Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
V
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een scan van de publicatie

Karel Ferdinand Valken (1920 - 2005)

(Bagoe NOI 1 juli 1920 - Aerdenhout 12 nov. 2005), ingenieur. Werkte, na in 1948 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij RWS, van 1953-1960 als adjunct-secretaris van de Deltacommissie, daarna bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Schreef: Deltawerken en waterhuishouding (1959).

IIlustratiebron: Valken neemt de W.H.de Vos prijs namens Rijkswaterstaat in ontvangst. Uit jaarverslag 1976 van de SSRP

John van der Vegt  (1832 - 1912)

(Bolsward 6 juni 1832 - Den Haag 7 juli 1912), ingenieur. Werkte, na te zijn afgestudeerd aan de PS in Delft, als ingenieur van de Waterstaat in Hoorn, later in Brielle. Van 1875 tot 1908 was hij de eerste hoofdingenieur van de PWS in Zuid-Holland, opgevolgd door J.M.W. van Elzelingen. Schreef van 1865-1897 verschillende rapporten waaronder: Memorie nopens den vroegeren en tegenwoordigen toestand van Vlieland, van de Vliehors, van het Eijerlandsche Gat en van de zeegaten der Zuiderzee in het algemeen (1865), Verbetering van den waterweg tusschen Amsterdam en Rotterdam (met J.F.W. Conrad; 1878) en De binnenscheepvaartkanalen in Zuid-Holland (1897). .

Gerardus Azings Venema (1808-1873)

(Sappemeer 26 mrt. 1808 - Groningen 30 nov. 1873), burgemeester, regionaal historicus. Veelzijdig autodidact, gaf reeds op jeugdige leeftijd wintercursussen in rekenen en zeevaartkunde aan schippers uit de veenkoloniën. Werd op zijn achttiende turfmeter in Heerenveen, later landmeter bij het kadaster. In Winschoten werd hij ijker van maten en gewichten, wethouder, lid van Provinciale Staten en burgemeester. Tenslotte was hij chef-ijker te Groningen voor de gehele provincie. In 1864 verleende de universi­teit van Groningen hem een eredoctoraat. Schreef over geografie, bodemdaling, landaan­winning, ontginning, landmeten en waterpassen w.o. Over het dalen van de noordelijke kuststreken van ons land (1854), De hooge venen en het veenbranden (1855) en Beschou­wingen van de veelzijdige voordeelen van eene inpoldering van een gedeelte van den Dollard (1856). 

IIlustratiebron: https://genealogiegroningen.nl/winschoten/burgemeesters-te-winschoten-1825-1962

Cornelis Anthonie Verheij,   (1855 - 1943)

(Groot-Ammers 21 dec. 1855 – Dordrecht 30 april 1943) schreef: Statistieke opgave en beschrijving van de Alblasserwaard met Arkel beneden de Zouwe (met L.A. Langeveld; 1893)

Verhey

Bastiaan Adrianus Verhey (1883 - 1947)

(Den Helder 2 mei 1883 - Amersfoort 7 okt. 1947), ingenieur. Werkte, na in 1904 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, van 1908 tot 1916 bij de marine. Richtte in 1917 met A.W.C.Dwars en A.Groothoff te Rotterdam een ingenieursbureau op waaruit DHV te Amersfoort is ontstaan. Was, als opvolger van A.W.C.Dwars, van 1934 tot zijn dood directeur van DHV. Schreef o.m. Dijkverzwakkingen bij stormvloed (met J.W.Thierry; 1918). 

Illustratiebron: website HaskoningDHV - founding fathers 

Hendrik Verheij  (1934 - 2013)

(roepnaam: Henk; Vlissingen 2 okt. 1934 - Zierikzee 9 nov. 2013), waterbouwkundige. Volgde zijn opleiding aan de HTS in Vlissingen en werkte van 1953 tot 1997 bij RWS in de dienstkringen Terneuzen, Vlissingen, IJmuiden en Zierikzee, laatstelijk als hoofd van de dienstkring Deltakust. Was, als opvolger van B. Hakkeling, van 1975-1993 hoofdredacteur van het tijdschrift OTAR en sinds 1980 van het Jaarboek Provinciale Waterstaat van Nederland. Schreef onder meer: Het Mark-Vlietkanaal (1981) en De stormvloedkering in de Oosterschelde (1986).

Bastiaan Verhoeven (1917 - 2001)

(Rijswijk NB 14 dec. 1917 - Ens 18 feb. 2001), bodemkundige, hoogleraar. Werkte, na zijn studie aan de LHS in Wageningen, als landbouwwetenschappelijk onderzoeker bij de Directie Wieringermeer (Noordoostpolderwerken), later bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders te Kampen. Promoveerde in 1953 op Over de zout- en vochthuishouding van geïnundeerde gronden. Was in de jaren zeventig hoogleraar aan de LHS te Wageningen. Schreef vooral over bodemkundige aspecten van landaanwinning en werkte mee aan het boek In het spoor van de pioniers; 35 jaar Noordoostpolder (1977). 

Jan Versluys  (1880 - 1935)

(Groningen 4 sep. 1880 – Amsterdam 1 mrt. 1935), hydrogeoloog, hoogleraar. Studeerde in 1905 af als mijnbouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft en promoveerde daar cum laude op De capillaire werkingen in den bodem (1916). Werkte van 1907-1912 als mijningenieur in Nederlands-Indië, van 1915-1919 als hydroloog bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening (RID) in Den Haag. Hij was, met J.F. Steenhuis, samensteller van de Hydrologische bibliographie van Nederland (1915-1919) en schreef 

Hij werkte van 1919-1924 in Nederlands-Indië als directeur van de gemeentelijke waterleiding in Soerabaja en ws van 1926-1927 tijdelijk hoogleraar in de praktische geologie aan de Technische Hogeschool in Delft en adviseur bij de aanleg van waterleiding in Suriname en op Curaçao.

Vinje

Joannes Jacobus Vinjé (1928 - 2013)


(roepnaam: Jo; Scherpenisse 24 december 1928 - Lelystad 10 april 2013), ingenieur. Werkte, na in 1955 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, van 1957 tot 1990 bij het WL, van 1968 tot 1985 als hoofd van het Laboratorium De Voorst. Schreef in de periode van 1966-2008 diverse onderzoeksrapporten en enkele artikelen in De Ingenieur, Land en Water en Weg- enWaterbouw, waaronder: De afsluiting van het Haringvliet (met F. Spaargaren; 1971). 

Illustratiebron: www.waterloopbos.net 

Jacobus Cornelis Visser (1909 - 1990)


(Kruiningen 31 aug. 1909 - Zeist 6 nov. 1990), waterbouwkundige. Werkte sinds 1931 bij de directie Sluizen en Stuwen van RWS te Utrecht, vervolgens op Terschelling, in Den Helder - waar hij in de jaren vijftig de leiding had over de uitbreiding van de marinehaven - en te Alkmaar. Was daarna werkzaam als hoofdwaterbouwkundige bij de Grontmij in De Bilt. Was een productief schrijver die uitstekende artikelen schreef in OTAR zoals: De schutsluis c.a. te Wijk bij Duurstede (met B.Hakkeling; 1939) en De Noordzeekust van Vlieland (1946). Schreef ook enige monografiëen: Rijshout-, riet- en stroconstructies (1953) en het bekende boek Asfalt in de waterbouwkunde (1955), dat diverse herdrukken beleefde.

 

Alida Wilhelmina Vlam (1909 - 1999)

(Hoorn 6 juli 1909 - Wageningen 17 feb. 1999; sinds 1953 gehuwd met C.H. Edelman), geomorfologe. Studeerde sociale geografie in Utrecht en promoveerde aldaar in 1942 op Historisch-morfologisch onderzoek van eenige Zeeuwsche eilanden.  Was van 1942 - 1948 werkzaam bij de Studiedienst Benedenrivieren van RWS. Had kort een verhouding met Johan van Veen. Was sinds 1948 werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering te Wageningen. Schreef diverse artikelen over het ontstaan van de Nederlandse kust, de zeegaten en riviermonden w.o. 'Resultaten van een onderzoek naar de kaarten van het zeegat van het Vlie van de 16e eeuw tot 1800' (1936), 'De veranderingen in den mond van de Wester­schelde van het begin der 16e eeuw tot omstreeks 1800' (1942), 'Bijdragen tot de geschie­denis van de Schelde' (1944) en 'Voorlopers van de bodemkartering' (1948).

Illustratie: oudbennekom. nl/ereleden 

Volbeda

Bertus Volbeda  (1926 - 2010)

(roepnaam: Bert; Rotterdam 4 aug. 1926 - Assen 11 sep. 2010), ingenieur. Na in 1950 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, werkte hij tot 1970 bij de Provinciale waterstaat van Friesland. Na functies bij de Ned. Heidemij. in Arnhem en DHV in Amersfoort, was hij van 1976 tot 1988 HID van de Provinciale waterstaat van Drenthe. Van zijn publicaties noemen we: Het J.L. Hooglandgemaal te Staveren (1968). 

Illustratiebron: http://www.volbedapw.nl 

VolkerA

Adriaan Volker  (1917 - 2000)

(Rotterdam 3 juli 1917 - Zoetermeer 3 sep. 2000), ingenieur, hoogleraar. Hij bracht een deel van zijn jeugd door in Le Havre en studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH te Delft. Werkte daarna tot 1956 bij de Dienst der ZZW in Den Haag. Bracht in 1954, met P.Ph.Jansen, advies uit over de inpoldering van de HachiroGata lagune in Japan. Hij werd in 1956 hoofd van de Dienst voor de Waterhuishouding van de DWW en droeg bij aan de activiteiten van de Commissie voor Hydrologisch Onderzoek TNO en de oprichting van de Dienst Grondwaterverkenning TNO. Hij was in 1957 mede-oprichter van het IHE en gaf tot 1992 colleges Polders en Hydrologie aan studenten uit ontwikkelingslanden. Hij was van 1965 tot 1982 buitengewoon hoogleraar hydrologie aan de TH te Delft en ontving in 1984 de International Hydrology Prize van de IAHS, Unesco en WMO. Schreef o.m.Geohydrologische gesteldheid van het oude land langs de Noordoostpolder, tussen Lemmer en Blokzijl (1948), Het randmeer langs de Veluwe (1954), De Afsluitdijk 1932-1982 (1982) en De twee belangrijkste uitdagingen in de geschiedenis van de waterbeheersing en de inpoldering in Nederland (1995) en was voorzitter van de commissie die het boek Leefbaar Laagland (1993) uitgaf.  Daarnaast schreeef hij 

Problèmes géohydrologiques des travaux du Zuiderzee

Filippus Volker  (1890 - 1969)

(Sliedrecht 31 juli 1890 - Den Haag 28 mei 1969), ingenieur. Hij was, na in 1916 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1955 in dienst van RWS. Werkte aanvankelijk bij het Noordzeekanaal en van 1928 tot 1935 bij de aanleg van het Julianakanaal, en was daarna tot 1946 als hoofdingenieur gedetacheerd bij PWS van Friesland. Hij was als zaakkundige belast met de verbetering van de Friese kanalen, als hoofdingenieur opgevolgd door A.Burger. Schreef o.m.

Johan Volkers (1904 - 1973)

(Zutphen 21 juli 1904 - Ruurlo 1 sep. 1973), ingenieur. Werkte, na in 1928 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enkele jaren bij het Waterschap de Regge te Almelo. Was sinds 1930 werkzaam bij RWS, achtereenvolgens te Brielle, Middelburg, Assen en Haarlem. Was in 1945 gedetacheerd bij de Dienst Droogmaking Walcheren. Volgde in 1962 P.Ph.Jansen op als HID van de Deltadienst en droeg deze taak bij zijn pensionering in 1969 over aan H.A.Ferguson.

Franciscus Jacobus de Vos (1922 - 2014)

(Leiden 9 augustus 1922 – Hilversum 2 aug. 2014; begraven in Bloemendaal), ingenieur. Werkte, na in 1946 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft, in verschillende functies bij Rijkswaterstaat. Tot 1970 was hij in dienst van de Directie Benedenrivieren, de laatste jaren als hoofdingenieur in Bergen op Zoom. Daarna was hij tot 1984 werkzaam als Hoofdingenieur-Directeur van de Directie Noord-Holland. Enige publicaties: Zoetwatervoorziening Delfland (1947), Studiereis naar Frankrijk (getijdecentrales, 1948), Enige interessante meet- en regelinstrumenten in gebruik bij getijmodellen op het Lab. Dauphinois (Meypic) te Grenoble (1950),De Deltawerken (4 afleveringen in De Ingenieur; 1960), De Schelde-Rijnverbinding (met Jacob van de Kerk, G.N.N. Willems en H.A. Ferguson; 2 afl. in De Ingenieur; 1971), Voorhaven en tweede grote sluis IJmuiden (1971) en Het stoomgemaal te Halfweg (1986).

Vreugdenhil AC

Arend Cornelis Vreugdenhil  (1902 - 1980)

(Rotterdam 29 januari 1902 - Rotterdam 1 juni 1980), waterbouwkundige. Was, in dienst van GW van Rotterdam, als technisch ambtenaar nauw betrokken bij de bouw van de Maastunnel. Schreef daarover het boek De Maastunnel, voorgeschiedenis en bouw, bezetting en verzet, exploitatie en verkeer (1942, 1950).

Illustratie: Stadsarchief Rotterdam

Daniel Vreugdenhil  (1927 - 1997)

(roepnaam: Daan; Delft 2 juni 1927 - Velp 6 juni 1997), ingenieur. Was, na in 1952 te zijn afgestudeerd in de weg- en waterbouwkunde aan de TH Delft, werkzaam bij RWS in de directies Limburg, Gelderland, Zuid-Holland, Benedenrivieren en Bovenrivieren, in beide laatste als HID. Was daarnaast Rijnvaartcommissaris bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Schreef artikelen over o.m. oude scheepvaartkanalen, waterradmolens en waterkracht in Nederland en enkele biografiëen; een selectie hieruit werd postuum uitgebracht in Grepen uit de waterstaatsgeschiedenis (2000), waarin ook in het kort zijn levensloop. Ook droeg hij bij aan: Benedenrivieren in de jaren zestig : persoonlijke herinneringen van een hoofdingenieur-directeur..Hij schreef ook:  Plannen voor de rijkswateren : relatie beheersplan rijkswateren tot andere plannen en Waterstaat en infrastructuur in de periode 1750-1850.

Johannes Eliza de Vries (1898 - 1978)


(roepnaam: Jan; Hooge Zwaluwe 9 mei 1898 - Hoogeveen 8 feb. 1978), ingenieur, leraar. Studeerde in 1922 af als werktuigbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft en werkte tot 1928 als constructeur in de industrie. Was daarna tot 1964 werkzaam als leraar aan de MTS (later HTS) te Haarlem, van 1941 tot 1946 te Dordrecht. Schreef een aantal leerboeken voor het hoger technisch onderwijs en was één van de redacteuren van De Technische Vraagbaak, in het bijzonder ook van deel W: Weg- en Waterbouwkunde (met A.P.Potma en J.Th.Thijsse; 1951).

Matthijs de Vries (1930 - 2008)


roepnaam: Tijs; Leeuwarden 23 juni 1930 - Schiedam 10 juli 2008), ingenieur, riviermorfoloog, hoogleraar. Was, na in 1954 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij het WL. Onderzoeker en internationaal deskundige op het gebied van (bodem-)transportprocessen in rivieren. Promoveerde in 1966 op de toepassing van luminoforen in zandtransportstudies. Was van 1974 tot 1995 hoogleraar in de vloeistofmechanica aan de TU in Delft. Schreef onder meer: De riviermodellen voor de Maas (1962) en: Over water en wind (inaugurele rede: 1975).

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS