Meile Tamminga (1876 - 1939)
(Gerkesklooster 17 juli 1925 - Assen 10 nov. 2007; begraven te Boksum), ingenieur. Was, na in 1955 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, werkzaam bij de PWS van Drenthe, de laatste jaren als adjunct-directeur. Van zijn publicaties noemen we: Verruiming Hoogeveensche Vaart (1968), Grondwaterplan Drenthe (met J.A. Los; 1985) en enkele bijdragen aan het boek Geschiedenis van Emmen en Zuidoost-Drenthe (1989).
Cornelis Tellegen (1889 - 1960)
(roepnaam: Cees; Arnhem 7 nov. 1889 - Den Haag 15 dec. 1960), ingenieur. Hij schreef, in het jaar waarin hij aan de TH in Delft afstudeerde als civiel ingenieur, in het tijdschrift De Natuur twee artikelen: Strandverdediging (1913) en De aanleg en constructie van strandhoofden (1913). Werkte tot 1920 bij de spoorwegen in NOI, tot 1925 voor RWS bij de bouw van de Noordersluis te IJmuiden en tot 1951 bij de HBM. Schreef daarna, als mede-redacteur van De Ingenieur, diverse artikelen, o.a. De jongste aardverschuiving in het Panamakanaal (1914), Het heien van schoorpalen van gewapend beton (1924), Bouw der schutkolkmuren van de nieuwe schutsluis te IJmuiden (1924), Het rapport der (Ned. Indische) Gewapend Beton Comissie (1926), De vernieuwing van de Koninginnebrug te Rotterdam, De bronbemaling (1929), Gewapend beton paalfundeeringen voor zware belastingen (1934), Het tunnelvraagstuk te Rotterdam (1937) en Muren van stampbeton (z.g. „monoliet") (1940)
Gerrit Terluin (1908 - 1985)
(Midlum 16 mrt. 1908 - Den Haag 6 sep. 1985), genie-officier, ingenieur. Was van 1928 tot 1941 in dienst van de Genie, laatstelijk te Gorinchem. Was daarna als ingenieur werkzaam bij de PWS van Zuid-Holland, sinds 1948 als hoofdingenieur, sinds 1962 als adjunct-directeur en van 1965-1973 als directeur. Schreef: Toepassing van asfaltbekledingen in de dijksbouw op Goeree en Overflakkee (1954) en De watersnood van 1953 (1975).
(Leiden 23 juli 1883 - Den Haag 27 sep. 1963), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1908 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, als ingenieur bij de PW van Noord-Holland, van 1919 tot 1930 bij de Dienst der ZZW en daarna als hoogleraar in de waterbouwkunde aan de TH te Delft. Schreef o.m.: De strijd tegen Nederlands erfvijand (inaugurele rede; 1930) en Grasmat op dijken (1954). Was lid van de Raad van Bestuur van het KIVI.
Jacobus Pieter Thijsse jr. (1876 - 1939)
(zoon van J.P. Thijsse; Amsterdam 27 april 1896 - Den Haag 6 jan. 1981), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1919 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hogeschool te Delft, korte tijd bij de Dienst der Zuiderzeewerken. Verbleef van 1921 tot 1958 in Nederlands-Indië, eerst bij Openbare Werken te Bandung en van 1949 tot 1954 als hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Bandung. Was daarna in Nederland werkzaam: vier jaar als algemeen adviseur van de Rijksdienst voor het Nationale Plan, daarna bij het Instituut voor Sociale Wetenschappen in Den Haag. Schreef o.m. ‘Zal in het IJsselmeer de Markerwaard dan wel Zuidelijk Flevoland het eerst voor inpoldering in aanmerking komen?’
Klaas van Til (1876 - 1939)
(Alkmaar 23 nov. 1914 - Arnhem 3 juni 1998), ingenieur. Werkte, na in 1939 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1941 bij het WL. Was de rest van zijn werkzame leven in dienst van RWS bij de Directie Bovenrivieren te Arnhem, gespecialiseerd in zandtransportberekeningen. Volgde in 1958 E.M.H.Schaank op als HID en als Rijnvaartcommissaris bij de Hoofddirectie van de Waterstaat in Den Haag. Werd op zijn beurt in 1978 als zodanig opgevolgd door D.Vreugdenhil. Schreef, als deskundige op het gebied van de Nederlandse bovenrivieren, daarover diverse rapporten en artikelen w.o.
Inlaat van water ten behoeve van de boven- en beneden Linge (1949)
Nieuwe formule voor het zandtransport langs de bodem van Meyer-Peter en Müller (1949)
Beïnvloeding van de IJssel door koelwateronttrekking voor een nieuwe IJsselcentrale (1949)
Verbetering van het Pannerdensch Kanaal : al of niet verruiming van de Boven-Waal (1949)
Het optreden van perioden van lage afvoer in Nederrijn en Lek (1949)
De bevaarbaarheid van sluis Eefde en de IJssel voor en na Rijnkanalisatie (1951)
Veranderingen in het zomerbed van de Waal tussen kmr 883 en 884.750 sedert mei 1940 (1951)
Noodoverbrugging IJssel, km 952.800 : verhoging hoogste bekende waterstanden (1952)
Inundatie winterbed IJssel gedurende hoogwater maart-april 1952 (1952)
Results of measurements in some bends of the Netherlands Rhine branches (1952)
Some remarks on low water level prediction, for navigation purposes, on the river Waal (1952)
Te verrichten metingen, noodzakelijk in verband met de zandcontingentering en de Rijnkanalisatie (1952)
Rijnkanalisatie, gegevens voor het onderzoek naar de mogelijkheid tot toepassing van waterkrachten (1952)
Bevaarbaarheid sluis Weurt (1953)
Kwelverhoudingen binnendijks voor en na afgraving van een uiterwaard (1953)
Zandbalans 1955 (1955)
Toelichting op de wijziging van tek. 52.326 van het Arrondisement Rijn en IJssel (1955)
Zandhuishouding Nederrijn en Lek bij de voorlopige en de definitieve stuwprogramma's (1955)
Zandtransportberekeningen van de Rijntakken in Nederland : bijdrage bulletin A.I.P.C.N. (1955)
Toepassing van waterkrachtwerken bij de kanalisatie van de Nederrijn-Lek (1956)
Hendrik van der Tuin (1927 - 2012)(roepnaam: Henk; Leiden 15 juni 1927 - Schuddebeurs 11 jan. 2012), ingenieur. Studeerde in 1955 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte sinds 1956 bij de Deltadienst van RWS, eerst bij de Waterloopkundige Afdeling, sinds 1966 als hoofdingenieur bij de Directie Afsluitingswerken. Was sinds 1971 werkzaam bij de Directie Noordzee, later als hoofd van het district Zuidwest-Nederland te Dordrecht. Schreef een aantal onderzoeksrapporten en artikelen in Land en Water en De Ingenieur waaronder: De Deltawerken (1965). |
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS