Frederik Jan Nellensteyn (1888 - 1953)
(Tjilalengka (Java), 22 juli 1888 - 9 oktober 1953) Hij is in augustus 1915 te Bandoeng getrouwd met Anna Geertruida Schwing. Nadat hij te Deventer de HBS had doorlopen werd hij student aan de Technische Hogeschool te Delft. Na aldaar in 1911 zijn studie te hebben beëindigd, trad hij in dienst bij de Bataafsche Petroleum Mij. te Rotterdam, voor uitzending naar Indië, hetgeen een jaar later, na zijn voorbereiding daartoe, geschiedde. Te Soerabaja was hij vervolgens een jaar lang werkzaam als leraar Wiskunde aan de HBS, welke functie hij verwisselde voor die van chemisch adviseur van de oliefabrieken "Insulinde". In 1920 repatrieerde hij, een werkkring als scheikundig ingenieur bij de Oliefabrieken Calvé-Delft aanvaardend. Daarna werkte hij aan zijn proefschrift: "Bereiding en constitutie van asphalt", waarop hij in 1923 promoveerde bij prof. Waterman. Na enige tijd als assistent aan de Hogeschool te Delft te hebben gewerkt, werd hij in 1927 benoemd tot Directeur van het Rijkswegenbouwlaboratorium. In binnen- en buitenlandse tijdschriften op gebied van Chemie en Wegenbouw, publiceerde hij artikelen. De "Bataafsche" Petroleum Mij. zond hem uit naar Roemenië, de Oliefabrieken Insulinde naar Malakka, terwijl hij wegen- en andere congressen bezocht in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italië. Ook in zijn vrije tijd houdt hij zich bij voorkeur bezig met wetenschappelijke studie, o.a. verricht hij op het gebied van wegenbouw veel researchwerk.
Pieter Johannis Neyt (1839 - 1900)
| (Breskens 9 feb. 1839 - Beverwijk 11 aug. 1900), ingenieur, schrijver. Behaalde in 1855 het diploma landmeter en werd in 1859 als opzichter bij RWS belast met de afdamming van het Kreekrak en het Sloe, waarvoor hij in 1873 werd geridderd. Ging in 1876 over naar Zwolle voor de aanleg van de spoorlijn Almelo-Zwolle. Was daarna beheerder van de veerdienst Enkhuizen-Stavoren. Schreef diverse artikelen en boekjes onder de pseudoniemen Scaldis en Peter Simple, daarnaast ook in De Ingenieur zoals Iets over Hollandsche stranden en strandhoofden, deel 1 en deel 2 (1886) en De afdamming van het Sloe (1872). |
Kornelis Nicolai (1923 - 2010)
| (roepnaam: Kees; Warffum 25 okt. 1923 - Noordbergum 7 feb. 2010), waterbouwkundige. Was vele jaren in dienst van RWS in de Directie Groningen, laatstelijk als technisch hoofdambtenaar belast met de uitvoering van landaanwinningswerken in Friesland en Groningen. Zijn meest bekende publicatie is: De ontwikkeling van de landaanwinning in de Lauwerszee (1963) |
Henricus Nijgh (1845 - 1917)
(Rotterdam 21 jan. 1845 - Den Haag 15 apr. 1917), marine-officier. Doorliep, na zijn opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine, alle rangen en werd in 1895 als kapitein ter zee gepensioneerd. Was belast met hydrografische metingen en beveiliging van de vaarwateren en schreef o.m. Kustverlichting in Nederland 1847-1897 (1897)
(Amsterdam 10 sep. 1887 - Amsterdam 4 feb. 1956), ingenieur, redacteur. Werkte, na een korte studie economie in Groningen en een voltooide studie aan de TH in Delft, tot 1921 bij RWS en drie jaar bij Siemens Bau Union. Was van 1912 tot 1935 redacteur en hoofdredacteur van het Polytechnisch Tijdschrift en schreef daarin o.m. De Twentsche kanaalverbinding (1919). Maakte, van 1924 tot 1940 als directeur van Ingenieursbureau voor waterbouwkundige adviezen Ir. G.P. Nijhoff te Den Haag en Brussel, uitvoerige studie van havens in Turkije, Azië en Zuid Amerika. Was daarna adviseur voor wederopbouw en van 1943 tot 1950 hoofdingenieur bij de Dienst der Gemeente Waterleidingen van Amsterdam. Was sindsdien raadadviseur van het MVW en vanaf 1953 lid van de Deltacommissie
Barend Ferdinand van Nievelt (1888 - 1958)
(Deventer 28 jan. 1888 - Den Haag 31 juli 1958), ingenieur, redacteur. Hij werkte, na zijn studie aan de TH in Delft, enkele jaren bij een ingenieursbureau in Utrecht en bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening in Den Haag. Hij was van 1919 tot 1953 werkzaam bij het PWN te Bloemendaal, sinds 1942 als directeur. Hij was sinds 1917 redacteur van het tijdschrift Water en schreef o.m. De provinciale drinkwatervoorziening van Noordholland (1922) en Waterverspilling (1949).
Johan Cornelis le Nobel (1906 - 1985)
(Den Haag 20 sep. 1906 - Den Haag 12 feb. 1985; begraven op Oud Eik en Duinen), ingenieur. Hij werkte, na in 1929 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij de Dienst der ZZW in Den Haag, van 1957 tot 1971 als hoofd van de afdeling Kunstwerken. Voor de vierde druk van het leerboek Waterbouwkunde door M.B.N.Bolderman en A.C.W.Dwars schreef hij deel 4: Bruggen (1949). Schreef diverse artikelen in technische tijdschriften met name over sluizen en gemalen, zoals: Kunstwerken in de Noordoostpolder (1948), De kunstwerken in de bedijking van Oostelijk Flevoland (1959), De kunstwerken in de bedijking van Zuidelijk Flevoland (1966) en Deuren in de dijk; de sluizen in de noordelijke afsluiting van de Markerwaard (1971).
Willem Hendrik van Noortwijk (1927 - 2013)
(roepnaam: Wim; Hoenkoop 1 aug. 1927 - Heerhugowaard 19 sep. 2013), waterbouwkundige. Was sinds 1948 in dienst van RWS, eerst bij de Dienst der ZZW, vanaf 1954 in de Directie Utrecht, sinds 1959 als hoofd van de dienstkring Enkhuizen, vanaf 1970 van de dienstkring Alkmaar en van 1976 tot 1988 als hoofdwaterbouwkundige te Haarlem belast met het beheer en onderhoud van de Rijkswegen in Noord-Holland. Schreef onder meer: Honderd jaar geleden werd de Hollandse IJssel gekanaliseerd (1956), Verhoging noordzijde omringkade Marken (1961), Marken (1966) en Leeghwater, idealist en molenmaker (1976).
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS