Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
D
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een blz vn de Baluw Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

Jan Cornelis van Dam  (1931 - 2004)

Schiedam 26 april 1931 - Pijnacker sep. 2004), ingenieur, geohydroloog, hoogleraar. Studeerde in 1954 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en promoveerde daar in 1964 op een methode van geo-elektrisch onderzoek vangrondwaterstroming. Hij was in dienst van het RID in Den Haag en tot 1968 van RWS bij de Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, waarna hij tot 1993 hoogleraar in de hydrologie en waterhuishouding was aan de TH in Delft. Van zijn publicaties in de periode van 1960-2004 noemen we, naast zijn bekende collegedictaten: Geo-elektrisch en geologisch onderzoek van de polder Geestmerambacht (met S. Jelgersma; 1963), Waterhuishouding en hydrologie (inaugurele rede; 1968) en Hydrologie, grondslag voor water- en milieubeheer (uittreerede; 1993).

Daniel Hendrik Dautun  (1740 - 1820)

(geschat: ca. 1740 – ca. 1820), onderwijzer, schrijver. Woonde en werkte te Amsterdam en (volgens Biografisch Woordenboek) te Zwolle. Was daar werkzaam als kostschoolhouder en onderwijzer en schreef een tiental boekjes voor het onderwijs. In het veelbelovende Waterbeschrijving der Vereenigde Nederlanden (1771) geeft hij slechts een opsomming van de wateren in ons land en een kaartje van het Benedenrivierengebied.

Johannes Hubertus Franciscus Deckers (1888 - 1951)

(Heeze 3 jan. 1888 - Sint Oedenrode 1 mei 1951), ingenieur, bestuurder. Studeerde in 1915 af aan de LHS in Wageningen en promoveerde daar op: De waterstaatstoestanden in Noord-Brabant binnen het stroomgebied van de Maas voorheen en thans, uit een economisch en landbouwkundig oogpunt beschouwd (1927). Werkte van 1931-1949 als landbouwconsulent in Oostelijk Noord-Brabant. Was daarna watergraaf van Het stroomgebied van de Aa en lid van de EK als deskundige op het gebied van landbouw en waterstaat.

Marinus Cornelis Dekhuyzen  (1859 - 1924)

(Rotterdam 7 mei 1859 - Utrecht 10 okt. 1924), bioloog, hoogleraar. Was leraar aan de veeartsenijschool en van 1918 tot 1924 hoogleraar diergeneeskunde te Utrecht. Leidde in 1905 per stoomschip de Zuiderzee-expeditie, een onderzoek naar de toestand van de planten- en dierenwereld in de toenmalige Zuiderzee. Schreef daarover: De Zuiderzee-expeditie (1905) en Over den stand van het onderzoek naar het ontstaan der Zuiderzee (1906). 

Pieter Alberts Derks (1876 - 1939)

(Ruinerwold 18 juli 1833 - Meppel 15 dec. 1898), landbouwer, burgemeester. IJverde voor verbetering van onderwijs, wegenaanleg en waterhuishouding in Zuidwest-Drenthe. Door archief- en historisch onderzoek ontwikkelde hij zich en bracht het tot burgemeester van Nijeveen en Havelte. Publiceerde historische artikelen over Zuidwest Drenthe en Meppel w.o. Het waterschap Ruinerwold (1871) en . De waterkwestie in 't westen van Drenthe en 't noorden van Overijssel (1893). 

Herman Anne Marie Cato Dibbits (1902 - 1988)

(Velp 16 april 1902 - Wageningen 20 sep. 1988), ingenieur. Was, na in 1924 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enige jaren werkzaam in het bedrijfsleven en van 1931 tot 1967 bij RWS. Werkte tot 1946 bij de Directie Wegen, daarna bij de Rijksluchtvaartdienst en bij de Directie Landaanwinning van RWS. Was sinds 1956 hoofd van de afdeling Deltawerken Zuid en van 1964 tot 1967 HID van de Directie Utrecht. Behoort, door zijn duidelijke en motiverende stijl, tot de beste technisch-wetenschappelijke schrijvers. Zijn eerste boek, Nederland waterland, een historisch technisch overzicht (1950) heeft nog nauwelijks aan betekenis ingeboet. Voorts schreef hij De dijken, een nationale uitgave (met M.Dendermonde; 1953) en vele tijdschriftartikelen over o.m. landaanwinning en de Deltawerken, zoals Het Deltaplan en zijn verschillende facetten
Illustratiebron: fotoarchief Joop van der Tuin 

Jacobus Wouterus van Dieren  (1902 - 1935)

(roepnaam: Wouter; Amsterdam 10 juni 1902 - Overveen 14 nov. 1935), bioloog. Verbleef na zijn studie enige jaren op Terschelling waar hij werkte aan zijn proefschrift Organogene Dünenbildung; einegeomorphologische Analyse der Dünenlandschaft der West-FriesischenInsel Terschelling mit pflanzensoziologischen Methoden (1934) en De lof van Schellingerland (1936).  Postuum verscheen, voltooid door G.A.Brouwer, Griend, het vogeleiland in de Waddenzee (1950). 

Jhr Gerrit Willem van der Does  (1895 - 1963)

(Maassluis 28 feb. 1895 - Vught 23 dec. 1963), ingenieur. Hij werkte, na te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, bij RWS aan de kanalisatie van de Maas. Hij schreef in die periode: De stuw in de Maas te Sambeek (1928) en Waterdruk onder de fundeering van stuwen en andere waterkeerende kunstwerken (1931). Hierna was hij hoofdingenieur in het arrondissement Zutphen. 

Uiltje GZn. Dorhout  (1879 - 1959)

(Warga 16 maart 1879 - Heiloo 19 feb. 1959), ambtenaar, romanschrijver. Was in de omgeving van Hoorn werkzaam als agent voor voorwaardelijk veroordeelden, later als inspecteur voor bijzondere jeugdzorg. Schreef onder de naam U.G.Dorhout vanaf 1908 diverse artikelen over zijn geboortestreek en romans die zich afspelen in het Friese merengebied. Zijn meest bekende werk is Volk aan den Plas; een boek van de Friesche meren (met tekeningen van D.K.Koopmans; 1941).

Robert Droogleever Fortuyn (1915 - 1953)

(Rotterdam 15 dec. 1915 - Silverton, Zuid Afrika 2 apr. 1953), ingenieur. Studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte bij de Directie van de Waterstaat in Den Haag, waar hij (zijn enige bekende publicatie) schreef: Rapport betreffende de geschiedenis van de inpolderingsplannen van de Wadden achter de eilanden Ameland en Terschelling (samenvatting,  1944). In 1947 emigreerde hij naar Zuid Afrika, waar hij op 37-jarige leeftijd door een noodlottig ongeval kwam te overlijden. 

Jacobus Mattheus van Duin (1921 - 2009)

(Zierikzee 21 dec. 1921 - Maastricht 5 aug. 2009), ingenieur. Werkte, na in 1952 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, tot 1960 bij de Directie Noord-Holland van RWS in Haarlem. Was daarna werkzaam bij de Kon. Mij. Wegenbouw N.V. in Utrecht en van 1965 tot zijn pensionering in 1986 als hoofdingenieur-adviseur bij de PWS van Limburg in Maastricht. Was medeoprichter van het Drielanden Ingenieurs Kontakt. Van zijn publicaties noemen we: Van terp tot klepcaisson (1954), Nederland verovert nieuw land (1954), Water, wind en zand (1956) en De brug en het verkeer (in het maandblad Maasland; 1965-1967). 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS