Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
M
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een scan van de publicatie

Gerardus Cornelis Maarleveld  (1825 - 1909)

(Apeldoorn 8 juni 1916 - Ede 22 mrt. 1995), fysisch geograaf, hoogleraar. Studeerde geografie aan de RU in Utrecht en promoveerde daar op: Grindhoudende midden-pleistocene sedimenten (1956). Schreef in de periode van 1949 tot 1974 diverse rapporten en artikelen waaronder: Grindrijke strandwallen langs de oostrand van de voormalige Zuiderzee (1957). Werd in 1966 benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de fysische geografie aan de UvA. Werkte bij de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen, waar hij onder meer leiding gaf aan de totstandkoming van de Geomorfologische kaart van Nederland (1975-1990).

Johannes Willem van der Made  (1928 - 1991)

(Rotterdam 15 sep. 1928 - Voorburg 6 okt. 1991), ingenieur. Werkte, na in 1951 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, sinds 1953 bij de DWW van RWS in Den Haag.  Promoveerde in 1988 aan de TU Delft op het ontwerp van oppervlaktewater-meetnetten. Hij schrref:

Hendrik Makken  (1932 - 2011)

(Schoonloo 17 sep. 1932 - Assen 13 sep. 2011), bodemkundige. Stelde als medewerker van de Stichting voor Bodemkartering in Wageningen enige tientallen bladen van de Bodemkaart van Nederland samen en publiceerde in de periode van 1965 tot 1992 over de bodemgesteldheid en bodemgeschiktheid van diverse gebieden in ons land. 

VMalde

Jacob van Malde  (1926- 2014)

(Rotterdam 17 mrt. 1926 - Voorschoten 19 dec. 2014), ingenieur. Studeerde in 1954 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Was in dienst van RWS bij de directies Benedenrivieren en tot 1971 bij de Deltadienst. Daarna bij de Studiedienst Vlissingen en tenslotte bij de Dienst Getijdewateren in Den Haag. Schreef onder meer: Over het berekenen van Deltaprofielen voor dijken langs de Westerschelde (met N. Schoenmakers en D.C. Verhage; 1972), Over de cyclus van de zogenaamde drempelgeulen in de oostelijke uitloop van de Zimmermangeul (met D. de Looff; 1976) en De invloed van de bepalingswijze op de berekende gemiddelde zeestand (met E.R. van den Hoek Ostende; 1989). .Ook schreef hij:

Illustratiebron: Provinciale Zeeuwse Courant- 24 januari 1976 - via Krantenbank Zeeland

VMaldegem

Pieter Johannes van Maldegem (1917 - 1993)


(roepnaam: Pier; Wissenkerke 26 mei 1917 - Zierikzee 19 apr. 1993), waterbouwkundige. Was van 1942 tot 1982 werkzaam bij RWS, laatstelijk als technisch hoofdambtenaar bij de afsluiting van het Veerse Gat, Brouwershavensche Gat en de Oosterschelde. Schreef o.m. Drie-eilandenplan; afsluiting Veerse Gat (1961), De grote werken na de afsluiting van het Veerse Gat (1962) en De afsluiting van het Brouwershavensche Gat (1969).


Illustratiebron: Zierikzeesche Nieuwsbode -10 juni 1980 - via Krantenbank Zeeland 

Willem Herman van Marle  (1905 - 1983)

(Deventer 31 mrt. 1905 - Haarlem 5 okt. 1983), ingenieur. Studeerde in 1935 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Was van 1964 tot 1970 directeur van het PWN en de N.V. Watertransportmij. Rijn-Kennemerland. Schreef het jubileumwerk Vereniging voor Waterleidingsbelangen in Nederland 1899-1949 (met W.F.J.M.Krul; 1949)

Henricus van Mechelen  (1854 - 1947)

(Bergen op Zoom 8 mrt. 1854 - Breda 11 jan. 1947) was vele jaren secretaris van het Heemraadschap Mark en Dintel te Zevenbergen. Hij schreef daarover: Heemraadschap van de Mark en Dintel, een bijdrage tot de geschiedenis der heemraadschappen in Nederland (1915). 

Eduard Alexander van de Meene  (1937 - 1996)

(roepnaam: Ed; Doetinchem 8 aug. 1937 - Zutphen 3 juni 1996), fysisch geograaf. Werkte, na te zijn afgestudeerd aan de RU in Utrecht, van 1970-1994 bij de Rijks Geologische Dienst als geoloog voor het district Oost (later: Midden Oost) vanuit het RGD-kantoor in Lochem. Hij was de samensteller van diverse bladen van de Geologische Kaart van Nederland 1:50.000 en schreef onder meer: Het ontstaan van de Geldersche IJssel (1979). 

Zander Yske van der Meer  (1904 - 1978)

(Nijeholtpade 14 mrt. 1904 - Arnhem 27 apr. 1978), ingenieur. Studeerde in 1928 af aan de TH in Delft en promoveerde aldaar in 1939 op Het opkomen van den Waterstaat als taak van het landsbestuur in de Republiek der Vereenigde Provinciën (1939). Was in verschillende functies werkzaam bij RWS, was van 1946 tot 1954 DG van Wederopbouw en Volkshuisvesting en daarna voorzitter van de Rijksplanologische Commissie 

Dirk Meijer  (1890 - 1975)

(roepnaam: Dick; Zwijndrecht 26 nov. 1890 - Steenwijk 28 jan. 1975), onderwijzer, schrijver. Was, naast zijn beroep als onderwijzer te Giethoorn Noord, een verdienstelijk schrijver, kunstschilder en fotograaf van het Noordwest-Overijsselse waterlandschap. Hij publiceerde van 1931 tot 1962 in tijdschriften als De Mars, De Wandelaar,Erica, Reizen en Weer en Wind over natuur en cultuur, eendenkooien en turfwinning rond Giethoorn. 

Albert Abraham Meijers (1876 - 1960)

(Den Haag 29 juli 1876 - Den Haag 25 mei 1960), ingenieur. Was, na zijn afstuderen in 1897 aan de PS te Delft, tot 1932 werkzaam in NOI en op Curaçao, overwegend belast met ontwerp en aanleg van havenwerken. Schreef diverse tijdschriftartikelen w.o. De tweede binnenhaven te Scheveningen en de plannen ter verbinding van die haven met de binnenwateren (1930) en de biografie Ter herdenking Jhr.ir. R.R.L. de Muralt (1936).

Antonie Mellink  (1874 - 1943)

(Zutphen 8 nov. 1874 - Zutphen 13 jan. 1943), leraar. Was onderwijzer, later leraar in Zutphen. Schreef enkele leerboeken voor het middelbaar onderwijs en toelichtende teksten bij schoolplaten over plant- en dierkunde. Bekendheid kreeg zijn plaatjesalbum Album der zee (1929). Voor zijn bijzondere verdiensten ontving hij het ereburgerschap van Zutphen

MESU

Fernandus Pieter Mesu (1889 - 1978)

(Nieuw- en Sint Joosland 14 apr. 1889 - Bilthoven 18 sep. 1978), landbouwkundig ingenieur. Was, na zijn studie aan de LHS te Wageningen, werkzaam in Friesland en Drenthe bij het Rivierenbureau, opgezet voor de verbetering van de afwatering, met werkverschaffingsprojecten aan het Drostendiep. Daarna leidde hij het Rijksbureau voor de Ontwatering te Zwolle, was hij van 1930 tot 1935 lid van de Wieringermeer-directie en van 1935 tot 1954 (de eerste) directeur van de Cultuurtechnische Dienst te Utrecht. De LHS te Wageningen verleende hem in 1953 een eredoctoraat. Was lid van de Deltacommissie. Hij schreef o.m. Enige waterstaatkundige facetten van de afsluiting der zeegaten (met A.G.Bruggeman; 1954), Waterhuishouding in Nederland (met J.van Veen; 1957) en Brabantse Biesbosch waarheen? (1960). 

Illustratiebron: Biografisch woordenboek van Nederland -KNAW 

Willem Metzelaar (1908 - 1994)

(Delft 24 juli 1908 - Leidschendam 18 sep. 1994), waterbouwkundige, voorlichter. Voltooide in 1927 zijn studie weg- en waterbouwkunde aan de MTS in Den Haag. Was van 1931 tot 1973 in dienst van RWS, aanvankelijk als opzichter, laatstelijk als waterstaatkundig hoofdambtenaar. Was van 1931 tot 1952 betrokken bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, o.m. belast met de bouw van de schutsluis bij Tiel. Was in 1945 werkzaam bij de Dienst Doogmaking Walcheren en in 1953 bij dijkdichtingen op Goeree en Schouwen-Duiveland. Was van 1957 tot 1973 hoofd van de afdeling voorlichting van de Deltadienst. Schreef o.m. Zeeland in bewogen dagen (1946) en het bekende leerboek Nederland Deltaland (1962). Hij werkte mee aan Gekwelde grond : Schouwen-Duiveland in ramp en herstel. (1958)


Illustratiebron: Provinciale Zeeuwse Courant -12 mei 1990 via Krantenbank Zeeland 

Moerman, H.J.

 Hendrik Jacob Moerman (1882-1954)

((Ughelen 14 sep. 1882 - Kampen 24 sep. 1954), leraar, historisch-geograaf. Had, als leerling van R.Schuiling aan de Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor Middeleeuwse economische geschiedenis en naamkunde. Was onderwijzer te Hengelo en Den Haag, daarna leraar aardrijkskunde te Winschoten en sinds 1925 te Kampen waar hij tot zijn pensionering in 1943 leraar en conrector aan het lyceum was. Schreef zeer heldere artikelen over de oostkust van de Zuiderzee w.o. De IJsselmonden (1918), Urk (met A.J.Reijers; 1921), Schokland (idem; 1925) en Uit de geschiedenis der Zuiderzee (1927). Werkte met G.J.A.Mulder samen aan de zesde druk van Schuilings Nederland, handboek der aardrijkskundeen aan de beide supplementen daarop. Schreef voor het Handboek der Geografie van Nederland twee hoofdstukken: Plaatsnamen (in dl. 2, 1951) en Overijsel (met A.W.Wentholt; in dl. 6, 1959). 

Job Jan Moerman  (1880 - 1954)

(Oostvoorne 28 mrt. 1880 - Den Haag 24 feb. 1954), onderwijzer, schrijver. Was onderwijzer in Zeist, Hilversum en sinds 1916 in Den Haag. Had een belangrijke inbreng bij de samenstelling van de Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis. Schreef: De wonderbaarlijke avonturen van Willem Ysbrantsz Bontekoe (1924) en Grote Nederlanders (met zijn dochter Teuntje Klijnhout-Moerman; 1946). Bekend zijn ook de plaatjesalbums Der Vaderen Erf (1952) en Neerlands vlag aan vreemde kust (1955) met aquarellen van J.W. Heijting. 

Jacob Diederik Moerman  (1885 - 1965)

(Ughelen 4 juli 1885 - Apeldoorn 24 mei 1965), onderwijzer, archeoloog. Was, na zijn opleiding aan de Rijkskweekschool te Deventer, werkzaam als onderwijzer te Wageningen. Was een zeer verdienstelijk beoefenaar van de archeologie en kenner van de geschiedenis van de Veluwe; postuum werd zijn naam gegeven aan een museum te Apeldoorn. Hij schreef o.m. Beken, sprengen en watermolens op de Veluwe (1934) en Veluwsche beken en daling van het grondwaterpeil (1934).

Wiebe Henderikus van der Molen  (1876 - 1939)

(Amsterdam 15 aug. 1922 - Heelsum 30 juli 2014), ingenieur, agrohydroloog, hoogleraar. Hij studeerde in 1948 af aan de LHS te Wageningen als landbouwkundig ingenieur en werkte enige jaren bij de RIJP, bij de Grontmij en promoveerde in 1958 aan de LHS op de landbouwkundige eigenschappen van door zeewater overstroomde gronden. Van 1968 tot 1987 was hij hoogleraar in de agrohydrologie aan de LHS. Van zijn publicaties uit de periode van 1949-2007 noemen we: Over de landbouwkundige betekenis en de kartering van de kwel in de Noordoostpolder (met W.H. Sieben; 1955), zijn inaugurele rede Tussen grond en water (1968) en zijn afscheidsrede Over water en bodem (1987). Ook publicerde hij Invloeden van oppervlakte-infiltratie ten behoeve van duinwaterwinning op kruidachtige oevervegetaties (1984)

Evert Lambert Molt (1908 - 1998)

(Voorburg 8 feb. 1908 - Oisterwijk 27 juli 1998), scheikundige, hydro-ecoloog. Studeerde scheikunde aan de RU in Leiden waar hij in 1934 promoveerde. Was werkzaam bij het Hoogheemraadschap van Rijnland waar hij, samen met P. de Gruyter, Rijnlands boezem (3 dln.; 1957) samenstelde. Schreef verder: Natuurwetenschappelijke aspecten van de zuivering van Rijnwater (1963). Was later in dienst van de Inspectie van de Volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu in de provincie Noord-Brabant. 

Monhemius

 Leonard Monhemius  (1897 - 1980)

(Amsterdam 31 okt. 1897 - Den Haag 26 apr. 1980), werktuigbouwkundig ingenieur. Hij was, na in 1921 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enkele jaren werkzaam als assistent van zijn leermeester J.C.Dijxhoorn. Hij werkte vervolgens bij het Hoogheemraadschap van Rijnland en daarna als hoofd van de afdeling Werktuigkunde bij de Dienst der ZZW te Den Haag, in 1962 opgevolgd door J.J.Weeda. Hij ontwierp de gemalen Leemans en Lely in de Wieringermeer, de gemalen Buma, Smeenge en Vissering in de Noordoostpolder, de gemalen Colijn, Lovink en Wortman in Oostelijk Flevoland en het gemaal De Blocq van Kuffeler in Zuidelijk Flevoland. Hij schreef diverse artikelen over polderbemaling w.o.  Het bepalen van de opbrengst van poldergemalen volgens de chemische methode (1934), De gemalen van den Wieringermeerpolder (1930), Het schepradgemaal van Rijnland te Spaarndam (1937) en Vijf eeuwen polderbemaling; enkele grepen uit de geschiedenis van de strijd om droge voeten (Land + Water, 1967). Verder schrref hij voor Rijkswaterstaat Enkele gegevens omtrent de kosten der bemaling van de Noordoostpolder en Onderzoek naar het waterbezwaar van de polders aan het Noordzeekanaal (1949 en 1926). 

Reinout Heleen Johan Morra  (19166 - 1990)

(Utrecht, 2-9-1916 - Zoetermeer 7-5-1990). Medewerker van de studiedienst benedenrivieren, later waterloopkundige afdeling van directie Waterhuishouding en Waterbeweging. Is vooral bekend geworden door zijn aanpassing van de zandtransportformule van Kalinske. Dit volgt uit zijn bijdrage aan het rapport van de Deltacommissie (deel 5, bijdrage 4.6): De zandbeweging in het getijgebied van Zuidwest-Nederland. Daarnaast heeft hij werk gedaan aan de plaatsbepaling voor metingen met Decca. Hij schreef o.a. A system of radio-location used in the Delta Area voor de ICCE conferentie van 1960.

Roelof Daniël Mulder  (1910 - 1974)

(Assen 31 dec. 1910 - Haren 27 jan. 1974), scheikundige. Studeerde scheikunde in Groningen en promoveerde aldaar in 1938. Werkte sinds 1937 als chemicus-bacterioloog bij het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf te Groningen, sinds 1940 als hoofd van het laboratorium. Had grote belangstelling voor de prehistorie en archeologie van Drenthe en was secretaris van het Drents Genootschap en redacteur van het maandblad Drenthe en de Nieuwe Drentse Volksalmanak. Schreef o.m. Drinkwatervoorziening in Drenthe (1948). 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS