Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
J
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een blz vn de Baluw Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

 Johannes Godtlieb Jäger  (1829 - 1894)

(Amsterdam 18 juli 1829 - Dinant, België 31 juli 1884), jurist. Werkte in Amsterdam op een advocatenkantoor, werd er later notaris en gemeenteraadslid. Was in 1863 medeoprichter van de Amsterdamsche Kanaalmaatschappij. Schreef onder meer: Eenige bladzijden uit de geschiedenis van de ontworpen doorgraving van Holland op zijn Smalst (1865) en De doorgraving van Holland en de Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij, een subsidiair voorstel (1867). 

Marinus Albertus Jansen (1899 - 1981)

(Vorden 10 nov. 1899 - Arnhem 9 mei 1981), waterbouwkundige. Hij was van 1917 tot 1967 in verschillende functies werkzaam bij RWS, sinds 1955 als waterbouwkundige bij het Arrondissement Rijn en IJssel van de Directie Bovenrivieren te Arnhem. In 1961 is hij benoemd tot Ridder ind de Order van Oranje-Nassau. Hij schreef een hoofdstuk in de Technische Vraagbaak deel W: Rivieren (met K. van Til en E.M.H. Schaank; 1951). Hij nschreef in OTAR: De bovenmond van de Oude Rijn bij Lobith.

Teunis Johannes Jansen Schoonhoven
 
(1930 - 2015)

(Utrecht 13 okt. 1930 - Almen 24 juni 2015), jurist. Studeerde rechten aan de RU van Leiden en promoveerde daar op Het waterstaatsbestuur van de Zuiderzeepolders (1964). Was werkzaam als rechter aan de Rechtbank van Utrecht en vele jaren lid van de hoofddirectie van Rabobank Nederland

Kornelis Jansma  (1891 - 1971)

(Amsterdam 25 mrt. 1891 - Amsterdam 21 mrt. 1971), jurist, biograaf. Studeerde rechten en promoveerde in 1913 cum laude aan de UvA. Vestigde zich als advocaat en procureur in Amsterdam. Had grote belangstelling voor de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. Was sinds 1918 secretaris van de Zuiderzeeraad en vele jaren voorzitter van het genootschap Flevo. Over Cornelis Lely, met wie hij nauw heeft samengewerkt, schreef hij de zeer bekende biografie Lely, bedwinger der Zuiderzee (1948). Hij schreef ook De Zuiderzeemillioenen (1930). Ook was hij initiatiefnemer voor oprichting van een standbeeld van Lely op de Afsluitdijk bij Den Oever 

Taeke Sjoerd Jansma  (1904 - 1992)

(Amsterdam 5 jan. 1904 - Amsterdam 24 apr. 1992), historicus, hoogleraar. Studeerde middeleeuwse geschiedenis in Utrecht en promoveerde daar in 1932. Tot 1935 was hij leraar geschiedenis bij het MO in Amsterdam en Hilversum en tot 1950 was hij in verschillende functies werkzaam aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam. Van 1950 tot 1974 was hij hoogleraar in de economische en sociale geschiedenis aan de UvA. Van zijn vele publicaties noemen we slechts De oudste geschiedenis van Rotterdam 1340-1940 (1940) en het intrigerende artikel Het Pampus (1966)..

Pieter Janzen (1876 - 1939)

(Franeker 19 juni 1859 - Deventer 17 nov. 1943), opzichter, architect. Was van 1884 tot 1891 opzichter bij de PWS van Friesland met standplaats Lemmer. Was daarna als architect werkzaam in Meppel, sinds 1915 te Deventer. Schreef tussen 1902 en 1916 onder de rubriek Historische Opstellen in de Leeuwarder Courant en van 1923 tot 1934 in Sljucht en Rjucht, waarvan hij mede-redacteur was. Schreef verder diverse artikelen w.o. It meitsjenfen de feart Harns-Ljouwert 1501-1508 en It oanlizzen fen de trekwei 1640-1646 (1932)

Jelgersma

Saskia Jelgersma  (1929 - 2012)

(roepnaam: Kiek; Oegstgeest 9 mei 1929 - Alkmaar 7 mei 2012), geologe. Zij studeerde in 1954 af in Leiden als geologe met specialisatie in paleontologie en petrologie en promoveerde daar in 1961 op een onderzoek naar zeespiegelrijzing in Nederland tijdens het Holoceen door het aantonen van een verband tussen de diepteligging en ouderdom van het basisveen. Ze was van 1954-1990 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Rijks Geologische Dienst in Haarlem en ontving in 1997 de Van Waterschoot van der Gracht penning voor haar uitzonderlijke verdiensten als Nederlands aardwetenschapper. Ze schreef onder meer: 

  • Zeespiegelbeweging en bodemdaling (met H. Smits en P.J. Wemelsfelder; 1965)
  • Sea-level Changes During the Last 10,000 Years (1966)
  • An Outline of the Geological History of the Coastal Dunes in the Western Netherlands (1969)
  • The Coastal Dunes of the Western Netherlands (1970, 1974)
  • Kustontwikkeling in Nederland; een geologische kijk op de kust (met D. Beets en R. Schüttenhelm; 1985) en 
  • Stormen en strandingen; nood op de kust van Egmond, Bergen en Schoorl (2000)

Illustratie: foto uit Quarterly International, In Memoriam Kiek Jelgersma

Jacob Carel Willem le Jeune (1775 - 1864)

(Den Haag 30 aug. 1775 - Wageningen 2 aug. 1864), jurist, letterkundige. Studeerde rechten in Utrecht en promoveerde daar in 1802. Werkte van 1806 tot 1842 als commies, afwisselend bij het ministerie van financiën en binnenlandse zaken. Schreef over letterkundige, biografische, sociografische en geografische onderwerpen, waaronder: Over den loop der rivieren door het land der Friezen en Batavieren in het Romeinsche tijdvak (met J.G. Ottema; 1846).

Cornelis Hermanus de Jong  (1919 - 1993)

(Terschelling 9 apr. 1919 - Leidschendam 8 nov. 1993), ingenieur. Werkte, na in 1948 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur, tot zijn pensionering bij de Dienst der Zuiderzeewerken in Den Haag, vanaf 1965 als hoofd van de afdeling wiskunde. Van zijn publicaties noemen we: 

Dirk Leendert de Jong  (1886 - 1968

(Ammerstol 17 dec. 1886 - Hellevoetsluis 1 okt. 1968), bouwkundige. Werkte sinds 1916 als technisch ambtenaar bij de PWS van Zuid-Holland, aanvankelijk in Den Haag, enige jaren in Brielle en van 1939 tot 1956 in Gouda. Woonde daarna in Nieuw Helvoet en Hellevoetsluis. Publiceerde in de periode 1933-1960 over de historische geografie en waterstaatsgeschiedenis van Voorne, de Krimpenerwaard, de Lopikerwaard en de stad Gouda. We noemen: De indijking van den St. Annapolder op het eiland Voorne (1933), De bovenloop van de Linge, de Leidsche Vliet en tiendwegen (1944), De bodem van Gouda (1949) en De namen van de tiendhoeken van Voorne (1960). In het tijdschrift van de Bond van Techische Ambtenaren schreef  hij over Historische Steenglooiingen.

Jan de Jong  (1868 - 1914)

(Heerenveen 24 mrt. 1868 - Groningen 20 dec. 1914), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1891 was afgestudeerd aan de PS te Delft, bij de PWS van Overijssel aan de verbetering van de Schipbeek en de Overijsselse Vecht. Was sinds 1897 werkzaam bij PWS van Groningen waar hij in 1908 J.M.W. van Elzelingen opvolgde als hoofdingenieur. Hij schreef onder meer: Gewijzigd ontwerp tot verbetering van de Schipbeek (met G. Broekema en A. Déking Dura; 1893)

Jan Aert de Jonge  (1926 - 1975)

(Delft 22 okt. 1926 - Amsterdam 28 apr. 1975), historicus. Schreef o.m. Het Zeeuwse goud; geschiedenis van de mossel- en oestercultuur (1990). 

Jhr. Bonifacius Marinus de Jonge van Ellemeet  (1881 - 1962)

(Goes 18 mei 1881 - Utrecht 6 mei 1962), archivaris. Studeerde rechten en promoveerde in 1906 te Utrecht. Werd in 1913 rijksarchivaris in Drenthe, in 1921 in Noord-Holland en in 1933 in Utrecht tot 1946. Inventariseerde verschillende archieven en schreef over kerkgeschiedenis en waterschappen w.o. Hoofdmomenten uit de geschiedenis van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland (1931) en Uit de geschiedenis der Utrechtse waterschappen (1946). 

Hendrik Jonker  (1913 - 1979)

(Anna Paulowna 31 okt. 1913 - Amsterdam 14 dec. 1979), advocaat en procureur, bestuurder. Studeerde rechten aan de UvA en promoveerde daar op Hoofdstukken uit de geschiedenis van de polder Wieringerwaard 1610-1960. Was van 1927-1931 en van 1932-1935 lid van de gemeenteraad en van 1949-1977 wethouder van de gemeente Anna Paulowna, in 1977 benoemd tot ereburger. Was daarnaast van 1949-1977 voorzitter van de Anna Paulownapolder. Schreef onder meer het boek: De Anna Paulownapolder 1846-1946 (met C. Keijzer; 1946). 

Luciën Alexander Jonker  (1917 - 2022)

(Lieshout 4 juli 1917 - Bilthoven 12 sep. 2012), ingenieur. Werkte, na in 1949 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot aan zijn pensionering bij de Directie Sluizen en Stuwen van RWS in Utrecht, sinds 1961 als hoofdingenieur A. Onder zijn leiding werden schutsluizen gebouwd of verbouwd in Dieren, Veere, in de Zandkreek- en Grevelingendam en bij Born. Hij schreef onder meer: Stormvloedkering in de Hollandsche IJssel nabij Krimpen (1955) en Bestaande en nieuwe sluizen in de vaarweg van Zuid-Limburg naar het Noorden (1962) 

Frans Jorissen (1919 - 2000)

(Dordrecht 5 aug. 1919 - Hendrik-Ido-Ambacht 19 okt. 2000), ingenieur, maritiem historicus (autodidact). Had al sinds zijn jeugd een grote passie voor maritieme en regionale geschiedenis. Werkte, na zijn studie scheepsbouwkunde aan de MTS in Dordrecht, bij Ingenieursbureau Den Boer waar hij de grootste stoombok ter wereld ontwierp. Na de 2e WO kwam hij in dienst van de Marine in Den Haag, belast met onder meer de ontmanteling van de Duitse vloot. Van 1981 tot 1987 was hij voorzitter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en was eigenaar van de door hemzelf gerestaureerde tjalk Siet op uw Selven. Van zijn publicaties noemen we: Het hoogheemraadschap van de Zwijndrechtsche Waard 1331-1955 (1955), Het eiland IJsselmonde zoals het was 1900-1940 (1970), Spelevaart en watersport in Dordt (1976) en Het water op: vierhonderd jaar pleziervaart in Nederland (met J. Kramer en J. Lengkeek; 1990). 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS