Georg Wilhelm Harmsen (1903 - 1981)
| (roepnaam: Foek, ook Sjouk; Sint Petersburg 20 juni 1903 - Hilversum 2 juni 1981), landbouwkundig ingenieur, milieubeschermer. Studeerde in 1929 af en promoveerde in 1946 aan de LHS in Wageningen. Werkte van 1929 tot 1947 als bodemmicrobioloog bij de Dienst der ZZW te Medemblik en Kampen en van 1951 tot 1968 bij het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid te Haren. Combineerde de bodemkunde met zijn belangstelling voor watervogels in het natuurbeheer van IJsselmeer, Waddenzee, Lauwersmeer en Dollard. Maakte zich verdienstelijk met de inrichting van waterwildreservaten in het Amstelmeer, de randmeren en de Dollard en met het werk van de Waddenzee Commissie en Natuurmonumenten. Ontving in 1974 de Gouden Lepelaar. Schreef o.m. Verzet tegen een uitbreiding van de Eemshaven ten koste van het aangrenzende wad (met J.Verwey; 1972) |
Arie van Hattum (1807 - 1890)
(Sliedrectht 30 nov. 1807 - 3 dec. 1890) was een griendbaas uit Sliedrecht. In 1831 sloot hij een contgract met het Hoogheemraadschap van de Alblasserwaard voor 5 jaar ojnderhoud aan oevers. Kort daarop richtte hij Arie van Hattums Havenwerken op en richtte zijn blik zelfs over de grens, toen hij in 1837 werkzaamheden verrichtte aan een sluis in Antwerpen. Gestaag breidde hij zijn bedrijf
verder uit en zo droeg hij onder andere van 1844 tot 1851 bij aan de drooglegging van de Haarlemmermeer. Hij richtte samen met Cornelis Blankevoort de firma Van Hattum en BLanakevoort op.
Alexander Lodewijk Heerma van Voss (1894 - 1948)
(Den Haag 8 aug. 1876 - Groningen 5 sep. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de KMA te Breda, sinds 1912 bij de Rijksdrinkwatervoorziening in Groningen. Sinds 1915 in dienst van PWS in Groningen als hoofdingenieur. Onder zijn leiding kwamen diverse werken tot stand w.o. enkele polders en in 1920 het elektrisch gemaal De Waterwolf te Lammerburen. Was o.m. lid van de Staatscommissie Zuiderzee. Zijn levenswerk was het boek Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen (1939) dat nog steeds geldt als standaardwerk over de waterstaatsgeschiedenis van deze provincie.
Johannes Heijmans (1902 - 1965)
(Rosmalen 20 juni 1902 - Rosmalen 18 juni 1965). Zijn vader was een keuterboer, die er een baantje aan het spoor bij had om van wat extra inkomsten (amper zes gulden in de week) verzekerd te zijn. Zij woonden in de Molenhoek, waar toen nog maar tien woonhuizen en het café ‘De Schaapskooi’ stonden. Toen Jan zeven jaar was, ging het gezin aan de Nieuwe Dijk wonen, een dubbele woning met strodak en lage zijmuren in slechte toestand. In 1911 werd weer verhuisd, dit keer naar een huisje op de hei in de Sparrenburg. Weer jaren later verhuisde het gezin naar een grotere boerderij in de Molenstraat.
Op 12 februari 1931 huwde Jan met Allegonda (Gon) van der Doelen ( geboren op 2 maart 1905 en overleden op 16 september 1994). Het echtpaar kreeg 8 kinderen. Hun woonhuis stond aan de Graafscheweg E22 (thans Graafsebaan 13) te Rosmalen. Jan overleed na een hartaanval (twee dagen voor zijn 63e verjaardag) op 18 juni 1965 en werd onder een enorme belangstelling op 22 juni 1965 te Hintham begraven.
Jan Heijmans begon in 1923 (officiële datum: 3 april) met steun van vrienden en familie een stratenmakersbedrijf. Door zijn vindingrijkheid, werklust en kijk op zakelijke ontwikkelingen ontpopte de stratenmaker zich al gauw tot een zakenman. Van stratenmaker naar asfaltverwerking, van dijkbescherming naar onderwaterkering (samen met de Koninklijke Maatschappij Wegenbouw richtte hij Bitumarin op). Daarmee speelde hij ook een belangrijke rol bij de Oosterscheldewerken. In 1948 werd hij (toegekend door Paus Pius XII) Ridder in de Orde van St.Gregorius de Grote, in 1958 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 1963 (b.g.v. 40 jaar Heijmans) Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Op 3 januari 1964 maakte hij zijn terugtreden bekend.
Tekst ontleend aan: Dorry Derhaag-Doomernik en Martien Veekens: ‘700 Jaar Gemeenschap Rosmalen 1300-2000; portret bidprentje uit Bossche Encyclopedie.
(Bogor NOI 27 feb. 1888 - Den Haag 5 okt. 1986), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1911 was afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1917 bij de spoorwegen in NOI. Was daarna in dienst van RWS te Roermond, IJmuiden en van 1938 tot 1945 werkzaam als HID in de directie Utrecht en in 1943 als waarnemend DG van RWS. Was tenslotte DG van de Rijksgebouwendienst in Den Haag. Schreef artikelen in De Ingenieur w.o. Het kanaal van Wessem naar Nederweert (met J.H.van der Burgt; 1928).
(Delft 2 sep. 1842 - Den Haag 16 mei 1925), ingenieur. Werkte, nadat hij in 1863 was afgestudeerd aan de KA in Delft, bij RWS achtereenvolgens in Den Haag, Den Bosch, Den Haag, Middelburg, Veere, Vlissingen, Den Bosch, Utrecht, Gorinchem en Zutphen. Ontving in 1876 de Zilveren Watersnoodmedaille. Was sinds de oprichting in 1881 hoofdingenieur belast met de leiding van de PW in Zeeland te Middelburg. Schreef het zeer uitvoerige standaardwerk De oeververdediging in Zeeland sedert 1860(12 dln., 1884-1908).
Hendrik Christiaan van der Houven van Oordt (1837 - 1901)
(Rotterdam 11 jan. 1837 - Arnhem 15 apr. 1901), dijkgraaf. Was, naast zijn functie als dijkgraaf van de Veluwe en lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, tot zijn dood secretaris van de in 1886 opgerichte Zuiderzeevereniging. Zijn laatste werk, de tweede druk van De economische beteekenis van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee (1901; 1e dr. 1898), werd voltooid door Gerard Vissering.
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS