Wageningen 18 dec. 1949), landbouwkundig ingenieur, hoogleraar. Werkte, na zijn opleiding aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen en de universiteit van Halle, als directeur van N.V.Visser's Landbouwkantoor te Amsterdam. Was van 1918 tot 1948 hoogleraar in de landbouwwerktuigen, afwatering en polderbemaling aan de LHS te Wageningen. Schreef o.m. Polderbemaling (1912), De overstrooming en onze verdediging ertegen (1916), Het onderwijs in kennis van landbouwwerktuigen, de polderbemaling en de afwateringen van den bodem (1918),  De Hollandsche molen en de windbemaling (1926), Bedijkingen voorheen en thans (1941) en Bemaling der Zuiderzeepolders (1965)

Illustratiebron: Informatieblad stichting Historisch Niedorp 1 mei 2007

 

Alida Wilhelmina Vlam (1909 - 1999)

(Hoorn 6 juli 1909 - Wageningen 17 feb. 1999; sinds 1953 gehuwd met C.H. Edelman), geomorfologe. Studeerde sociale geografie in Utrecht en promoveerde aldaar in 1942 op Historisch-morfologisch onderzoek van eenige Zeeuwsche eilanden.  Was van 1942 - 1948 werkzaam bij de Studiedienst Benedenrivieren van RWS. Had kort een verhouding met Johan van Veen. Was sinds 1948 werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering te Wageningen. Schreef diverse artikelen over het ontstaan van de Nederlandse kust, de zeegaten en riviermonden w.o. 'Resultaten van een onderzoek naar de kaarten van het zeegat van het Vlie van de 16e eeuw tot 1800' (1936), 'De veranderingen in den mond van de Wester­schelde van het begin der 16e eeuw tot omstreeks 1800' (1942), 'Bijdragen tot de geschie­denis van de Schelde' (1944) en 'Voorlopers van de bodemkartering' (1948).

Illustratie: oudbennekom. nl/ereleden 

Johannes Cornelis Vliegenthart (1876 - 1913)

(Delft,15 juli 1876 - Zierikzee, 29 oktober 1913) Ingenieur, studeerde aan de Polytechnische School, behaalde in 1899 het diploma van civiel ingenieur. Hij werkte korte tijd bij Rijkswaterstaat, eerst in Hoek van Holland, later in Hansweert. In november 1901 ging hij naar noord China voor de verbetering van de vaarweg naar de stad Tientsin (Tianjin), de Hai-rivier met de  Taku banken ervoor. Dit werk stond onder leiding van de Hai Ho Conservancy Commission. Hij bekleedde daar de rang van hoofdingenieur. Na een kort verlof in Nderland keerde hij enkele jaren terug naar Tianjin, maar kort daarna kreeg hij de gelegenheid Jhr. R.R.L. de Muralt op te volgen als ingenieur van het Waterschap Schouwen. (De Muralt was kamerlid geworden). Hij had toegezegd voor het KIvI een verslag te maken over zijn werk in China, maar door zijn onverwacht overlijden is daar niets van terecht gekomen. 

Jan Vlieger  (1876 - 1939)

(Amsterdam 20 jan. 1911 - Nieuwehorne 14 feb. 1993), bosbouwkundig ingenieur, natuurbeschermer. Werkte, na in 1938 te zijn afgestudeerd in de Nederlandse en koloniale bosbouw aan de LHS te Wageningen, bij Staatsbosbeheer in Utrecht, sinds 1942 als houtvester te Leeuwarden en van 1966 tot 1976 als HID van Landinrichting Noord Nederland. Was van 1946 tot 1982, met onderbrekingen, bestuurslid van It Fryske Gea en werd bij zijn afscheid tot erelid benoemd. Schreef o.m. Over hoog- en laagveenassociaties (1938), Het botanisch onderzoek van het Naardermeer (met E.M.van Zinderen Bakker; 1940), De toekomst van het Lauwerszeegebied (1963) en Het Friese Landschap (1980). Zie ook: G.Kruseman. 

Izaak Vogelzang  (19030 - 2010)

(roepnaam: Jacques; Arnhem 8 jan. 1930 - Amsterdam 6 dec. 2010), cultureel antropoloog, leraar. Studeerde sociale geografie aan de RU Utrecht en promoveerde daar in 1956 op De drinkwatervoorziening van Nederland voor de aanleg van de drinkwaterleidingen. Was sinds 1957 leraar aardrijkskunde in Arnhem en van 1976 tot 1995 rector van Het Nieuwe Lyceum te Hilversum. Daarnaast was hij in 1983 oprichter en tot 2004 voorzitter van de Vereniging Vrienden Etnografica. 

Volbeda

Bertus Volbeda  (1926 - 2010)

(roepnaam: Bert; Rotterdam 4 aug. 1926 - Assen 11 sep. 2010), ingenieur. Na in 1950 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, werkte hij tot 1970 bij de Provinciale waterstaat van Friesland. Na functies bij de Ned. Heidemij. in Arnhem en DHV in Amersfoort, was hij van 1976 tot 1988 HID van de Provinciale waterstaat van Drenthe. Van zijn publicaties noemen we: Het J.L. Hooglandgemaal te Staveren (1968). 

Illustratiebron: http://www.volbedapw.nl 

VolkerA

Adriaan Volker  (1917 - 2000)

(Rotterdam 3 juli 1917 - Zoetermeer 3 sep. 2000), ingenieur, hoogleraar. Hij bracht een deel van zijn jeugd door in Le Havre en studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH te Delft. Werkte daarna tot 1956 bij de Dienst der ZZW in Den Haag. Bracht in 1954, met P.Ph.Jansen, advies uit over de inpoldering van de HachiroGata lagune in Japan. Hij werd in 1956 hoofd van de Dienst voor de Waterhuishouding van de DWW en droeg bij aan de activiteiten van de Commissie voor Hydrologisch Onderzoek TNO en de oprichting van de Dienst Grondwaterverkenning TNO. Hij was in 1957 mede-oprichter van het IHE en gaf tot 1992 colleges Polders en Hydrologie aan studenten uit ontwikkelingslanden. Hij was van 1965 tot 1982 buitengewoon hoogleraar hydrologie aan de TH te Delft en ontving in 1984 de International Hydrology Prize van de IAHS, Unesco en WMO. Schreef o.m.Geohydrologische gesteldheid van het oude land langs de Noordoostpolder, tussen Lemmer en Blokzijl (1948), Het randmeer langs de Veluwe (1954), De Afsluitdijk 1932-1982 (1982) en De twee belangrijkste uitdagingen in de geschiedenis van de waterbeheersing en de inpoldering in Nederland (1995) en was voorzitter van de commissie die het boek Leefbaar Laagland (1993) uitgaf.  Daarnaast schreeef hij 

Problèmes géohydrologiques des travaux du Zuiderzee (1963).

Filippus Volker  (1890 - 1969)

(Sliedrecht 31 juli 1890 - Den Haag 28 mei 1969), ingenieur. Hij was, na in 1916 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1955 in dienst van RWS. Werkte aanvankelijk bij het Noordzeekanaal en van 1928 tot 1935 bij de aanleg van het Julianakanaal, en was daarna tot 1946 als hoofdingenieur gedetacheerd bij PWS van Friesland. Hij was als zaakkundige belast met de verbetering van de Friese kanalen, als hoofdingenieur opgevolgd door A.Burger. Schreef o.m.

Johan Volkers (1904 - 1973)

(Zutphen 21 juli 1904 - Ruurlo 1 sep. 1973), ingenieur. Werkte, na in 1928 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enkele jaren bij het Waterschap de Regge te Almelo. Was sinds 1930 werkzaam bij RWS, achtereenvolgens te Brielle, Middelburg, Assen en Haarlem. Was in 1945 gedetacheerd bij de Dienst Droogmaking Walcheren. Volgde in 1962 P.Ph.Jansen op als HID van de Deltadienst en droeg deze taak bij zijn pensionering in 1969 over aan H.A.Ferguson.

Hendrik Willem Jacobus Volmuller   (1911 - 2001)

(Utrecht 16 okt. 1911 - Utrecht 22 nov. 2001), leraar, historicus. Werd in 1932 onderwijzer en behaalde in 1941 de akte MO-Geschiedenis bij Prof. J.M. Romein. Was van 1945-1976 leraar geschiedenis (later conrector) aan de Thorbecke Scholengemeenschap te Utrecht. Werkte vanaf 1945 mee aan Oosthoeks Encyclopedie en schreef enkele geschiedenisboeken w.o. Nijhoffs Geschiedenislexicon Nederland en België (1968). 

Franciscus Jacobus de Vos (1922 - 2014)

(Leiden 9 augustus 1922 – Hilversum 2 aug. 2014; begraven in Bloemendaal), ingenieur. Werkte, na in 1946 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft, in verschillende functies bij Rijkswaterstaat. Tot 1970 was hij in dienst van de Directie Benedenrivieren, de laatste jaren als hoofdingenieur in Bergen op Zoom. Daarna was hij tot 1984 werkzaam als Hoofdingenieur-Directeur van de Directie Noord-Holland. Enige publicaties: Zoetwatervoorziening Delfland (1947), Studiereis naar Frankrijk (getijdecentrales, 1948), Enige interessante meet- en regelinstrumenten in gebruik bij getijmodellen op het Lab. Dauphinois (Meypic) te Grenoble (1950),De Deltawerken (4 afleveringen in De Ingenieur; 1960), De Schelde-Rijnverbinding (met Jacob van de Kerk, G.N.N. Willems en H.A. Ferguson; 2 afl. in De Ingenieur; 1971), Voorhaven en tweede grote sluis IJmuiden (1971) en Het stoomgemaal te Halfweg (1986).

Vreugdenhil AC

Arend Cornelis Vreugdenhil  (1902 - 1980)

(Rotterdam 29 januari 1902 - Rotterdam 1 juni 1980), waterbouwkundige. Was, in dienst van GW van Rotterdam, als technisch ambtenaar nauw betrokken bij de bouw van de Maastunnel. Schreef daarover het boek De Maastunnel, voorgeschiedenis en bouw, bezetting en verzet, exploitatie en verkeer (1942, 1950).

Illustratie: Stadsarchief Rotterdam

Daniel Vreugdenhil  (1927 - 1997)

(roepnaam: Daan; Delft 2 juni 1927 - Velp 6 juni 1997), ingenieur. Was, na in 1952 te zijn afgestudeerd in de weg- en waterbouwkunde aan de TH Delft, werkzaam bij RWS in de directies Limburg, Gelderland, Zuid-Holland, Benedenrivieren en Bovenrivieren, in beide laatste als HID. Was daarnaast Rijnvaartcommissaris bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Schreef artikelen over o.m. oude scheepvaartkanalen, waterradmolens en waterkracht in Nederland en enkele biografiëen; een selectie hieruit werd postuum uitgebracht in Grepen uit de waterstaatsgeschiedenis (2000), waarin ook in het kort zijn levensloop. Ook droeg hij bij aan: Benedenrivieren in de jaren zestig : persoonlijke herinneringen van een hoofdingenieur-directeur..Hij schreef ook:  Plannen voor de rijkswateren : relatie beheersplan rijkswateren tot andere plannen en Waterstaat en infrastructuur in de periode 1750-1850.

Johannes Eliza de Vries (1898 - 1978)


(roepnaam: Jan; Hooge Zwaluwe 9 mei 1898 - Hoogeveen 8 feb. 1978), ingenieur, leraar. Studeerde in 1922 af als werktuigbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft en werkte tot 1928 als constructeur in de industrie. Was daarna tot 1964 werkzaam als leraar aan de MTS (later HTS) te Haarlem, van 1941 tot 1946 te Dordrecht. Schreef een aantal leerboeken voor het hoger technisch onderwijs en was één van de redacteuren van De Technische Vraagbaak, in het bijzonder ook van deel W: Weg- en Waterbouwkunde (met A.P.Potma en J.Th.Thijsse; 1951).

Matthijs de Vries (1930 - 2008)


roepnaam: Tijs; Leeuwarden 23 juni 1930 - Schiedam 10 juli 2008), ingenieur, riviermorfoloog, hoogleraar. Was, na in 1954 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij het WL. Onderzoeker en internationaal deskundige op het gebied van (bodem-)transportprocessen in rivieren. Promoveerde in 1966 op Applications of luminophores in sandtransport-studies . Was van 1974 tot 1995 hoogleraar in de vloeistofmechanica aan de TU in Delft. Schreef onder meer: De riviermodellen voor de Maas (1962), Over water en wind (inaugurele rede: 1975),  A sensitivity analysis applied to morphological computations (1985),  On the use of movable-bed models for river problems : A state-of-the-art (1990)

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS