Jacobus Volkert Lankelma (1876 - 1939)
(Amsterdam 28 feb. 1825 - Purmerend 2 mrt. 1909), architect, tegelfabrikant en steenkoper. Schreef onder meer: Een woord aan allen die belangstellen in de beide ontwerpen van het Amsterdamsche Noordzeekanaal en de droogmaking van de Zuiderzee en in een kanaal door de Geldersche Vallei (1868).
Thomas Lebret (1876 - 1939)
(roepnaam: Tom; Teteringen 10 sep. 1918 - Middelburg 19 juni 1982), jurist, natuurkenner. Werkte na zijn studie rechten in Leiden als griffier, sinds 1947 als officier van justitie te Middelburg. Was daarnaast een groot kenner van waterwild (vooral van ganzen) en jacht; heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt voor het natuurbehoud in Zeeland. Ontving in 1969 de Heimans en Thijsse Prijs en in 1980 de Gouden Lepelaar. Schreef vele artikelen en boeken w.o. Achter de schermen (met G.D.van der Heide; 1944) over eendenkooien in Nederland en De Biesbosch, land van het levende water (met P.C.Heyligers, C.J.Verhey en I.S.Zonneveld; 1962)
Pieter Leentvaar (1918 - 2007)
(Rotterdam 8 mrt. 1918 - Bilthoven 22 okt. 2007), hydrobioloog. Werkte, na voltooiing van zijn studie biologie aan de Universiteit van Utrecht, bij de Amsterdamsche Waterleiding Maatschappij in Loenen aan de Vecht. Trad in 1957 in dienst van het toen pas opgerichte RIVON in Bilthoven als hoofd van de afdeling Hydrobiologie. Verrichtte ecologisch onderzoek aan het Brokopondomeer in Suriname en andere stuwmeren. Schreef in de periode 1957-1998 vele artikelen, rapporten en boeken waaronder: The biological aspects of watr management and nature conservation (1968), De Zuidelijke Vechtplassen; flora en fauna (1969) en Onderwater in Nederland (1988). Verder vertaalde hij het artikel over natuurbehoud in Lake Tahoe (1966)
(Eindhoven 13 mrt. 1877 - Middelburg 9 mrt. 1944), ingenieur. Hij was, na zijn studie aan de PS te Delft, sinds 1904 werkzaam bij RWS in Sas van Gent en vanaf 1908 bij PW van Zeeland in Terneuzen en Goes, laatstelijk als hoofdingenieur. Overleed aan de gevolgen van een auto-ongeluk tijdens een dienstreis. Schreef o.m. De Zeeuwsche zeedijken (1930) en Enige opmerkingen over de Zeeuwsche zeeweringen (1938)
Piet van der Leijé (1928 - 2007)
(Vlissingen 15 mrt. 1928 - Vlissingen 20 juli 2007), waterbouwkundige. Werkte, na zijn opleiding aan het Zeeuwsch Technisch Instituut in Goes, van 1948 tot zijn pensionering bij de directie Zeeland van RWS, eerst bij de Adviesdienst, sinds 1950 bij het arrondissement Vlissingen. Schreef van 1972 tot 1996 een aantal artikelen in onder meer Zeeuws Tijdschrift en OTAR waaronder: Verbetering veerverbinding Kruiningen-Perkpolder (1972), De Braakmanhaven (1977) en Verbetering Kanaal Terneuzen-Gent (1987)
Leonard Willem Lensen (1929 - 1997)
(roepnaam: Leo; Zutphen 26 nov. 1929 - Arnhem 17 okt. 1997), leraar. Had als leraar geschiedenis in Zutphen een uitgesproken belangstelling voor de ontstaansgeschiedenis van zijn geboortestad en omgeving. Schreef daarover sinds 1980 artikelen in het tijdschrift Oud-Zutphen en andere regionale tijdschriften. Samen met de journalist W.H. Heitling schreef hij een aantal boeken zoals: Vijftig eeuwen volk langs de IJssel (1980), Portret van de IJssel (1981) en De Twenthekanalen; succes van een mislukking (1984)
Gerhardus Hendrikus Ligterink (1901 - 1980)
(ook: Gerhard Hendrik; Aalten 12 aug. 1901 - Lochem 11 dec. 1980), leraar, schrijver. Was onderwijzer in Sibculo, schoolhoofd in Zuidbarge en van 1950 tot 1966 leraar aan de Chr. Lagere Landbouwschool in Oldekerk. Kenner van de streekgeschiedenis en sinds 1954 schrijver van artikelen, streekromans en boeken over uiteenlopende onderwerpen waaronder: Tussen Hunze en Lauwers; kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier (1967).
Quinten Marinus van de Linde (1887 - 1963)
(Wemeldinge 25 juli 1887 - Den Bosch 26 nov. 1963), waterbouwkundige. Na een verblijf van enkele jaren in NOI, kwam hij in dienst van RWS, eerst in Velsen, van 1928 tot 1939 in Roermond, daarna in Den Bosch als technisch hoofdambtenaar. Schreef in de periode van 1938 tot 1957 een aantal tijdschriftartikelen waaronder: Evenwichtsverstoringen langs de Zeeuwsche stroomen (1938), De voormalige waterstaatkundige toestand van de landen langs de Maas in Noord-Brabant (1950), Het kanaal Antwerpen-Moerdijk (1955) en De opkomst van het polderland van westelijk Noord-Brabant (1957). .
Hendrik van der Linden (1922 - 2012)
(Alphen aan den Rijn 14 feb. 1922 - Velp 27 mrt. 2012), jurist, waterstaatshistoricus, hoogleraar. Studeerde rechten aan de RU in Utrecht en promoveerde daar op: De Cope; bijdrage tot de rechtsgeschiedenis van de openlegging der Hollands-Utrechtse laagvlakte (1955). Was secretaris-rentmeester van het Hoogheemraadschap van Rijnland en voorzitter van het Grootwaterschap Woerden. Van 1971-1987 was hij hoogleraar in de Nederlandse rechtsgeschiedenis aan de VU in Amsterdam. Was in 1990 mede-oprichter en eerste voorzitter van de Vereniging van Waterstaatsgeschiedenis. Schreef vele artikelen over de rechtskundige aspecten van de ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van de lagere gedeelten van Zuidholland en Utrecht.
| (Vlaardingen 22 mrt. 1875 - Oegstgeest 2 sep. 1965), ingenieur. Hij was, na zijn studie aan de PS te Delft, werkzaam bij de waterstaat in Overijssel. Sinds 1907 in dienst van de PWS van Overijssel, van 1912 tot 1935 als hoofdingenieur. Hij schreef o.m. De ontwateringswerken in Overijssel(1933) en Grepen uit de in deze eeuw op landbouwkundig gebied tot stand gebrachte waterstaatswerken in Overijssel (1939). In "De Ingenieur" publiceerde hij het artikel De tertiaire weg (1935). |
(Beetsterzwaag 13 juli 1915 - Schagerbrug 5 feb. 2012), voorlichter. Heeft van 1932 tot 1939 in verschillende functies gewerkt bij de gemeenten Opsterland en Heerde en bij een architectenbureau in Heerenveen. Sindsdien was hij in dienst van RWS, eerst als opzichter bij het arrondissement Friesland en van 1945 tot 1957 bij de directie Benedenrivieren in Den Haag als chef tekenkamer. Van 1957-1974 was hij werkzaam als voorlichter bij de afdeling Documentatie en Informatie van de Deltadienst in Den Haag, de laatste jaren als opvolger van W. Metzelaar. Publiceerde in het tijdschrift Land en Water, schreef Perspectief der Deltawerken (1966) en Van terp tot Gouden Delta (1970), maar kreeg vooral bekendheid door zijn Gids voor de Deltawerken (1962) die in verschillende talen verscheen, meerdere herdrukken beleefde en waarnaar nog regelmatig wordt verwezen.
Gerard Christiaan Lodder (1891 - 1979)
(Rhenen 25 nov. 1891 - Wageningen 6 sep. 1979), waterbouwkundige. Was, gedurende een groot deel van zijn loopbaan bij RWS, betrokken bij de aanleg van de Twentekanalen, de laatste jaren als technisch hoofdambtenaar en redacteur bij OTAR.. Hij schreef: De afvoermetingen van de Beersche Maas (1919), Overzicht der Duitsche binenvaartwegen (1922), Sluis bij Crèvecoeur (1924) De Twente-kanalen (1925, ook 1935 en 1966), De omstreden grenslijn in de Eemsmond (1956), Rijn en Maas; uitgevoerde werken sinds 1870 (1970) en De geschiedenis van het net van scheepvaartkanalen in Nederland (1977).
Jan Loeff (1895 - 1981)
(Epe 9 mei 1895 - Veere 7 juli 1981), scheepsbouwkundig ingenieur. Ontwikkelde zich, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot een internationaal-erkend deskundige op het gebied van de watersport. Was redacteur van de Waterkampioen en raadgevend directeur van het Koninklijk Nederlands Watersportverbond. Zette zich in voor het behoud van het waterlandschap, was voorstander van een open Oosterschelde en was in 1967 mede-oprichter en voorzitter van de Studiegroep Oosterschelde. Schreef o.m. De Vechtplassen, ook gezien in West-Nederlandsch verband (1939) en een bijdrage in Ooster Schelde Open (1974).
Jan Alouisius Lambertus Maria Loeff (1898 - 1987)
(Den Bosch 27 jan. 1898 – Eindhoven 28 april 1987), jurist. Studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit in Leiden en was zelfstandig advocaat en procureur in Rotterdam. Na de Tweede Wereldoorlog was hij voorzitter van de Commissie voor de Perszuivering. Voorts was hij Deken van de Orde van Advocaten (1960-1966), curator van de Rijksuniversiteit in Leiden en lid van diverse commissies waaronder het Comité Maritime International te Antwerpen. Van de door hem geschreven publicaties noemen we: Het Nederlands-Belgische waterwegenvraagstuk; een economische studie (1952).
Illustratie: De katholieke encyclopaedie, 1933-1939; via Wikimedia Commons
Frederik Bernard Löhnis, (1851 - 1927)
Rotterdam 24 jan. 1851 - Baden-Baden 7 aug. 1927), ingenieur, landbouwkundige. Studeerde aan de Polytechnische School te Delft en aan het Landwirtschaftliche Institut te Halle. Werd als 25-jarige benoemd tot directeur van de Mij. van Weldadigheid te Frederiksoord. Was inspecteur van de landbouw, sinds 1906 curator van het KNMI, mede-oprichter, bestuurs- en redactielid van de Ned. Heidemij. Had een belangrijk aandeel in de plannen tot droogmaking van de Zuiderzee. Schreef o.m. De Zuiderzeepolders (1918) en Een belangrijk cultuurtechnisch werk: partiële bemaling van het waterschap Vollenhove (1921).
Herman Johannes Looman (1906 - 2004)
(Amsterdam 10 feb. 1906 - Blaricum 19 nov. 2004), journalist, schrijver. Werkte van 1928 tot 1941 als sportverslaggever bij De Telegraaf, van 1946 tot 1976 als redacteur van Elseviers Weekblad en Sportief en tot 1986 als freelance schrijver. Schreef kinderboeken, de populaire serie Avonturen van Jimmy Brown, het boek Wij en het water (1957) en diverse actuele artikelen zoals Vijftig jaar Afsluitdijk, vijftig jaar veiligheid (1982).
Jakob Loosjes (1876 - 1939)
(Amsterdam 17 jan. 1874 - Bussum 17 okt. 1935), jurist, predikant, hoogleraar, historicus. Studeerde letteren en rechten in Amsterdam en promoveerde in 1901 op De algemeene waterschapsreglementen onderling vergeleken. Werkte twee jaar als adjunct-commies bij het Departement van Waterstaat en schreef in die tijd: De algemeene waterschapsreglementen onderling vergeleken (1901), Waterstaatswetgeving vóór 1813 (1903). Studeerde van 1904 tot 1909 theologie en stond daarna als doopsgezind predikant te Hollum, Tiel en Naarden-Bussum. Was van 1925 tot 1935 hoogleraar in de geschiedenis van de lutherse kerk te Amsterdam. Schreef vele korte biografieën.
Adriaan Loosjes (1883-1949)
(Blokzijl 5 juni 1883 - Deventer 7 mrt. 1949), cultuurhistoricus. Hij studeerde rechten en promoveerde in 1911 te Leiden. Hij voerde van 1912 tot 1928 de redactie van het weekblad Buiten waarin hij o.m. schreef: Het Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdijk (1916). Was sinds 1920 secretaris van de Ver. ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Schreef en redigeerde vele artikelen en verzorgde de tekst voor de zeer fraaie boekenserie Nederland in Beeld (19 dln., 1925-1936).
Jan Lorié (1852 - 1924)
(Rotterdam 30 juni 1852 - Utrecht 5 jan. 1924), geoloog, hoogleraar. Studeerde te Delft, Utrecht, Leipzig en München en promoveerde in Utrecht. Was leraar in Apeldoorn en privaatdocent geologie en paleontologie in Utrecht. Ontving in 1912 een eredoctoraat van de Technische Hogeschool te Delft en werd in 1923 erelid van het KNAG. Publiceerde veel in tijdschriften w.o. ‘Het IJprobleem’ (1919), ‘Middelzee en Westergoo’ (1922) en ‘De drooglegging van Delfland’ (1923).
Stephanus Louwe Louwes (1889 - 195339)
(Ulrum 29 mrt. 1889 - Den Haag 26 januari 1953), ingenieur, bestuurder. Hij was, na in 1912 te zijn afgestudeerd aan de LHS te Wageningen, van 1913 tot 1917 directeur van de Rijkslandbouw Winterschool in Meppel en Rijkslandbouwconsulent voor Overijssel, daarna te Hengelo. Van 1919 tot 1936 was hij secretaris-penningmeester van de Overijsselsche Landbouw Maatschappij. Ook bekleedde hij enkele bestuurlijke functies op het gebied van landbouw en voedselvoorziening. In 1947 ontving hij een eredoctoraat van de LHS te Wageningen. Van zijn publicaties noemen we: De afwatering in Overijssel (1926).
David Izaäk Luteijn (1915 - 1961)
Cadzand 24 juni 1915 - Heerenveen 20 dec. 1961), landbouwkundig ingenieur. Hij wWas, na in 1939 te zijn afgestudeerd aan de LHS in Wageningen, van 1945 tot aan zijn dood directeur van de N.V. Ontginningsmij. Land van Vollenhove te Steenwijk. Schreef daarover enige rapporten en artikelen w.o.De inpoldering en ontginning van de uitgeveende gronden in het Waterschap Vollenhove (1942) en De veenontginning in het Land van Vollenhove (1954). Was als lid van PS en GS van Overijssel bij uitstek deskundig op het gebied van de planologie.
Johann Ludwig Lutjeharms (1910 - 2001)
(Alkmaar 18 jan. 1910 - Hardenberg 31aug. 2001), technisch ambtenaar, archeoloog (autodidact). Werkte sinds 1933 als opzichter bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Onderzocht diverse oudheidkundige zaken in zijn werkgebied en publiceerde daarover als bestuurslid van het West-Fries Genootschap. Werkte sinds 1952 als hoofd technische dienst bij het Waterschap Hasselt en Zwartsluis en sinds 1971 bij het Waterschap De Bovenvecht. Van zijn publicaties uit de periode van 1948-1988 noemen we: De geschiedenis der oude kerk van Warmenhuizen (St. Ursula) (1949) Geschiedenis van de waterschappen in Noord-Oost Overijssel, thans behorende tot het waterschap De Bovenvecht (1971)
Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.
Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam
info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl
© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS