Cornelis Baars (1909 - 1994)
(Simonshaven gem. Geervliet 22 sep. 1909 - Wageningen 14 feb. 1994), bosbouwkundig ingenieur, waterstaatshistoricus. Werkte, na in 1935 te zijn afgestudeerd in de Nederlandse en koloniale bosbouw aan de LHS te Wageningen, van 1937 tot 1951 als houtvester in NOI. Was daarna werkzaam bij het Centraal Inst. voor Landbouwkundig Onderzoek te Wageningen en van 1969 tot 1974 bij de LHS als medewerker van de afdeling Weg- en Waterbouwkunde en Irrigatie. Verrichtte veel historisch-geografisch onderzoek en promoveerde in 1973 te Wageningen op: De geschiedenis van de landbouw in de Beijerlanden. Schreef twintig artikelen over o.m. de geschiedenis van bedijking en landaanwinning zoals: Bedijking van het Deltagebied (16e-17e eeuw) (1977), De paalwormfurie van 1731/32 en de schade aan de Westfriese Zeedijk (1988-1990) en Het dijkherstel onder leiding van de Staten van Holland (1989). Ref.: C. en J.Baars: De familie Baars uit Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard 1590-1995 (1995).
Wilhelmus Julius van Balen (1890 - 1984)
(roepnaam: Willem; Dubbeldam 15 juli 1890 - Den Haag 14 jan. 1984), commercieel adviseur, publicist. Studeerde rechten en promoveerde in Leiden. Was in dienst van de Kon. Hollandsche Lloyd in Zuid Amerika. Behartigde internationale scheepvaart- en handelsbelangen in Spaans- en Portugeestalige landen. Reeds vanaf 1913 zeer productief als schrijver van boeken op economisch-geografisch en cultuurhistorisch gebied. Voorts over ontginnings-, landinrichtings- en werkverschaffingsprojecten in de jaren dertig, zoals Het werkende land; opbouw van Nederland in moeilijke tijden (1936) en De Gulden Spade (gedenkboek 50 jaar Ned. Heidemij.; 1938)
Willem Barentsen (1902 - 1987)
(Ritthem 11 febr. 1902 - Serooskerke 24 okt. 1987), waterbouwkundige. Was werkzaam bij RWS in Haarlem en redactielid van het tijdschrift OTAR. Schreef daarin o.m.: De zeedijk van zijn ontstaan tot het jaar 1730 (1961), De zeedijk van 1730 tot 1900 (1962) en Hadden de Zeeuwse bergjes een waterbouwkundige dan wel militaire betekenis? (1973). Bewerkte het tweede deel van de 7e druk (1968) van het leerboek Waterbouwkundedoor M.B.N.Bolderman en A.W.C.Dwars
Jan Thijs Pieter Bijhouwer (1898 - 1974)
(Amsterdam 15 nov. 1898 - Wageningen 22 aug. 1974), landschapsarchitect, hoogleraar. Studeerde in 1921 cum laude af aan de Landbouwhogeschool te Wageningen en promoveerde op Geobotanische studie van de Berger duinen (1926). In 1933 schreef hij Het nieuwe land, de opbouw van de Wieringermeer. Hij werkte, na enige studiereizen naar de VS, bij de Dienst Stadsontwikkeling in Rotterdam en van 1933 tot 1939 als adviseur voor de beplanting van de Wieringermeer. Was daarna docent, lector en sinds 1946 hoogleraar in de tuin- en landschapsarchitectuur te Wageningen en aan de TH in Delft. Schreef diverse artikelen en rapporten w.o. Algemeen plan voor de verbetering van de uitgeveende gronden in het Land van Vollenhove (met D.I. Luteijn en J.A.G. van der Steur; 1943). Zijn boek Het Nederlandsche landschap en zijn oude ontginningen (1944) werd postuum herzien tot Het Nederlandse Landschap (1977).
(Bussum 26 mrt. 1909 - Zaandam 2 dec. 1987), waterbouwkundige. Was heel zijn werkzame leven in dienst van RWS, sinds 1932 als leerling-opzichter op Wieringen en van 1935 tot 1937 als opzichter in Den Helder. Werkte daarna tot zijn pensionering bij de Directie Noord-Holland als hoofd van de dienstkring Terschelling, Den Helder en Nieuwediep en laatstelijk als hoofd van het arrondissement Noordzeekanaal. Hij schreef onder meer: Rapport over de aanleg van een stuifdijk op de Vliehors en de toestand van de overige stuifdijken op de eilanden Vlieland en Terschelling (1954) en De ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied (1966).
(Apeldoorn 4 dec. 1910 - Amersfoort 17 okt. 1991), ingenieur. Werkte, na in 1938 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd, in NOI en sinds 1953 bij het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier te Alkmaar, laatstelijk als directeur van de technische dienst. Schreef o.m. Rapport binnenwaterkeringen (5 dln., 1959-1960) en De Hondsbossche Zeewering door de eeuwen heen(1970).
Frederik Lambertus van der Bom (1902 - 1994)
(Amsterdam 8 okt. 1902 - Den Haag 21 mrt. 1994), ingenieur. Was, na in 1924 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, sinds 1925 in verschillende functies werkzaam bij de Dienst der ZZW. In 1940 werd hij hoofd van de afdeling Noordoostpolder. Volgde in 1961 F.J.B.G.Geers op als HID en werd in 1967 in die functie opgevolgd door M.Klasema. Was secretaris van verschillende secties van het KIVI. Schreef diverse artikelen in de technische vaktijdschriften w.o. De Noordoostelijke polder der Zuiderzeewerken (3 afl., 1942-1946) en, met C.J.van den Bout en J.C.le Nobel, De Zuiderzeewerken; Zuidelijk Flevoland (1965)
(Roermond 9 jan. 1875 - Den Haag 10 mei 1959), ingenieur, minister. Was, na in 1896 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS achtereenvolgens te 's-Hertogenbosch, Den Haag, Breda, Nieuwendijk, Heusden, Breda, Dordrecht en Goes, laatstelijk als hoofdingenieur. Was sinds 1913 lid van de TK, was van 1925 tot 1926 minister van Waterstaat, sinds 1925 ondervoorzitter en van 1940 tot 1945 voorzitter van de Zuiderzeeraad. Maakte deskundige propaganda voor het bevaarbaar maken van de Maas door kanalisatie. Schreef artikelen in De Ingenieur en verzorgde in opdracht van het Ministerie van Waterstaat het magistrale werk De scheiding van Maas en Waal, onder verlegging van de uitmonding der Maas naar den Amer(1909) en Stroommetingen op onze benedenrivieren (1911). Zie ook: H.van Oordt.
llustratiebron: Wikimedia Commons, ca 1913, van Delpher.nl
Hendrik Thomas de Booy (1898 - 1976)
(roepnaam: Tom; Den Helder 26 dec. 1898 - Aerdenhout 16 jan. 1976), marineofficier, schrijver, tekenaar. Was, na zijn opleiding aan het KIM in Den Helder, van 1920 tot 1930 luitenant ter zee bij de Koninklijke Marine. Werkte daarna bij de KNZHRM, van 1947 tot 1963 als directeur. Schreef sinds 1934 artikelen over maritieme onderwerpen en boeken over het reddingswezen zoals Storm op de kust (met P.O. Bakker; 1942) en Tusschen mijnen en grondzeeën (1954). Schreef ook enkele jongensboeken en was een verdienstelijk tekenaar en aquarellist. Ontving in 1964 de De Ruytermedaille.
Illustratie: Wikimedia Commnons
(Petten 24 sep. 1908 - Epse 25 juli 2004), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1935 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, tot 1939 bij de Dienst PW van Amsterdam, daarna bij GW van Enschede. Was in 1946 medeoprichter en tot 1972 directeur van Ingenieursbureau Witteveen en Bos in Deventer en daarna tot 1978 hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft. Van zijn weinige publicaties noemen we: Algemene civiele techniek (collegedictaat; 1972-1976), Bananeschillen (1974), Projectieleer (1976) en Ir. W.G. Witteveen (1891-1979), zijn tijd, zijn werk (1980) en natuurlijk zijn redes (tussen professie en profeten (1972) en verder te voet, (1978)
(Middelburg 16 sept. 1862 - Den Haag 28 nov. 1924), ingenieur, leraar. Hij was de jonsste zoon van de architect Joseph Bourdrez. Hij was aanvankelijk leraar Frans in Engeland en vanaf 1886 leraar Engels in Vlissingen. Hij verhuisde in 1890 naar Delft en slaagde in 1894 aan de PS als civiel ingenieur en in 1895 als bouwkundig ingenieur. Vestigde zich te Breda als architect, stedenbouwkundige en als eigenaar van een betonfabriek. Was daarnaast sinds 1898 leraar aan de KMA. Schreef enkele artikelen w.o. De Westkapelsche zeedijk en Domburgsche zeeweringen (1897)
Teunis den Breejen van den Bout (1839 - 1915)
(Hardinxveld 31 aug. 1839 - Nijmegen, 21 aug. 1915), aanemer en oprichter van het bagggerbedrijf Breejenbout. Hij had in de negentiende eeuw een grindbaggerbedrijf gevestigd in Berg en Dal bij Nijmegen en dat was – na verhuizing naar Aerdenhout – uitgegroeid tot een van de grotere bedrijven in de natte aannemerij. HIj was de eerstre aannemer die in 1936 toetrad to de MUZ (Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken).
Cornelis Braak (1880 - 1973)
(Oudorp 12 jan. 1880 - De Bilt 23 mrt. 1973; begraven te Bilthoven), meteoroloog. Studeerde wis- en natuurkunde aan de RU van Leiden en promoveerde daar in 1908. Was tot 1926 werkzaam in N.O.I. en daarna als directeur van de afdeling Klimatologie van het KNMI in De Bilt. Zijn meest bekende werk is: Het klimaat van Nederland (8 dln., 1929-1943; beknopte uitgave: 1950)
(Dieren 20 jan. 1885 - Utrecht 5 nov. 1952), ingenieur. Werkte, na in 1907 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, zijn hele leven bij RWS, o.m. in Den Haag, Alkmaar, Den Bosch, Vlissingen en Utrecht. Was van 1935 tot 1950 HID van RWS in de Directie Utrecht en van 1944 tot 1945 waarnemend DG van RWS. Publiceerde in De Ingenieur o.m. De keersluis te Vlissingen (met C.de Groot; 1929) en De werken van het Amsterdam-Rijnkanaal tussen de Vaartsche Rijn bij Jutphaas en de Lek bij Vreeswijk (1934).
Albert Gijsbertus Bruggeman (1913 - 2005)(Rotterdam 21 feb. 1913 - Den Haag 11 mei 2005), ingenieur. Studeerde, na de opleiding weg- en waterbouwkunde aan de MTS in Utrecht, aan de TH in Delft waar hij in 1940 afstudeerde als civiel ingenieur. Werkte van 1941 tot 1978 bij de PWS van Zuid-Holland, laatstelijk als adjunct HID belast met waterkering en waterhuishouding. Was, na de stormvloedramp van 1953, nauw betrokken bij de dichting van het dijkgat bij Ouderkerk a/d IJssel en het dijkherstel op Goeree-Overflakkee. Schreef: Nieuw land; overzicht van onze landaanwinning (1951), Enige waterstaatkundige facetten van de afsluiting der zeegaten (met F.P.Mesu; 1954) en Veilig land; overzicht der Deltawerken (1960) |
Maximiliaan de Bruijn (1896 -1977)
(Rotterdam 18 juli 1896 - Wenum Wiesel 24 feb. 1977), ingenieur. Studeerde in 1922 af aan de TH in Delft. Werkte bij RWS, vele jaren bij de Directie Benedenrivieren, laatstelijk bij de Deltadienst als hoofd van de afdeling Deltawerken Noord. Van zijn nota's noemen we:
Schreef o.m. De afdamming van de Brielse Maas (1949-1951), De betekenis van de stormvloedkering aan de mond van de Hollandse IJssel (1957) en De afsluiting van het Haringvliet (1958)
(Rotterdam 4 sep. 1911 - Utrecht 14 jan. 1997), archivaris, historicus. Was. na zijn studie wijsbegeerte en theologie aan een seminarium, tot 1945 wetenschappelijk ambtenaar bij de provinciale archiefinspectie in Noord-Brabant. Studeerde daarna rechten in Groningen en promoveerde in 1953 aan de UvA. Was sinds 1949 rijksarchivaris in Friesland; schreef belangrijke studies over de Friese geschiedenis en was lid van PS van Friesland. Was sinds 1963 rijksarchivaris in Utrecht. Schreef o.m. De Leppa, een rechtshistorisch-waterstaatkundige bijdrage (1944), De Fries-Groningse grens in Lauwerszee en Wadden(1954) en Westergo's IJsselmeerdijken (met H.T.Obreen; 1956).
Jacobus Douwe Buwalda (1935 - 1976)
(roepnaam: Jaap; Haren 12 juni 1935 - Groningen 20 april 1976), sociaal geograaf, wadlooppionier. Wordt, sinds hij in 1957 met Jan Abrahamse vele geslaagde wadlooptochten maakte, beschouwd als grondlegger van het georganiseerd wadlopen. Ook maakte hij in 1968 als gids een oversteek met Prins Claus naar Schiermonnikoog. Hij schreef het boekje Wadlopen; een Nederlandse waterloopkundige sport (1962) en was co-auteur van: Het Waddenboek (met J. Abrahamse en L.M.J.U. van Straaten (1964)
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS