Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
H
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een scan van de publicatie

Johannes Cornelis Franciscus Maria Haans  (1921 - 1992)

(roepnaam: Jan; Tilburg 28 jan. 1921 - Wageningen 31 mei 1992), ingenieur, bodemkundige. Studeerde in 1942 af aan de LHS in Wageningen en promoveerde daar op: De bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer (1955). Werkte bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen en schreef van 1948 tot 1985 diverse artikelen (in Boor en Spade en TKNAG) en rapporten waaronder: De bodem van Overijssel, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevland (met P.J. Ente en M. Knibbe; 1965). 

Heinrich Gottfried Haasloop Werner  (1792 - 1864)

(Kleef 16 april 1792 - Elburg 29 sep. 1864), historicus. Vestigde zich na zijn militaire loopbaan op het landgoed De Hare onder Doornspijk. Was veelzijdig werkzaam: tekende het cultureel erfgoed van de Noord-Veluwe en droeg veel bij aan de geschiedschrijving van Elburg en omstreken. Werkte mee aan het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden van Van der Aa en aan de Geologische kaart van Nederland. Van zijn artikelen noemen we Bijssel in de stormvloeden van de jaren 1367 en 1717 (1850).

Haersolte, baron van

baron Jan Willem Jacobus van Haersolte  (1877 - 1950)

(Zwolle 28 sep. 1877 - Den Haag 21 mrt. 1950), marine-officier. Hij was, na zijn opleiding aan het KIM, van 1901 tot 1904 werkzaam bij de marine, tot 1912 als inspecteur bij de spoorwegen, tot 1918 als ingenieur bij de Octrooiraad en sindsdien tot zijn dood als directeur van het Instituut voor Scheepvaart en Luchtvaart te Rotterdam. Schreef o.m. Het gulden boek der zee (1914), Onze visscherij op Noord- en Zuiderzee (1924) en Vaar wel! (ca. 1934). 

August Haga  (1888 - 1970)

(Sneek 24 aug. 1888 - Zwolle 14 feb. 1970), archivaris. Studeerde scheikunde en rechten aan de UvA en archiefwetenschap aan de Archiefschool. Werkte sinds 1926 bij het Rijksarchief in Overijssel, van 1939 tot 1946 als rijksarchivaris. Publiceerde van 1926 tot 1966 vele artikelen op het gebied van de archiefwetenschap, geschiedenis en genealogie. Ook biografische bijdragen en archiefinventarissen van diverse Overijsselse plaatsen zoals: Archief van de directie van het Scheepsdiep te Kuinre (1931).

Anne Hallema  (1893 - 1973)

(Tzum 8 sep. 1893 - Breda 23 feb. 1973), leraar, publicist. Was onderwijzer te Franeker, later leraar aan een tuchtschool te Ginneken. Historisch onderzoek en geschiedschrijving waren zijn grote passie. Verrichtte als autodidact een omvangrijke publicistische arbeid van niveau, waaronder boeken en artikelen over lokale geschiedenis van Friesland en Noord-Brabant zoals Het aandeel der Friese kloosters in de strijd tegen de waterwolf(1937) en Geschiedenis van de gemeente Dinteloord en Prinsenland (1955). 

Cornelis Hamming  (1921 - 2012)

(roepnaam: Cor; Warffum 25 dec. 1921 - Zwolle 19 okt. 2012), bodemkundige. Volgde een breed scala aan vakcursussen en was tot zijn pensionering werkzaam bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen. Schreef in de periode 1954-2003 diverse rapporten en artikelen waaronder: Verkaveling, veldnamen en ontginningsgeschiedenis in een deel van het Land van Vollenhove (1958), Over de bodemgesteldheid van het veengebied in het Land van Vollenhove (met J.C.F.M. Haans; 1962), Schets over het mogelijk ontstaan van Kampen (2002) en een bijdrage aan: Veluws water; duizend jaar waterbeheer op de Veluwe (2007). 

Cornelis Johannes Hana   (1910 - 1975)

(roepnaam: Kees; Overveen gem. Haarlem 21 sep. 1910 - Amsterdam 10 aug. 1975), journalist, schrijver, natuurfotograaf. Volgde na zijn eindexamen HBS-B een chemisch-technische opleiding en was tot 1934 werkzaam als chemisch laborant en reclame-adviseur. Maakte van zijn liefhebberij, de natuurstudie, zijn beroep als journalist en veelzijdig schrijver van niveau die zijn werken met eigen foto's en tekeningen illustreerde. Was van 1946 tot 1950 redacteur van Natuur en Landschap (sinds 1977 Natuur en Milieu geheten). Was secretaris van het Nationaal Natuurfonds en bestuurslid van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. Schreef diverse boeken op historisch-geografisch, geologisch en biologisch gebied zoals: Zee, Strand en Duin (1938), Van zee tot meer; zwerftochten rondom de Zuiderzee (1940), Dieren in onze landschappen (1943), Landschappen in Nederland (1961), Waddenland en Waddenzee (1962) en Texel, van Marsdiep tot Eyerlandse Gat (1970). Ontving in 1966 de Heimans en Thijsse Prijs. Zie ook: J.P.Thijsse. 

Doe Hans  (1882- 1946)

(Hellevoetsluis 4 dec. 1882 - Den Haag 4 jan. 1946), journalist, schrijver. Kwam, hoewel voorbestemd als onderwijzer, in de sportjournalistiek terecht. Via de grote dagbladen werd hij in 1905 parlementair verslaggever voor De Telegraaf. Verder was hij jarenlang redacteur van het tijdschrift De Journalist en gaf hij voordrachten voor de radio. Van zijn publicaties, waaronder enkele biografieën, noemen we zijn laatste werk: Ons Vaderland (1941), een patriottisch tijdsbeeld. 

Hardenberg

Herman Hardenberg  (1901 - 1976)

(Den Haag 11 juli 1901 - Ukkel 18 april 1976), archivaris, historicus. Werkte na zijn studie rechten te Leiden bij het consulaat-generaal te Parijs en daarna bij het secretariaat van Philips te Eindhoven. Zijn grote belangstelling voor archiefonderzoek leidde tot een aanstelling bij het Rijksarchief, eerst in Den Haag, daarna te Maastricht en later in Den Haag als algemeen rijksarchivaris. Schreef diverse archiefin­ventarissen, biografiëen en artikelen over toponymie, nederzettingsgeschiedenis en lokale geschiedenis van Limburg en Zuid-Holland w.o. Lugdunum Batavorum, een vergelijkende studie (1942) en Dorp aan de Vliet over Voorburg (1953).

Reinier Hardonk  (1898 - 1983)

(Apeldoorn 11 nov. 1898 - Apeldoorn 2 mei 1983), lokaal historicus (autodidact). Winkelier met grote passie voor de geschiedenis van zijn geboorteplaats en omgeving. Werd in 1954 aangesteld als geschiedschrijver van Apeldoorn en in 1956 als conservator van het Historisch Museum Moerman. Maakte vooral studie van sprengen en waterradmolens. Zijn meest bekende boek is: Koornmullenaers, pampiermaeckers en coperslaeghers: korte historie der waterradmolens van Apeldoorn, Beekbergen en Loenen (1968). 

Georg Wilhelm Harmsen  (1903 - 1981)

(roepnaam: Foek, ook Sjouk; Sint Petersburg 20 juni 1903 - Hilversum 2 juni 1981), landbouwkundig ingenieur, milieubeschermer. Studeerde in 1929 af en promoveerde in 1946 aan de LHS in Wageningen. Werkte van 1929 tot 1947 als bodemmicrobioloog bij de Dienst der ZZW te Medemblik en Kampen en van 1951 tot 1968 bij het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid te Haren. Combineerde de bodemkunde met zijn belangstelling voor watervogels in het natuurbeheer van IJsselmeer, Waddenzee, Lauwersmeer en Dollard. Maakte zich verdienstelijk met de inrichting van waterwildreservaten in het Amstelmeer, de randmeren en de Dollard en met het werk van de Waddenzee Commissie en Natuurmonumenten. Ontving in 1974 de Gouden Lepelaar. Schreef o.m. Verzet tegen een uitbreiding van de Eemshaven ten koste van het aangrenzende wad (met J.Verwey; 1972)

Arie van Hattum  (1807 - 1890)

(Sliedrectht 30 nov. 1807 - 3 dec. 1890) was een griendbaas uit Sliedrecht. In 1831 sloot hij een contgract met het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard voor 5 jaar ojnderhoud aan oevers. Kort daarop richtte hij Arie van Hattums Havenwerken op en richtte zijn blik zelfs over de grens, toen hij in 1837 werkzaamheden verrichtte aan een sluis in Antwerpen. Gestaag breidde hij zijn bedrijf 
verder uit en zo droeg hij onder andere van 1844 tot 1851 bij aan de drooglegging van de Haarlemmermeer. Hij richtte samen met Cornelis Blankevoort de firma Van Hattum en BLanakevoort op.

Hendrik Cornelis Hazewinkel   (1896 - 1968)

(Den Haag 5 april 1896 - Maarn 14 jan. 1968), archivaris, regionaal historicus. Volgde, na zijn studie rechten te Utrecht en Leiden, een opleiding aan de archiefschool in Den Haag. Was werkzaam bij het RA in Overijssel, bij de gemeente Utrecht en sinds 1935 als archivaris van Rotterdam. Schreef vele artikelen over regionale geschiedenis w.o. De oudste berichten over het ontstaan van het eiland Rozenburg (1960) en een aantal boeken w.o. Kroniek de stad Rotterdam en het standaardwerk Geschiedenis van Rotterdam (3 dln., 1940-1942; herdruk 1974-1975). 

 Aelbert Hendrikszn Haeyen  (1550 - 1613)

(Haarlem ca. 1550 - ca. 1613), zeevaarder. Was als één der meest bekwame stuurlieden een erkend leermeester in de zeevaartkunde. Vervaardigde in opdracht van de stad Amsterdam een nieuwe kaart van de zuidoostelijke Noordzeekust: Amsterdamsche Zee-Caerten (1585)

Heemskerk van beest j e van

Jhr. Jacob Eduard van Heemskerck van Beest  (1890 - 1963)

(Utrecht 6 jan. 1890 - Leiden 12 juni 1963), ingenieur. Werkte, na in 1915 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hogeschool in Delft, tot 1919 bij Rijkswaterstaat in IJmuiden. Was daarna in dienst van Publieke Werken van Amsterdam, van 1947 tot 1951 als directeur, en sindsdien als zelfstandig raadgevend ingenieur. Schreef artikelen in De Ingenieur , zoals Korte mededeelingen over den bouw van kademuren in het Amsterdamsen havengebied (1923),  Samenstelling van gewapend beton voor werken in zeewater (1923), De uitbreidingsplannen voor de haven van Amsterdam (1931),  De verbinding der IJ-oevers te Amsterdam (1932), De aanleg van een nieuwe Centrale Markt te Amsterdam (1934),  Wandel- en fietsweg op den Ringspoordijk, werkverschaffing voor jongere werkloozen (1935), De werkverschaffingswerken in het Boschplan te Amsterdam (1935),  De luchthaven Schiphol en haar uitbreiding (1935), Het aanleggen van een opstelplatform en verharde banen op het luchtvaartterrein Schiphol (1938). Verder ook artikelen in het Polytechnisch Tijdschrift alsmede enkele monografieën w.o. Honderd jaar Publieke Werken 1850-1950 (1950) en De IJ-oever verbinding (1950). 

Illtustratie:N. Japikse, 'Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld' (1938) 

Klaas Heeringa  (1867 - 1944)

(Ternaard 22 sep. 1867 - De Bilt 22 dec. 1944), historicus, archivaris. Studeerde geschiedenis in Groningen en promoveerde op Het oude Staveren (1893). Was rijksarchivaris in Zeeland en Utrecht. Van zijn publikaties op historisch-geografisch gebied noemen we verder: Bijdragen tot de geschiedenis der ontginning van het Nedersticht (1929)

Alexander Lodewijk Heerma van Voss (1894 - 1948)

(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van deze provincie.

Heijmans, jan (1902 1965)

 Johannes Heijmans  (1902 - 1965)

(Rosmalen 20 juni 1902 - Rosmalen 18 juni 1965).  Zijn vader was een keuterboer, die er een baantje aan het spoor bij had om van wat extra inkomsten (amper zes gulden in de week) verzekerd te zijn. Zij woonden in de Molenhoek, waar toen nog maar tien woonhuizen en het café ‘De Schaapskooi’ stonden. Toen Jan zeven jaar was, ging het gezin aan de Nieuwe Dijk wonen, een dubbele woning met strodak en lage zijmuren in slechte toestand. In 1911 werd weer verhuisd, dit keer naar een huisje op de hei in de Sparrenburg. Weer jaren later verhuisde het gezin naar een grotere boerderij in de Molenstraat.  
Op 12 februari 1931 huwde Jan met Allegonda (Gon) van der Doelen ( geboren op 2 maart 1905 en overleden op 16 september 1994). Het echtpaar kreeg 8 kinderen. Hun woonhuis stond aan de Graafscheweg E22 (thans Graafsebaan 13) te Rosmalen. Jan overleed na een hartaanval (twee dagen voor zijn 63e verjaardag) op 18 juni 1965 en werd onder een enorme belangstelling op 22 juni 1965 te Hintham begraven.
Jan Heijmans begon in 1923 (officiële datum: 3 april) met steun van vrienden en familie een stratenmakersbedrijf. Door zijn vindingrijkheid, werklust en kijk op zakelijke ontwikkelingen ontpopte de stratenmaker zich al gauw tot een zakenman. Van stratenmaker naar asfaltverwerking, van dijkbescherming naar onderwaterkering (samen met de Koninklijke Maatschappij Wegenbouw richtte hij Bitumarin op). Daarmee speelde hij ook een belangrijke rol bij de Oosterscheldewerken. In 1948 werd hij (toegekend door Paus Pius XII) Ridder in de Orde van St.Gregorius de Grote, in 1958 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 1963 (b.g.v. 40 jaar Heijmans) Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Op 3 januari 1964 maakte hij zijn terugtreden bekend.
Tekst ontleend aan: Dorry Derhaag-Doomernik en Martien Veekens: ‘700 Jaar Gemeenschap Rosmalen 1300-2000; portret bidprentje uit Bossche Encyclopedie.

Wilhelm Heinrich Heitling   (1916 - 1998)

(roepnaam: Willy; Münster 12 juni 1916 - Harfsen 5 apr. 1998), journalist. Was jarenlang journalist van het Deventer Dagblad. Schreef daarnaast enkele boeken: Portret van de IJssel (1981), Vijftig eeuwen volk langs de IJssel (1982) en De Twenthekanalen; succes van een mislukking (beide met L.Lensen; 1984). Heitling werd geëerd met het Verzetsherdenkingskruis. 

Hellinga

Folkert Hellinga  (1876 - 1939)

(Utrecht 25 okt. 1917 - Wageningen 24 mei 2009), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1940 te zijn afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, tot 1942 bij de Cultuurtechnische Dienst in Utrecht en tot 1947 bij de PWS in Zuid-Holland. Was van 1947 tot 1981 hoogleraar cultuurtechniek aan de LHS in Wageningen. Publiceerde van 1947 tot 1988 diverse artikelen over waterhuishouding in binnen- en buitenland en na zijn pensionering: De vlotvaart op de Rijn (1994). 

Illustratiebron: Tijdschrift Ned. Heidemij, 1958

Henri Marie Henket  (1863 - 1902)

(zoon van N.H.Henket; Ambarawa NOI 19 nov. 1863 - Utrecht 1 juli 1902), ingenieur. Werkte, na na zijn opleiding aan de PS te Delft, bij RWS te Maassluis, van 1890 tot 1898 te Leeuwarden en daarna in Den Haag. Schreef voor het gedenkboek dat in 1897 werd uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan van het KIVI: Haven te Harlingen en vaarwater over de ondiepte De Pollen, Havens te Stavoren en Lemmer, De verbetering van het Krabbersgat, Strand en oeververdediging van het eiland Vlieland en Duinen en oeverwerken op Ameland. 

Johan Hendrik Hering  (1731 - 1790)

(Rotterdam 11 dec. 1731 - Amsterdam ca. 1790), historicus. Autodidact die schreef over diverse onderwerpen w.o. enige biografiëen en Bespiegeling over Neêrlandsch waternood tusschen den 14den en 15den November 1775 (1776) en Bespiegeling over Neêrlandsch waternood tusschen den 21sten en 22sten November 1776 (1778).

Hette Hettema Hzn.  (1868 - 1962)

(Harlingen 15 dec. 1868 - Amersfoort 28 aug. 1962), historicus, publicist. Studeerde geschiedenis en geografie te Amsterdam en Leiden, maar was verder ambteloos. Bekend als maker van de Grote Historische Schoolatlas (1896) en schrijver van diverse historisch-geografische artikelen en boeken w.o. ‘De Nederlandsche wateren en plaatsen in den Romeinschen tijd’ (1938).

Johannes van Heurck  (1923 - 2007)

(roepnaam: Han; Den Haag 5 juli 1923 - Gouda 1 juli 2007) was van 1948 tot 1983 voorlichter bij het MVW en hoofdredacteur van het tijdschrift Land en Water (1957-1977). Schreef diverse tijdschriftartikelen en brochures zoals De waterweg in Nederland (1957) Hij  schreef ook: Renovatieproject Lingehaven Gorinchem (1988)

Cornelis Theodoor Christiaan Heyning (1888 - 1986)

(Bogor NOI 27 feb. 1888 - Den Haag 5 okt. 1986), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1911 was afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1917 bij de spoorwegen in NOI. Was daarna in dienst van RWS te Roermond, IJmuiden en van 1938 tot 1945 werkzaam als HID in de directie Utrecht en in 1943 als waarnemend DG van RWS. Was tenslotte DG van de Rijksgebouwendienst in Den Haag. Schreef artikelen in De Ingenieur w.o. Het kanaal van Wessem naar Nederweert (met J.H.van der Burgt; 1928). 

David Adriaan van Heyst   (1879 - 1966)

(Leiden 16 jan. 1879 - Den Haag 1 juni 1966), ingenieur. Hij was, na zijn studie aan de PS te Delft, in dienst van RWS werkzaam te Brielle, Den Haag, Breda en Zutphen. Sinds 1926 was hij hoofdingenieur van de Algemene Dienst van RWS in Den Haag. Hij schreef naar aanleiding van de zware stormvloed: Aanteekeningen omtrent de gevolgen van zware stormvloeden tusschen 1500 en 1825 voorgekomen, van de dijken en polders langs het zuidwestelijk deel der Zuiderzee (1916). Was lid van de Centrale Taalcommissie voor de Techniek.

Hijszeler

Cornelus Coenraad Willem Jan Hijszeler (1902 - 1982)

(roepnaam: Cor; Winterswijk 7 aug. 1902 - Enschede 12 dec. 1982), archeoloog. Studeerde in Groningen taal- en letterkunde met als bijvak archeologie bij prof. A.E. van Giffen. Verrichtte onderzoek naar de prehistorie, landbouwgeschiedenis en klederdrachten van Noordoost-Nederland. Zijn verdienste voor de archeologie was vooral de toepassing van stuifmeelkorrelonderzoek als dateringsmethode. Verzorgde de 3e en volgende drukken van Het Land van de Dinkel van W.H. Dingeldein (1959 e.v.). Van zijn eigen publicaties noemen we De voorgeschiedenis van Nederland (1951)

Illustratie: https://www.wieiswieinoverijssel.nl

Johannes Henricus Hingman  (1834 - 1897)

(Den Haag 8 aug. 1834 - Den Haag 16 nov. 1897), archivaris. Begon als klerk en beëindigde zijn loopbaan als commies-chartermeester bij het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, waar hij een belangrijk aandeel had in de organisatie en inventarisatie. Had grote belangstelling voor de geografische gesteldheid van de Rijn- en Maasdelta, getuige o.m. zijn De Maas en de dijken van den Zuid-Hollandsche Waard in 1421 (1885) 

Jan Wubbe Hiskes  (1912 - 1986)

(Haren 30 juni 1912 - Wildervank 16 jan. 1986), journalist, regionaal historicus. Was van 1946 tot 1965 hoofdredacteur van het dagblad Noordooster, daarna redacteur van de Drents-Groningse Pers. Na pensionering schreef hij artikelen voor de Vereniging voor genealogie en historie Westerwolde en de boeken De veenkoloniën (1973) en Westerwolde (1984). 

Hoek

 Paulus Peronius Cato Hoek (1851 - 1914)

(Giethoorn 16 juni 1851 - Haarlem 27 feb. 1914), zoöloog, leraar. Studeerde zoölogie en promoveerde in 1875 te Leiden. Was leraar natuurlijke historie te Leiden. Werd in 1888 benoemd tot rijksadviseur in visserijzaken en was tevens directeur van het Zoölogisch Station in Den Helder. Was vanaf 1912 directeur van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek. Schreef veel over schaaldieren en de visserij op de voormalige Zuiderzee, w.o. De invloed der afsluiting en droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee (1890) en  Rapport over de oorzaken van den achteruitgang in hoedanigheid van de Zeeuwsche oester (1902). 

Joan Pieter Hofstede   (1876 - 1939)

(Bandjermasin NOI 15 nov. 1858 - Nijmegen 16 jan. 1928), ingenieur. Werkte, na in 1882 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, bij de PWS van Drenthe waar hem in 1910 eervol ontslag werd verleend als ingenieur-chef. Van hem is slechts bekend: Rapport betreffende onderzoek naar de middelen tot verbetering van den waterafvoer bij Zwartsluis naar zee (met A.Déking Dura; 1898). 

Martinus Bartholomeus George Hogerwaard (1842 - 1925)

(Delft 2 sep. 1842 - Den Haag 16 mei 1925), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1863 was afgestudeerd aan de KA in Delft, bij RWS achtereenvolgens in Den Haag, Den Bosch, Den Haag, Middelburg, Veere, Vlissingen, Den Bosch, Utrecht, Gorinchem en Zutphen. Ontving in 1876 de Zilveren Watersnoodmedaille. Was sinds de oprichting in 1881 hoofdingenieur belast met de leiding van de PW in Zeeland te Middelburg. Schreef het zeer uitvoerige standaardwerk De oeververdediging in Zeeland sedert 1860(12 dln., 1884-1908).

Adriaan Hollestelle   (1832 - 1922)

(Colijnsplaat 7 mei 1832 - Tholen 29 mrt. 1922), onderwijzer, opzichter, regionaal historicus. Werkte vanaf zijn dertiende als dijkwerker, sinds 1855 als onderwijzer te Goes en Scherpenisse. Werd in 1859 aangesteld als werkbaas bij de calamiteuze polders en was van 1864 tot 1898 opzichter bij RWS te Ellewoutsdijk, Sint Maartensdijk en Tholen. Maakte uitvoerige studie van de regionale historische geografie en waterstaatsontwikkeling en schreef daarover: Geschied- en waterstaatkundige beschrijving van de waterschappen of polders van het eiland Tholen (1879), Geschied- en waterstaatkundige beschrijving van het in de 16e eeuw geheel overstroomde eiland Noord-Beveland (1880), Geschiedkundige beschrijving van Tholen en omstreken (1897; herdrukt in 1975) en De Honte en het eiland Borssele, alsmede ene verhandeling over de heerlijkheden, ambachten of leenen in Zeeland (1907). 

VdHonert

Joan van den Honert  (1876 - 1939)

(Nigtevecht 26 apr. 1786 - Den Haag 25 aug. 1850), jurist. Was, na zijn studie rechten, van 1809 tot 1841 procureur te Amsterdam en Den Haag. Daarna was hij werkzaam bij de Hoge Raad in Den Haag. Was hooglraar in Leiden. Kreeg bekendheid door een aantal handboeken en publicaties op het gebied van het burgerlijk recht en door Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche wetgeving betreffende de magt der hooge en andere heemraadschappen, dijk- en polderbesturen enz. (1842).

Illustratiebron: collectie Rijksmuseum; prent van Johannes de Groot naar schilderij van ieronymus van der Mij 

Gerrit Jan Honig  (1864 - 1955)

(Zaandijk 24 nov. 1864 - Zaandijk 22 aug. 1955), volkskundige. Studeerde twee jaar aardrijkskunde aan de UvA en was van 1894 tot 1932 firmant van een boekhoudkantoor in Koog aan de Zaan. Was sinds 1922 conservator van de Zaanlandse Oudheidkamer. Schreef toneelstukken en publiceerde over heraldiek, genealogie en regionale historische geografie zoals De overstroming in de Zaanlanden in 1825 (1916), De watersnood van 1916 (1917) en De kaart van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en Westfriesland (1921). 

Hendrik Reinier Hoogenraad  (1878 - 1956)

(Delft 23 nov. 1878 - Deventer 31 aug. 1956), leraar, bioloog. Was, na zijn opleiding aan de Normaalschool in Den Haag, enige jaren onderwijzer en in 1901 mede-oprichter van de Haagsche Natuurhistorische Vereniging. Studeerde aan de RU te Utrecht en promoveerde in 1934 op een hydrobiologisch onderwerp. Redigeerde van 1911 tot 1914 het tijdschrift Natura en werd in 1933 benoemd als erelid van de KNNV. Was vele jaren leraar aan de Rijkskweekschool te Deventer, waar hij de vakken plant- en dierkunde, natuur- en scheikunde en aardrijkskunde doceerde. Schreef o.m. voor het Handboek der geografie van Nederland het hoofdstuk Biogeografie(1951). 

Jan Louws Hoogland  (1896 - 1980)

(Franeker 29 apr. 1896 - Leeuwarden 4 okt. 1980), landbouwer. Had van 1920 tot 1958 een boerenbedrijf in Het Bildt. Was daarnaast van 1945 tot 1966 lid van GS van Friesland voor de waterstaat, van 1946 tot 1961 lid van de EK, van 1949 tot 1958 ondervoorzitter van de Zuiderzeeraad en van 1958 tot 1969 voorzitter van de Kon. Ver. De Friesche Elf Steden. Schreef: De zorg voor Frieslands boezemwater (1964). Zijn naam werd gegeven aan het in 1966 in gebruik genomen gemaal bij Stavoren 

Gerard Hendrik van Hoolwerff   (1909 - 1990)

(Leiden, 12-08-1909, Bilthoven 13-08-1990?) Afgestudeerd in juni 1939 aan de TH Delft, daarna gaan werken bij de Dienst Zuiderzeewerken. In 1954 overgeplaatst als hoofdingenieur naar de Afdeling Afwikkeling Regiecontracten van de Deltadienst. In 1963 Officier in de Orde van Oranje-Nassau. In 1949 secretaris van Rotary in Kampen. Hij schreef:

Jan Christiaan Hoornenborg  (1913 - 1991)

(Winterswijk 4 april 1913 - Haren 22 april 1991), ingenieur. Studeerde in 1936 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en werkte sinds 1937 in verschillende functies bij RWS. Was van 1961 tot 1978 HID van RWS in de directies Drenthe en Groningen. Publiceerde in De Ingenieur, Spectator van Waterstaatswerken en Waterschapsbelangen en werkte mee aan het Groninger molenboek (1981) 

 Johannes Jacobus Hopmans (1898 - 1976)

(Naarden 13 feb. 1898 - Den Haag 23 mrt. 1976), ingenieur. Hij studeerde in 1920 af als scheikundig ingenieur aan de TH in Delft en trad datzelfde jaar in dienst van het toen opgerichte Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater in Den Haag. Hij was tot 1928 gedetacheerd in Groningen voor onderzoek van het veenkoloniaal afvalwater. Van 1957 tot 1964 was hij HID van het RIZA, sinds 1958 in Voorburg. Van zijn publicaties in de periode van 1944-1971 noemen we:

Houven van oordt

Hendrik Christiaan van der Houven van Oordt  (1837 - 1901)

(Rotterdam 11 jan. 1837 - Arnhem 15 apr. 1901), dijkgraaf. Was, naast zijn functie als dijkgraaf van de Veluwe en lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, tot zijn dood secretaris van de in 1886 opgerichte Zuiderzee­vereniging. Zijn laatste werk, de tweede druk van De economische beteekenis van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee (1901; 1e dr. 1898), werd voltooid door Gerard Vissering. 

Geert Berend Willem Huizinga (1912 - 2005)

(Amsterdam 2 jan. 1912- Ommen 13 aug. 2005), geograaf, leraar. Studeerde geografie aan de UvA en promoveerde daar op: Medemblik inzonderheid in verband met de Zuiderzeewerken; proeve eener sociografie (1940). Was leraar aardrijkskunde in het middelbaar onderwijs in Hilversum, Gorinchem en sinds 1963 in Ommen. Schreef een aardrijkskundemethode: De aarde, onze woonplaats (met T. Hadderingh en L. Pieper; 1970-1977). 

Pieter Huurdeman  (1931 - 2000)

(Edam 8 juni 1931 - Edam 24 juli 2000), journalist, schrijver. Was stuurman en radiotelegrafist op de grote vaart. Schreef van 1973-1990 enkele jeugdboeken en historisch-geografische werken zoals: Drie en een halve eeuw De Purmer (1976) en Waterland door de eeuwen heen (met R. Josselet; 1980). 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS