Adolf Waalewijn (1923 - 2006)
(roepnaam: Dolf; Haarlem 19 okt. 1923 - Leidschendam 7 juli 2006), geodetisch ingenieur. Was van 1946 tot 1950 als landmeter in dienst van het Ingenieursbureau Van Steenis en studeerde in 1952 af aan de TH in Delft. Werkte vanaf 1950 bij de Meetkundige Dienst van RWS in Delft, sinds 1974 als HID. Van 1981 tot 1985 verrichtte hij historisch onderzoek bij de Hoofddirectie van de Waterstaat en promoveerde aan de RU van Leiden op: Achter de bres: de Rijkswaterstaat in oorlogstijd (SDU, 1990). Schreef enkele biografische bijdragen en verder:
Illustratiebron: In memoriam in De Hollandse Cirkel (DHC) 1 september 2006
Jacques Frederik Raymond van de Wall (1891 - 1968)
(Den Haag 1 feb. 1891 - Wassenaar 24 apr. 1968), ingenieur. Studeerde in 1918 af aan de TH in Delft en werkte korte tijd bij de PWS van Drenthe en vanaf 1920 bij de Dienst der ZZW. Volgde in 1946 V.J.P.de Blocq van Kuffeler op als HID en werd in 1956 in die functie opgevolgd door F.J.B.G.Geers. Was na de stormramp van 1953 hoofd van de herstelwerkzaamheden bij Schelphoek en Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland. Schreef diverse artikelen over de ZZW zoals De zuidelijke inpolderingen in het IJsselmeer (1951). Zie ook: J.Th.Thijsse
Lambertus Tjerk van der Wal (1887 - 1964)
(Sint Johannesga 5 feb. 1887 - Den Haag 7 sep. 1964), ingenieur. Was, na in 1910 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, bij verschillende diensten werkzaam: de PWS van Zuid-Holland, GW van Groningen en van 1919 tot 1947 bij de Dienst der ZZW, laatstelijk als hoofdingenieur. Schreef het voor de geschiedenis van de ZZW belangrijke rapport Geschiedenis van de plannen tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee, met chronologische lijst van geschriften tot en met het jaar 1922(1923). Was sinds 1947 HID van de PWS van Zuid-Holland tevens directeur van de PPD, lid van de Zuiderzeeraad, de Raad van de Waterstaat en de Deltacommissie
(Katwijk aan Zee 18 sep. 1897 - Leeuwarden 16 nov. 1959), ingenieur. Was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, in dienst van de PWS te Assen, daarna van een architectenbureau uit Coevorden te Borger. Werkte vanaf 1929 bij de PWS van Friesland waar hij in 1947 D.F.Wouda opvolgde als hoofdingenieur. De verbetering van het kanalenstelsel in Friesland behoort tot zijn grootste verdiensten. Hij schreef verschillende bijdragen over de ontwikkeling van het dijkenstelsel in Friesland en het boek Binnendiken en slieperdikenynFryslan (met K.A.Rienks; 2 dln., 1954)
Jacob Johannes Weeda (1915 - 1996)
(MinjakItam NOI 14 dec. 1915 - Barendrecht 17 okt. 1996), ingenieur. Hij studeerde in 1942 af als werktuigbouwkundig ingenieur aan de TH in Delft en was van 1962 tot 1980 werkzaam als hoofdingenieur van de afdeling Werktuigkunde van de Dienst der Zuiderzeewerken. Als opvolger van L. Monhemius was hij verantwoordelijk voor het functioneren van de gemalen in Flevoland. Van zijn weinige publicaties noemen we: Vijftig Zuiderzeejaren (met M. Klasema, J.Th. Thijsse, J. Middelburg en J.C. le Nobel; 1969).
(Colijnsplaat 12 mrt. 1925 - Goes 23 mrt. 2000), ingenieur. Werkte, na in 1955 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, vele jaren als hoofdingenieur bij de Directie Afsluitingswerken van de Deltadienst. Hij schreef onder meer: De uitvoering van hetDrie-Eilandenplan; de werken ter afsluiting van de Zandkreek (1960) en The tidegoes out (met P. Ph. Jansen, J.E. Prins en Evert Werkman; 1972).
(roepnaam: Bert; Oudeschild 6 apr. 1923 - Den Hoorn 3 sept. 1999), technisch hoofdambtenaar. Werkte sinds 1947 bij RWS in de Directie Noord Holland, aanvankelijk als opzichter op Vlieland, sinds 1954 op Texel. Hier had hij in 1962 de dagelijkse leiding bij de aanleg van de veerhaven 't Horntje. Hij was in 1959 medeoprichter van de Texelse Museum Vereniging en vele jaren voorzitter van Visserijvereniging DETV Texel. Hij schreef: Voorontwerpen kunstmatige mosselverwaterplaatsen in de Westelijke Waddenzee (1973), De zeedijken van het eiland Texel (1980) en een hoofdstuk in het boek Texel en de zee, een strijd van eeuwen (1980).
Illustratiebron: Texelsche Courant 23 maart 1984
Henricus Cornelis Wentink (1912 - 1982)
(Utrecht 3 juni 1912 - Bilthoven 16 dec. 1982), ingenieur. Werkte, na in 1936 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, korte tijd bij GW van Amsterdam, bij de Kon. Ned. Hoogovens en Staalfabrieken te IJmuiden en als zelfstandig adviseur. Was van 1953 tot 1977 in dienst van RWS, sinds 1973 als hoofd van de afdeling tunnelbouw van de directie Sluizen en Stuwen te Utrecht, opgevolgd door A. Glerum. Schreef o.m. Kanalisatie van Nederrijn en Lek; een voorontwerp voor het stuwcomplex te Hagestein (1956), De Velsertunnels (1957), De Coentunnel en De rijkstunnel onder de Oude Maas bij Barendrecht en Heinenoord (1967)
Leopold Wilhelm Wery (1876 - 1939)
(roepnaam: Willem; Den Haag 26 aug. 1894 – Den Haag 31 dec. 1939), jurist. Studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit in Leiden en promoveerde daar op: De Rijn- en Scheldeverbindende tusschenwateren (1919). Naast deze verhandeling waarin Antwerpen - volgens internationaal recht - als Rijnhaven wordt erkend, zijn van deze auteur geen andere publicaties bekend.
Jan Gerrit Wesdorp (1920 - 2008)
(Ridderkerk 12 juli 1920 - Soest 18 juli 2008), waterbouwkundige, redacteur. Werkte van 1949-1985 bij de PWS van Zuid-Holland in Den Haag, waarbij hij na de watersnoodramp van 1953 negen maanden meehielp aan de herstelwerkzaamheden van Goeree-Overflakkee. Tijdens zijn loopbaan was hij tot zijn pensionering werkzaam als hoofdredacteur van het Polytechnisch Tijdschrift (Editie Bouwkunde en Civiele Techniek). Schreef daarin diverse artikelen waaronder: Het beheer onzer dijken van 1795-1813 (1959), Deltaplan en Oosterschelde (1967), De Waddenzee veilig (1974) en Droogmaking van de Markerwaard (1974). Publiceerde daarnaast ook in Waterschapsbelangen en Driemaandelijks Bericht Deltawerken en was coauteur van de PBNA-leergang Kennis van de Nederlandse Waterstaat.
Antonie Wiebes (1903 - 1973)
(Oud-Beijerland 12 juli 1903 - Den Haag 21 okt. 1973), ingenieur. Was, na in 1926 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, in dienst van RWS. Werkte vanaf 1933 bij het Bruggenbureau, in 1945 bij de Dienst Droogmaking Walcheren, sinds 1946 bij het Arrondissement Vlissingen en sinds 1954 bij de Directie Zuid Holland, van 1956-1968 als HID. Hij schreef in De Ingenieur: Het herstel van het behoudengedeelte van de Westkapelse dijk (met H.A. Ferguson; 1948) en De vernieuwing van hetbuitenhoofd der grote schutsluis te Veere (1951).
Hendrik Wieringa (1924 - 2011)
(Veendam 12 maart 1924 - Zwolle 1 juni 2011), ingenieur. Na in 1950 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, was hij werkzaam bij RWS in de Directie Zeeland, de laatste jaren als hoofd van het arrondissement Vlissingen. Van 1967 tot zijn pensionering in 1985 was hij werkzaam als HID van de PWS van Overijssel. Van zijn publicaties noemen we:
Albert Gerrit Wiersma (1901 - 1988)
(Goes 17 aug. 1901 - Doorn 26 okt. 1988), ingenieur. Hij werkte, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1928 bij het ingenieursbureau J.van Van Hasselt en De Koning te Nijmegen en tot 1939 bij de PWS van Noord-Holland. Hij was daarna ingenieur bij de Polder Walcheren te Middelburg, na de inundatie van 1944 belast met de herverkaveling van dat eiland. Van 1955 tot 1966 was hij directeur-ingenieur van de Technische Dienst bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Schreef enkele artikelen in het tijdschrift Land en Water w.o. Delfland's aandeel in de bescherming van Centraal Holland tegen overstroming (1958). Vestigde zich na pensionering te Holten als adviserend ingenieur op het gebied van rivierdijkverzwaring.
(roepnaam: Han; Palembang N.O.I. 4 juli 1928 - Kleve, Duitsland 21 mei 2010), ingenieur, hoogleraar. Na in 1955 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, trad hij in dienst van RWS, waar hij leiding gaf bij de afsluiting van het Veerse Gat. Werkte daarna bij de Rijks Planologische Dienst, waar hij nauw betrokken was bij de totstandkoming van de Tweede Nota overde Ruimtelijke Ordening in Nederland (2 dln.; 1966). Van 1969 tot 1989 was hij hoogleraar civiele planologie aan de TU in Delft, als opvolger van J.L Klein. Van zijn publicaties noemen we verder: De afdamming van het Veerse Gat (1961), Oosterschelde en ruimtelijke ordening (1967) en Afsluiting van de Oosterschelde, een open vraag? (1976).
Illustratiebron: Provinciale Zeeuwse Courant 20 maart 1965 -tijdens studiedag over Westerschelde verbinding
Antonie Wijers (1922 - 2015)
(roepnaam: Ton; Amsterdam 23 apr. 1922 - Velp 1 juni 2015), ingenieur. Was, na in 1953 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, werkzaam bij RWS. Tot 1975 was hij hoofd van het arrondissement Maastricht, daarna tot 1985 werkzaam als HID in de Directie Friesland. Van zijn publicaties noemen we: Rijkswaterstaatswerken in Limburg 1944-1969 (1969-1970) en Zandwinning in de Waddenzee (1981).
Cornelius Josephus Witteveen (1882 - 1960)
(Heerenveen 19 apr. 1882 - Maastricht 9 okt. 1960), ingenieur. Hij werkte, na in 1905 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hogeschool in Delft, bij verschillende directies van Rijkswaterstaat en van 1914 tot 1919 als directeur van Openbare Werken in Suriname. Daarna bij Rijkswaterstaat te Utrecht, Terneuzen en Den Haag. Was van 1933 tot 1948 Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat in de directie Limburg en leidde de werkzaamheden aan het Julianakanaal en de gekanaliseerde Maas. Hij zette zich na 1945 in voor het herstel van de rivieren en kanalen en de droogmaking van Walcheren waarvoor P.Ph. Jansen met de uitvoering werd belast. Hij schreef het Verslag van de Staatscommissie ingesteld bij KB van 7 januari 1921, no. 39 inzake den aanleg van een verbeterden scheepvaartweg van Amsterdam naar den Boven-Rijn (met J. Limburg; 1924).
Cornelis Wolterbeek (1892 - 1952)
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS