(roepnaam: Pier; Wissenkerke 26 mei 1917 - Zierikzee 19 apr. 1993), waterbouwkundige. Was van 1942 tot 1982 werkzaam bij RWS, laatstelijk als technisch hoofdambtenaar bij de afsluiting van het Veerse Gat, Brouwershavensche Gat en de Oosterschelde. Schreef o.m. Drie-eilandenplan; afsluiting Veerse Gat (1961), De grote werken na de afsluiting van het Veerse Gat (1962) en De afsluiting van het Brouwershavensche Gat (1969).
Illustratiebron: Zierikzeesche Nieuwsbode -10 juni 1980 - via Krantenbank Zeeland
(Den Haag 29 juli 1876 - Den Haag 25 mei 1960), ingenieur. Was, na zijn afstuderen in 1897 aan de PS te Delft, tot 1932 werkzaam in NOI en op Curaçao, overwegend belast met ontwerp en aanleg van havenwerken. Schreef diverse tijdschriftartikelen w.o. De tweede binnenhaven te Scheveningen en de plannen ter verbinding van die haven met de binnenwateren (1930) en de biografie Ter herdenking Jhr.ir. R.R.L. de Muralt (1936).
(Nieuw- en Sint Joosland 14 apr. 1889 - Bilthoven 18 sep. 1978), landbouwkundig ingenieur. Was, na zijn studie aan de LHS te Wageningen, werkzaam in Friesland en Drenthe bij het Rivierenbureau, opgezet voor de verbetering van de afwatering, met werkverschaffingsprojecten aan het Drostendiep. Daarna leidde hij het Rijksbureau voor de Ontwatering te Zwolle, was hij van 1930 tot 1935 lid van de Wieringermeer-directie en van 1935 tot 1954 (de eerste) directeur van de Cultuurtechnische Dienst te Utrecht. De LHS te Wageningen verleende hem in 1953 een eredoctoraat. Was lid van de Deltacommissie. Hij schreef o.m. Enige waterstaatkundige facetten van de afsluiting der zeegaten (met A.G.Bruggeman; 1954), Waterhuishouding in Nederland (met J.van Veen; 1957) en Brabantse Biesbosch waarheen? (1960).
Illustratiebron: Biografisch woordenboek van Nederland -KNAW
(Delft 24 juli 1908 - Leidschendam 18 sep. 1994), waterbouwkundige, voorlichter. Voltooide in 1927 zijn studie weg- en waterbouwkunde aan de MTS in Den Haag. Was van 1931 tot 1973 in dienst van RWS, aanvankelijk als opzichter, laatstelijk als waterstaatkundig hoofdambtenaar. Was van 1931 tot 1952 betrokken bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal, o.m. belast met de bouw van de schutsluis bij Tiel. Was in 1945 werkzaam bij de Dienst Doogmaking Walcheren en in 1953 bij dijkdichtingen op Goeree en Schouwen-Duiveland. Was van 1957 tot 1973 hoofd van de afdeling voorlichting van de Deltadienst. Schreef o.m. Zeeland in bewogen dagen (1946) en het bekende leerboek Nederland Deltaland (1962).
Illustratiebron: Provinciale Zeeuwse Courant -12 mei 1990 via Krantenbank Zeeland
Hendrik Jacob Moerman (1882-1954)
((Ughelen 14 sep. 1882 - Kampen 24 sep. 1954), leraar, historisch-geograaf. Had, als leerling van R.Schuiling aan de Rijkskweekschool te Deventer, grote belangstelling voor Middeleeuwse economische geschiedenis en naamkunde. Was onderwijzer te Hengelo en Den Haag, daarna leraar aardrijkskunde te Winschoten en sinds 1925 te Kampen waar hij tot zijn pensionering in 1943 leraar en conrector aan het lyceum was. Schreef zeer heldere artikelen over de oostkust van de Zuiderzee w.o. De IJsselmonden (1918), Urk (met A.J.Reijers; 1921), Schokland (idem; 1925) en Uit de geschiedenis der Zuiderzee (1927). Werkte met G.J.A.Mulder samen aan de zesde druk van Schuilings Nederland, handboek der aardrijkskundeen aan de beide supplementen daarop. Schreef voor het Handboek der Geografie van Nederland twee hoofdstukken: Plaatsnamen(in dl. 2, 1951) en Overijsel(met A.W.Wentholt; in dl. 6, 1959). Zie ook: L.Ph.C.van den Bergh.
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS