Johannes Cornelis Franciscus Maria Haans (1921 - 1992)
(roepnaam: Jan; Tilburg 28 jan. 1921 - Wageningen 31 mei 1992), ingenieur, bodemkundige. Studeerde in 1942 af aan de LHS in Wageningen en promoveerde daar op: De bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer (1955). Werkte bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen en schreef van 1948 tot 1985 diverse artikelen (in Boor en Spade en TKNAG) en rapporten waaronder: De bodem van Overijssel, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevland (met P.J. Ente en M. Knibbe; 1965).
baron Jan Willem Jacobus van Haersolte (1877 - 1950)
(Zwolle 28 sep. 1877 - Den Haag 21 mrt. 1950), marine-officier. Hij was, na zijn opleiding aan het KIM, van 1901 tot 1904 werkzaam bij de marine, tot 1912 als inspecteur bij de spoorwegen, tot 1918 als ingenieur bij de Octrooiraad en sindsdien tot zijn dood als directeur van het Instituut voor Scheepvaart en Luchtvaart te Rotterdam. Schreef o.m. Het gulden boek der zee (1914), Onze visscherij op Noord- en Zuiderzee (1924) en Vaar wel! (ca. 1934).
Cornelis Hamming (1921 - 2012)
(roepnaam: Cor; Warffum 25 dec. 1921 - Zwolle 19 okt. 2012), bodemkundige. Volgde een breed scala aan vakcursussen en was tot zijn pensionering werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen. Schreef in de periode 1954-2003 diverse rapporten en artikelen waaronder: Verkaveling, veldnamen en ontginningsgeschiedenis in een deel van het Land van Vollenhove (1958), Over de bodemgesteldheid van het veengebied in het Land van Vollenhove (met J.C.F.M. Haans; 1962), Schets over het mogelijk ontstaan van Kampen (2002) en een bijdrage aan: Veluws water; duizend jaar waterbeheer op de Veluwe (2007).
Cornelis Johannes Hana (1910 - 1975)
(roepnaam: Kees; Overveen gem. Haarlem 21 sep. 1910 - Amsterdam 10 aug. 1975), journalist, schrijver, natuurfotograaf. Volgde na zijn eindexamen HBS-B een chemisch-technische opleiding en was tot 1934 werkzaam als chemisch laborant en reclame-adviseur. Maakte van zijn liefhebberij, de natuurstudie, zijn beroep als journalist en veelzijdig schrijver van niveau die zijn werken met eigen foto's en tekeningen illustreerde. Was van 1946 tot 1950 redacteur van Natuur en Landschap (sinds 1977 Natuur en Milieu geheten). Was secretaris van het Nationaal Natuurfonds en bestuurslid van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. Schreef diverse boeken op historisch-geografisch, geologisch en biologisch gebied zoals: Zee, Strand en Duin (1938), Van zee tot meer; zwerftochten rondom de Zuiderzee (1940), Dieren in onze landschappen (1943), Landschappen in Nederland (1961), Waddenland en Waddenzee (1962) en Texel, van Marsdiep tot Eyerlandse Gat (1970). Ontving in 1966 de Heimans en Thijsse Prijs. Zie ook: J.P.Thijsse.
Doe Hans (1882- 1946)
(Hellevoetsluis 4 dec. 1882 - Den Haag 4 jan. 1946), journalist, schrijver. Kwam, hoewel voorbestemd als onderwijzer, in de sportjournalistiek terecht. Via de grote dagbladen werd hij in 1905 parlementair verslaggever voor De Telegraaf. Verder was hij jarenlang redacteur van het tijdschrift De Journalist en gaf hij voordrachten voor de radio. Van zijn publicaties, waaronder enkele biografieën, noemen we zijn laatste werk: Ons Vaderland (1941), een patriottisch tijdsbeeld.
Georg Wilhelm Harmsen (1903 - 1981)
| (roepnaam: Foek, ook Sjouk; Sint Petersburg 20 juni 1903 - Hilversum 2 juni 1981), landbouwkundig ingenieur, milieubeschermer. Studeerde in 1929 af en promoveerde in 1946 aan de LHS in Wageningen. Werkte van 1929 tot 1947 als bodemmicrobioloog bij de Dienst der ZZW te Medemblik en Kampen en van 1951 tot 1968 bij het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid te Haren. Combineerde de bodemkunde met zijn belangstelling voor watervogels in het natuurbeheer van IJsselmeer, Waddenzee, Lauwersmeer en Dollard. Maakte zich verdienstelijk met de inrichting van waterwildreservaten in het Amstelmeer, de randmeren en de Dollard en met het werk van de Waddenzee Commissie en Natuurmonumenten. Ontving in 1974 de Gouden Lepelaar. Schreef o.m. Verzet tegen een uitbreiding van de Eemshaven ten koste van het aangrenzende wad (met J.Verwey; 1972) |
Arie van Hattum (1807 - 1890)
(Sliedrectht 30 nov. 1807 - 3 dec. 1890) was een griendbaas uit Sliedrecht. In 1831 sloot hij een contgract met het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard voor 5 jaar ojnderhoud aan oevers. Kort daarop richtte hij Arie van Hattums Havenwerken op en richtte zijn blik zelfs over de grens, toen hij in 1837 werkzaamheden verrichtte aan een sluis in Antwerpen. Gestaag breidde hij zijn bedrijf
verder uit en zo droeg hij onder andere van 1844 tot 1851 bij aan de drooglegging van de Haarlemmermeer. Hij richtte samen met Cornelis Blankevoort de firma Van Hattum en BLanakevoort op.
Jhr. Jacob Eduard van Heemskerck van Beest (1890 - 1963)
(Utrecht 6 jan. 1890 - Leiden 12 juni 1963), ingenieur. Werkte, na in 1915 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hogeschool in Delft, tot 1919 bij Rijkswaterstaat in IJmuiden. Was daarna in dienst van Publieke Werken van Amsterdam, van 1947 tot 1951 als directeur, en sindsdien als zelfstandig raadgevend ingenieur. Schreef artikelen in De Ingenieur , zoals Korte mededeelingen over den bouw van kademuren in het Amsterdamsen havengebied (1923), Samenstelling van gewapend beton voor werken in zeewater (1923), De uitbreidingsplannen voor de haven van Amsterdam (1931), De verbinding der IJ-oevers te Amsterdam (1932), De aanleg van een nieuwe Centrale Markt te Amsterdam (1934), Wandel- en fietsweg op den Ringspoordijk, werkverschaffing voor jongere werkloozen (1935), De werkverschaffingswerken in het Boschplan te Amsterdam (1935), De luchthaven Schiphol en haar uitbreiding (1935), Het aanleggen van een opstelplatform en verharde banen op het luchtvaartterrein Schiphol (1938). Verder ook artikelen in het Polytechnisch Tijdschrift alsmede enkele monografieën w.o. Honderd jaar Publieke Werken 1850-1950 (1950) en De IJ-oever verbinding (1950).
Illtustratie:N. Japikse, 'Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld' (1938)
Klaas Heeringa (1867 - 1944)
(Ternaard 22 sep. 1867 - De Bilt 22 dec. 1944), historicus, archivaris. Studeerde geschiedenis in Groningen en promoveerde op Het oude Staveren (1893). Was rijksarchivaris in Zeeland en Utrecht. Van zijn publikaties op historisch-geografisch gebied noemen we verder: Bijdragen tot de geschiedenis der ontginning van het Nedersticht (1929)
Alexander Lodewijk Heerma van Voss (1894 - 1948)
(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van deze provincie.
Johannes Heijmans (1902 - 1965)
(Rosmalen 20 juni 1902 - Rosmalen 18 juni 1965). Zijn vader was een keuterboer, die er een baantje aan het spoor bij had om van wat extra inkomsten (amper zes gulden in de week) verzekerd te zijn. Zij woonden in de Molenhoek, waar toen nog maar tien woonhuizen en het café ‘De Schaapskooi’ stonden. Toen Jan zeven jaar was, ging het gezin aan de Nieuwe Dijk wonen, een dubbele woning met strodak en lage zijmuren in slechte toestand. In 1911 werd weer verhuisd, dit keer naar een huisje op de hei in de Sparrenburg. Weer jaren later verhuisde het gezin naar een grotere boerderij in de Molenstraat.
Op 12 februari 1931 huwde Jan met Allegonda (Gon) van der Doelen ( geboren op 2 maart 1905 en overleden op 16 september 1994). Het echtpaar kreeg 8 kinderen. Hun woonhuis stond aan de Graafscheweg E22 (thans Graafsebaan 13) te Rosmalen. Jan overleed na een hartaanval (twee dagen voor zijn 63e verjaardag) op 18 juni 1965 en werd onder een enorme belangstelling op 22 juni 1965 te Hintham begraven.
Jan Heijmans begon in 1923 (officiële datum: 3 april) met steun van vrienden en familie een stratenmakersbedrijf. Door zijn vindingrijkheid, werklust en kijk op zakelijke ontwikkelingen ontpopte de stratenmaker zich al gauw tot een zakenman. Van stratenmaker naar asfaltverwerking, van dijkbescherming naar onderwaterkering (samen met de Koninklijke Maatschappij Wegenbouw richtte hij Bitumarin op). Daarmee speelde hij ook een belangrijke rol bij de Oosterscheldewerken. In 1948 werd hij (toegekend door Paus Pius XII) Ridder in de Orde van St.Gregorius de Grote, in 1958 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 1963 (b.g.v. 40 jaar Heijmans) Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Op 3 januari 1964 maakte hij zijn terugtreden bekend.
Tekst ontleend aan: Dorry Derhaag-Doomernik en Martien Veekens: ‘700 Jaar Gemeenschap Rosmalen 1300-2000; portret bidprentje uit Bossche Encyclopedie.
Folkert Hellinga (1876 - 1939)
(Utrecht 25 okt. 1917 - Wageningen 24 mei 2009), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1940 te zijn afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, tot 1942 bij de Cultuurtechnische Dienst in Utrecht en tot 1947 bij de PWS in Zuid-Holland. Was van 1947 tot 1981 hoogleraar cultuurtechniek aan de LHS in Wageningen. Publiceerde van 1947 tot 1988 diverse artikelen over waterhuishouding in binnen- en buitenland en na zijn pensionering: De vlotvaart op de Rijn (1994).
Illustratiebron: Tijdschrift Ned. Heidemij, 1958
Henri Marie Henket (1863 - 1902)
(zoon van N.H.Henket; Ambarawa NOI 19 nov. 1863 - Utrecht 1 juli 1902), ingenieur. Werkte, na na zijn opleiding aan de PS te Delft, bij RWS te Maassluis, van 1890 tot 1898 te Leeuwarden en daarna in Den Haag. Schreef voor het gedenkboek dat in 1897 werd uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van het KIVI: Haven te Harlingen en vaarwater over de ondiepte De Pollen, Havens te Stavoren en Lemmer, De verbetering van het Krabbersgat, Strand en oeververdediging van het eiland Vlieland en Duinen en oeverwerken op Ameland.
Johannes van Heurck (1923 - 2007)
(roepnaam: Han; Den Haag 5 juli 1923 - Gouda 1 juli 2007) was van 1948 tot 1983 voorlichter bij het MVW en hoofdredacteur van het tijdschrift Land en Water (1957-1977). Schreef diverse tijdschriftartikelen en brochures zoals De waterweg in Nederland (1957) Hij schreef ook: Renovatieproject Lingehaven Gorinchem (1988)
(Bogor NOI 27 feb. 1888 - Den Haag 5 okt. 1986), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1911 was afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1917 bij de spoorwegen in NOI. Was daarna in dienst van RWS te Roermond, IJmuiden en van 1938 tot 1945 werkzaam als HID in de directie Utrecht en in 1943 als waarnemend DG van RWS. Was tenslotte DG van de Rijksgebouwendienst in Den Haag. Schreef artikelen in De Ingenieur w.o. Het kanaal van Wessem naar Nederweert (met J.H.van der Burgt; 1928).
David Adriaan van Heyst (1879 - 1966)
(Leiden 16 jan. 1879 - Den Haag 1 juni 1966), ingenieur. Hij was, na zijn studie aan de PS te Delft, in dienst van RWS werkzaam te Brielle, Den Haag, Breda en Zutphen. Sinds 1926 was hij hoofdingenieur van de Algemene Dienst van RWS in Den Haag. Hij schreef naar aanleiding van de zware stormvloed: Aanteekeningen omtrent de gevolgen van zware stormvloeden tusschen 1500 en 1825 voorgekomen, van de dijken en polders langs het zuidwestelijk deel der Zuiderzee (1916). Was lid van de Centrale Taalcommissie voor de Techniek.
Cornelus Coenraad Willem Jan Hijszeler (1902 - 1982)
(roepnaam: Cor; Winterswijk 7 aug. 1902 - Enschede 12 dec. 1982), archeoloog. Studeerde in Groningen taal- en letterkunde met als bijvak archeologie bij prof. A.E. van Giffen. Verrichtte onderzoek naar de prehistorie, landbouwgeschiedenis en klederdrachten van Noordoost-Nederland. Zijn verdienste voor de archeologie was vooral de toepassing van stuifmeelkorrelonderzoek als dateringsmethode. Verzorgde de 3e en volgende drukken van Het Land van de Dinkel van W.H. Dingeldein (1959 e.v.). Van zijn eigen publicaties noemen we De voorgeschiedenis van Nederland (1951)
Illustratie: https://www.wieiswieinoverijssel.nl
Jan Wubbe Hiskes (1912 - 1986)
(Haren 30 juni 1912 - Wildervank 16 jan. 1986), journalist, regionaal historicus. Was van 1946 tot 1965 hoofdredacteur van het dagblad Noordooster, daarna redacteur van de Drents-Groningse Pers. Na pensionering schreef hij artikelen voor de Vereniging voor genealogie en historie Westerwolde en de boeken De veenkoloniën (1973) en Westerwolde (1984).
Joan Pieter Hofstede (1876 - 1939)
(Bandjermasin NOI 15 nov. 1858 - Nijmegen 16 jan. 1928), ingenieur. Werkte, na in 1882 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, bij de PWS van Drenthe waar hem in 1910 eervol ontslag werd verleend als ingenieur-chef. Van hem is slechts bekend: Rapport betreffende onderzoek naar de middelen tot verbetering van den waterafvoer bij Zwartsluis naar zee (met A.Déking Dura; 1898).
(Delft 2 sep. 1842 - Den Haag 16 mei 1925), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1863 was afgestudeerd aan de KA in Delft, bij RWS achtereenvolgens in Den Haag, Den Bosch, Den Haag, Middelburg, Veere, Vlissingen, Den Bosch, Utrecht, Gorinchem en Zutphen. Ontving in 1876 de Zilveren Watersnoodmedaille. Was sinds de oprichting in 1881 hoofdingenieur belast met de leiding van de PW in Zeeland te Middelburg. Schreef het zeer uitvoerige standaardwerk De oeververdediging in Zeeland sedert 1860(12 dln., 1884-1908).
Joan van den Honert (1876 - 1939)
(Nigtevecht 26 apr. 1786 - Den Haag 25 aug. 1850), jurist. Was, na zijn studie rechten, van 1809 tot 1841 procureur te Amsterdam en Den Haag. Daarna was hij werkzaam bij de Hoge Raad in Den Haag. Was hooglraar in Leiden. Kreeg bekendheid door een aantal handboeken en publicaties op het gebied van het burgerlijk recht en door Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche wetgeving betreffende de magt der hooge en andere heemraadschappen, dijk- en polderbesturen enz. (1842).
Illustratiebron: collectie Rijksmuseum; prent van Johannes de Groot naar schilderij van ieronymus van der Mij
Hendrik Reinier Hoogenraad (1878 - 1956)
(Delft 23 nov. 1878 - Deventer 31 aug. 1956), leraar, bioloog. Was, na zijn opleiding aan de Normaalschool in Den Haag, enige jaren onderwijzer en in 1901 mede-oprichter van de Haagsche Natuurhistorische Vereniging. Studeerde aan de RU te Utrecht en promoveerde in 1934 op een hydrobiologisch onderwerp. Redigeerde van 1911 tot 1914 het tijdschrift Natura en werd in 1933 benoemd als erelid van de KNNV. Was vele jaren leraar aan de Rijkskweekschool te Deventer, waar hij de vakken plant- en dierkunde, natuur- en scheikunde en aardrijkskunde doceerde. Schreef o.m. voor het Handboek der geografie van Nederland het hoofdstuk Biogeografie(1951).
Gerard Hendrik van Hoolwerff (1909 - 1990)
(Leiden, 12-08-1909, Bilthoven 13-08-1990?) Afgestudeerd in juni 1939 aan de TH Delft, daarna gaan werken bij de Dienst Zuiderzeewerken. In 1954 overgeplaatst als hoofdingenieur naar de Afdeling Afwikkeling Regiecontracten van de Deltadienst. In 1963 Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1949 secretaris van Rotary in Kampen. Hij schreef:
Jan Christiaan Hoornenborg (1913 - 1991)
(Winterswijk 4 april 1913 - Haren 22 april 1991), ingenieur. Studeerde in 1936 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en werkte sinds 1937 in verschillende functies bij RWS. Was van 1961 tot 1978 HID van RWS in de directies Drenthe en Groningen. Publiceerde in De Ingenieur, Spectator van Waterstaatswerken en Waterschapsbelangen en werkte mee aan het Groninger molenboek (1981)
Johannes Jacobus Hopmans (1898 - 1976)
(Naarden 13 feb. 1898 - Den Haag 23 mrt. 1976), ingenieur. Hij studeerde in 1920 af als scheikundig ingenieur aan de TH in Delft en trad datzelfde jaar in dienst van het toen opgerichte Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater in Den Haag. Hij was tot 1928 gedetacheerd in Groningen voor onderzoek van het veenkoloniaal afvalwater. Van 1957 tot 1964 was hij HID van het RIZA, sinds 1958 in Voorburg. Van zijn publicaties in de periode van 1944-1971 noemen we:
Hendrik Christiaan van der Houven van Oordt (1837 - 1901)
(Rotterdam 11 jan. 1837 - Arnhem 15 apr. 1901), dijkgraaf. Was, naast zijn functie als dijkgraaf van de Veluwe en lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, tot zijn dood secretaris van de in 1886 opgerichte Zuiderzeevereniging. Zijn laatste werk, de tweede druk van De economische beteekenis van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee (1901; 1e dr. 1898), werd voltooid door Gerard Vissering.
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS