Heinrich Carl Redeke (1873 - 1945)
(Amsterdam 29 aug. 1873 - Hilversum 10 apr. 1945), hydrobioloog. Studeerde biologie en promoveerde aan de UvA. Begon als assistent en kreeg in 1903 de leiding van het latere NIOZ te Den Helder. Verwierf grote naam als onderzoeker van brakwatergebieden. Was privaatdocent aan de UvA en na pensionering wetenschappelijk assistent aan de Universiteitsbibliotheek van Utrecht. Zijn meest bekende boek is: Flora en fauna der Zuiderzee, monografie van een brakwatergebied (1922).
Jhr. Charles Jean Antoine Reigersman (1875 - 1950)
(Breda 16 aug. 1875 - Den Haag 29 dec. 1950), genie-officier. Was, na zijn opleiding aan de KMA te Breda, van 1894 tot 1901 genie-officier en tot 1909 in dienst van PW te Amsterdam, laatstelijk als adjunct-directeur. Was daarna tot 1937 werkzaam als hoofd van PWS van Noord-Holland te Haarlem. Was lid van de Staatscommissie Zuiderzee. In 1939 kreeg hij opdrachrt om een onderzoek te doen naar de verzilting in Noord-Holland, dat pas na de oorlog gepubliceerd is. Kreeg bekendheid door zijn grote inzet na de watersnood van 1916 en schreef daarover: Mededeelingen betreffende den watersnood van 1916 en zijn gevolgen (1917). In de Ingenieur van 1939 schreef hij een gedenkschrift over ir. Kooper.
Arend Jan Reijers (1867 - 1943)
(Kampen 20 dec. 1867 - Kampen 1 mei 1943), leraar, tekenaar. Was aanvankelijk timmerman, later opzichter bij een architect en bij GW. Had een uitgesproken aanleg voor tekenen. Werd, na een opleiding voor technisch tekenen, hoofd van de Burger-avondschool te Kampen. Zette zich in voor het behoud van historische gebouwen in zijn geboortestad. Schreef artikelen in Eigen Haard, Buiten en Bouwwereld met eigen illustraties, zo ook in Urk (met H.J.Moerman; 1921) en in Schokland (idem; 1925).
Illustratiebron: http://www.schoklanddoordeeeuwenheen.nl
Wilhelmus Wijnandus Reijs (1900 - 1963)
(roepnaam: Willem; Rotterdam 15 nov. 1900 - Tilburg 23 sep. 1963), leraar. Was, na het behalen van de onderwijzers- en hoofdakte, sinds 1921 werkzaam als onderwijzer in het bijzonder onderwijs te Rotterdam. Behaalde in 1926 in Utrecht de middelbare akte aardrijkskunde en in 1932 die voor geschiedenis. Was van 1942 tot 1962 leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan het Sint-Odulphuslyceum te Tilburg. Was daarnaast docent aan de RK Leergangen aldaar en te Eindhoven. Schreef diverse publicaties en leerboeken w.o. Nederland - zoals het was, zoals het is (1940), Ons eigen erf (1947), Het land waar ik woon (1947), Het Amstrdam-Rijnkanaal (1952) en het zeer gedegen Noord-Brabant (1955) in het vijfde deel van het HGN
Jacobus Wilhelmus Regt (1818 - 1873)
(Amsterdam 31 jan. 1818 - Waddinxveen 21 sep. 1873), onderwijzer, regionaal historicus. Was onderwijzer te Groote Lind, later schoolhoofd in Waddinxveen. Schreef enkele schoolboeken en over regionale historische geografie zoals: Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van den Zwijndrechtschen Waard, den Rieder Waard en het Land van Putten over de Maas (1848) en Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van den Hoekschen Waard (1849).
Louis Abraham Reuvens (1824 - 1897)
(Leiden 15 dec. 1824 - Den Haag 15 mei 1897), ingenieur, dijkgraaf. Was na zijn studie aan de KA te Delft vanaf 1848 werkzaam bij de waterstaat in verschillende functies vanuit diverse standplaatsen. Was van 1865 tot 1878 hoofdingenieur van de waterstaat in Gelderland en leverde een belangrijke bijdrage in rivierdijkverhoging en schreef o.m. De Maasdijken in Gelderland en Noordbrabant en de werken tot verbetering dier rivier (1874). Werd in 1878 hoofdingenieur van de waterstaat in Overijssel en Drenthe en leidde de aanleg van het kanaal van Almelo naar Nordhorn. Was sinds 1891 korte tijd dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland
Jhr. Henri Jean Louis Theodore van Rheineck Leyssius (1881 - 1968)
(Medan NOI 31 aug. 1881 - Voorburg 1 feb. 1968), archivaris. Studeerde rechten en promoveerde in 1908 te Utrecht. Na een kort verblijf in NOI studeerde hij in 1913 af in geschiedenis en archiefwetenschappen te Berlijn. Was sindsdien werkzaam bij de provincie Zuid-Holland, belast met inventarisatie van gemeente- en waterschapsarchieven. Van 1913 tot 1945 was hij bestuurslid en sinds 1941 voorziiter van het Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde. Verrichtte baanbrekend werk in de historische geografie van de Zuid-Hollandse eilanden waarover hij o.m. schreef: Uit de wordingsgeschiedenis van de Zuid-Hollandsche eilanden: de Kromme Striene (1934) en De Zuid-Hollandsche eilanden in den Romeinschen tijd en de zuidelijke route van de Peutinger kaart (1940)
Petrus Martinus van Riel (1878 - 1957)
(Alblasserdam 23 okt. 1878 - Zeist 11 jan. 1957; gecremeerd te Westerveld), marine-officier, meteoroloog. Was na zijn opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine vanaf 1899 in dienst van de Koninklijke Marine, tot 1914 bij de Hydrografische Dienst en daarna tot 1920 werkzaam als zeeofficier-instructeur bij het Koninklijk Instituut voor de Marine. Was van 1920 tot 1946 in dienst van het KNMI als adjunct-directeur, sinds 1923 als directeur van de afdeling Oceanografie en Maritieme Meteorologie, van 1929 tot 1931 als leider van de Snellius-expeditie en sinds 1934 als directeur van de Filiaalinrichting van het KNMI te Amsterdam. Schreef diverse publicaties op nautisch, oceanografisch en maritiem-meteorologisch gebied. Daarnaast o.m. 'De vloedgolf van 26 april 1924' (1924), over een merkwaardige hoge golf langs de Nederlandse kust, en 'Is de heerschende windrichting te Amsterdam sedert 1700 gekrompen?' (1941).
Simon Petrus Rietema (1862 - 1925)
(Leens 7 sep. 1862 - Groningen 21 juni 1925), arts, regionaal historicus. Was vele jaren werkzaam als huisarts in Uithuizermeeden. Schreef, vanuit zijn grote belangstelling voor de historische geografie van de provincie Groningen, diverse artikelen w.o. De voormalige Fivelboezem en de geschiedenis zijner bedijking (1903), Over wierden en dijken, schets eener geschiedenis van de Noordzeekust tusschen Lauwerszee en Eems (1914), Het Aduarderdiep en de Aduarderzijl (1924) en Het Westerkwartier van de provincie Groningen (1925)
Illustratiebron: Beeldbank Groningen
(Amsterdam ged. 23 mrt. 1589 - ?), predikant, dichter. Studeerde theologie in Leiden, was predikant in Kralingen en van 1617-1620 predikant en conrector van de Latijnse School in Haarlem. Van hem is onder meer bekend: Lantwinninghe ofte Loff van de Beemster (1621)
Kornelis van Rijn (1830 - 1906)
(Uithoorn 26 sep. 1830 - Utrecht 10 nov. 1906), ingenieur. Hij studeerde aan de Koninklije Akademie te Delft en begon in 1850 te Ilpendam als opzichter bij de waterstaat van Noord-Holland. Hij werkte als ingenieur onder J.Dirks aan het Noordzeekanaal en schreef daarover o.m. Het verbindingskanaal tusschen de Voor-Zaan en het Noordzeekanaal (1873). Hij was daarna hoofdingenieur van de waterstaat in de provincie Groningen en van 1882 tot 1904 van de PWS in Utrecht. Schreef voorts: Nota betreffende de ontwerpen tot verbetering van de afwatering der Geldersche Vallei (met M.A.van Idsinga; 1887).
Enneus Rijpma (1879 - 1946)
(Oosternijkerk 10 apr. 1879 - Amsterdam 12 aug. 1946; begraven op Zorgvlied), leraar. Was, na zijn opleiding aan de Rijkskweekschool in Groningen, onderwijzer te Zwolle en Amsterdam, leraar te Kampen en directeur van een RHBS te Amsterdam. Studeerde geschiedenis aan de UvA en promoveerde te Groningen op De ontwikkelingsgang van Kampen (1924). Schreef diverse leerboeken geschiedenis voor het middelbaar onderwijs.
Illustratiebron: Huygens-KNAW - Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld blz 1274
Sytse Hyltje Ringma (1876 - 1939)
(Amsterdam, 10 juli 1915, Amsterdam,2001) Ir. Ringma is na zijn MTS opleiding bij Rijkswaterstaat gaan werken bij de Studiedienst Benedenrivieren. Tijdens zijn werk voor de Studiedienst heeft hij in 1948 het ingenieursdiploma gehaald.Vervolgens ging hij naar het arrondissement Vlissingen en daarna Hoorn (1950). Hierna werd hij geplaatst bij de Studiedienst Bovenrivieren. In december 1951 werd hij door RWS uitgeleend aan het Brokopondo plan in Suriname. Hij schreef hier zijn Hydrologische Nota's 1 t/m 5 (1952-1953), Na zijn terugkeer op 28 februari 1953 schreef hij in Nederland zijn Nota No. 6 (1953) waarin hij tot de conclusie kwam dat de regenval ter plaatse van de damlocatie geen bezwaar behoefde te vormen voor de bouw van een aarden dam. In 1954 is hij in Suriname voor metingen, wat resulteerde in een meetverslag. Rond 1956 werd hij benoemd tot hoofd van het arrondissement Noordzeekanaal en daar tevens verantwoordelijk voor de voorbereiding van de bouw van de nieuwe havenmond van IJmuiden. In november 1959 is hij voor twee weken uitgezonden naar Suriname door RWS voor onderzoek naar de beschikbaarheid van irrigatiewater t.b.v. het Surinaamse bureau Landelijke opbouw (De irrigatiecapaciteit van de Surinaamse rivieren (1960)). In 1960 is hij opgevolgd door ir. Lievense, omdat hij zelf voor de papierfabriek Van Gelder naar Suriname is gegaan om daar een proef uit te voeren met het kweken van Pinus voor de celluloseproductie. Deze proef is in 1962 beëindigd omdat de kosten te hoog bleken. Hij bleef daarna bij Van Gelder, waar hij o.a. schreef Cellulose project "Sabana cell" (1965). De Surinaamse rapporten zijn beschiikbaar bij http://www.nationallibrary.sr/. In 1985 had hij zich als zelfstandig raadgevend ingenieur in Haarlem gevestigd.
Cornelis Wilhelmus Ritter (1876 - 1939)
(broer van P.H. Ritter jr.; Utrecht 6 mrt. 1885 - Rheden 16 mrt. 1972), jurist, econoom. Studeerde rechten en promoveerde in 1913 te Utrecht. Werkte in diverse functies bij de overheid en was van 1923 tot 1950 in dienst van de Nederlandse Bank, laatstelijk als kassier-generaal. Was van 1929 tot 1932 secretaris van de Zuiderzeevereniging. Schreef o.m. De economische beteekenis van de Zuiderzee (1932).
Jan Rochussen (1876 - 1939)
((Rotterdam 15 aug. 1759 - 's-Graveland 21 juni 1818), ambtenaar, bestuurder. Begon zijn loopbaan als secretaris van het Zeegerecht te Rotterdam. In de Franse tijd was hij secretaris en boelhuishouder van Etten-Leur en lid van de Raad van Judicatuur voor de Middelen te Water en te Lande. Na 1810 was hij ontvanger te Amsterdam. Schreef over uiteenlopende onderwerpen en het rapport: Geschied- en waterloopkundige aanteekeningen nopens de dichting van de rivier de Dintel, ter verbetering van de scheepvaart op - en waterlozing langs dezelve rivier (1805).
Cornelis Roggen (1900 - 1985)
(Hoorn, Terschelling 19 sep. 1900 – Amsterdam 30 nov. 1985; begraven te Hoorn, Terschelling), onderwijzer, schrijver, taalactivist. Was aanvankelijk onderwijzer in Amsterdam, later kantoorklerk. Kenner van Terschellings cultuur en activist voor het Aasters, het dialect van Oosterschelling. Oprichter en jarenlang voorzitter van de Stichting Ons Schellingerland. Van zijn publicaties uit de periode van 1967-1987 noemen we: Terschelling buitengaats (met T.W. Dekker; 1972), De Grië bedijkt (1976) en Terschelling, zijn naam en andere bijzonderheden (1987).
Jacobus Marius Albertus Roelants (1868 - 1925)
(Leeuwarden 19 mei 1868 – Groningen 4 dec. 1925), jurist. Studeerde rechten in Groningen en promoveerde daar in 1893 in de staatswetenschappen. Werkte bij de Provinciale Griffie in Leeuwarden en sinds 1893 in Groningen. Schreef, behalve enkele wetteksten, een uitvoerig artikel: ‘Rottumeroog’ (1917)
Roelof Jurjen Roelofs (1808 - 1979)
(Midwolde 19 nov. 1808 - Finsterwolde 30 aug. 1879), landbouwer. Tekende als landbouwer te Finsterwolde een Kaart van den Dollard (1: 15.000; 1846) en schreef: Beschouwingen en opmerkingen wegens de zaak van de inpoldering van een gedeelte van den Dollard (1856).
Johannes Gerrit de Roever (1913 - 1983)
(roepnaam: Jan; Amsterdam 8 mrt. 1913 - Utrecht 9 nov. 1983), waterbouwkundige. Werkte enige jaren in overheidsdienst op Curaçao, daarna bij de PWS van Noord-Holland, van Drenthe, als directeur GW te Gorinchem en had tenslotte een ingenieursbureau in Den Bosch. Schreef o.m. Geschiedenis van de Westfriese Omringdijk (1943) en de biografie Jan AdriaanszoonLeeghwater; het leven en werk van een zeventiende-eeuws waterbouwkundige (1944), waarin hij de soms overdreven verering van Leeghwater tot werkelijke proporties terugbrengt. Publiceerde daarnaast ook over zijn liefhebberij, de bijenteelt.
In OTAR publliceerde hij Bredere wegen voor ons vak
Jan van Rooijen (1923 - 1993)
(Burghsluis 13 juni 1923 - Middelburg 4 mei 1993), waterbouwkundige. Werkte, na zijn opleiding aan de HTS in Vlissingen (1947), enige jaren bij de Dienst Droogmaking Walcheren. Was van 1947 tot 1986 werkzaam bij verschillende diensten van RWS, onder meer in Den Haag, Veere, Vlissingen, Middelburg en Almelo. Had een belangrijke taak bij het Bouwbureau Schelde-Rijnverbinding in Bergen op Zoom en schreef daarover in het tijdschrift OTAR: De Schelde-Rijnverbinding (div. afl., 1969-1975) en De ontwikkeling van de scheepvaart en handel toegespitst op het Schelde-bekken (2 afl., 1990).
Pieter Maarten Rooker (1916 - 2002)
(roepnaam: Piet; Bovenkarspel 17 sep. 1916 - Enkhuizen 9 jan. 2002), lokaal historicus. Was van 1948 tot 1982 als hoofd Algemene Zaken werkzaam bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Schreef in de periode 1952-1992 vele artikelen over Enkhuizen en omstreken en de boeken Enkhuizen, waterstad (1966) en Broekerhaven toentertijd, een herinnering aan de jaren 1900-1940 (1973)
Arie Roos (1926 - 2005)
(Terschelling 26 okt. 1926 - Alkmaar 21 apr. 2005), waterbouwkundige. Werkte bij verschillende diensten van RWS, in de jaren zestig bij het Bouwbureau Havenmond IJmuiden. Schreef o.m. De bouw van de havendammen in IJmuiden (1969) en Geschiedenis van de Scheveningse haven (1970).
Hij schreef ook:
Doeke Doekes Roos (1932 - 2014)
(Emmerich, Duitsland 12 mrt. 1932 - Vlissingen 14 juni 2014), stuurman, maritiem historicus. Na voltooiing van zijn opleiding aan de zeevaartschool in Den Helder in 1952, voer hij als stuurman op de grote vaart in Zuidoost-Azië. Sinds 1962 was hij werkzaam als loods bij het Rijksloodswezen in het district Scheldemonden in Vlissingen. Schreef sinds 1983 vele artikelen in onder meer: Den Spiegel, Nehalennia, Spiegel der Zeilvaart en Zeeuws Tijdschrift. Vele jaren was hij hoofdredacteur van De Nederlandse Loods en Loodswezen Visie. In 2003 promoveerde hij aan de RU van Leiden op: Twee eeuwen varen en vechten; het admiraliteitsgeslacht Evertsen
Jan Barend Hendrik van Royen (1830 - 1909)
(Huissen 9 mei 1830 - Nijmegen 31 juli 1909), officier, leraar. Was, na zijn opleiding aan de MA in Breda, als infanterie-officier werkzaam in het garnizoen Nijmegen en sinds 1858 als leraar Frans aan de MA te Breda. Trad, wegens zijn grote belangstelling voor de techniek, in 1879 uit de krijgsmacht. Schreef over de werking van verschillende soorten bemalingswerktuigen, bijv. Beschrijving van de proefmaling met de pompraderen van Rijnlands stoomgemaal op 14 October 1873.
August Hendrik David Rups (1849 - 1905)
(Nijmegen 13 nov. 1849 - Oegstgeest 28 mei 1905), architect. Was sinds 1876 tot aan zijn dood werkzaam als architect en hoofd technische dienst van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland te Edam. Hij ontwierp scholen, kerken, gemalen, bruggen en sluizen in het hele gebied. Hij schreef o.m. Onderzoek stoombemaling van Schermer boezem (1896) en Gedenkboek der Wilhelminasluis te Zaandam (1903).
Illustratiebron: Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier
Josef Benardus Ruting (1909 - 1987)
(roepnaam: Jos; Amsterdam 6 feb. 1909 - Amsterdam 9 mrt. 1987), bioloog, schilder, schrijver. Was, na zijn studie biologie in Amsterdam, werkzaam als bioloog en studeerde daarnaast aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus en de Hendrick de Keyserschool. Naast schilder- en tekenwerk, schreef hij veel, vooral voor natuurvrienden, bijvoorbeeld Sloot en plas in kleuren (met W.P. Postma; 1958). Sinds 1963 schreef hij ook romans en was tevens als ontwerper/illustrator werkzaam. Kenmerkend is zijn bezorgdheid voor de teloorgang van het natuurlijk milieu, zoals verwoord in Het wondere water (1964).
Illustratiebron: De Revisor. Jaargang 4(1977), schrijvers tekenen zichzelf
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS