Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
D
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een blz vn de Baluw Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

Jan Leendert van Dalen  (1864- 1936)

(pseudoniem: Jan van de Maas; Dordrecht 24 juli 1864 - Dordrecht 1 jan. 1936), onderwijzer, archivaris. Was sinds 1883 in dienst van de gemeente Dordrecht, eerst als onderwijzer, vanaf 1901 als gemeentearchivaris (autodidact). Schreef van 1891 tot 1933 over geschiedenis en historisch erfgoed van Dordrecht, biografische bijdragen en archiefinventarissen. Bekend zijn: Geschiedenis van het gemeenschappelijk stoomgemaal O. B. 't Hooft van Benthuizen te Puttershoek (1921),  De Sint Elisabethsvloed (18 November 1421) na vijfeeuwen herdacht (1921) en zijn levenswerk: Geschiedenis van Dordrecht (2 dln.; 1931-1933). 

Hendrikus van Dalfsen  (1848 - 1928)

(Genemuiden 1 jan. 1848 - Apeldoorn 28 feb. 1928), onderwijzer. Was hoofd van een school te Steenwijk. Bestudeerde de lokale en regionale geschiedenis en schreef er enkele boeken over w.o.De stormvloed in 1825; beschrijving van wat er in de eerste week van Februari 1825 plaats had in het Noordwesten van Overijssel (1925; herdruk 1997).

Jan Cornelis van Dam  (1931 - 2004)

Schiedam 26 april 1931 - Pijnacker sep. 2004), ingenieur, geohydroloog, hoogleraar. Studeerde in 1954 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft en promoveerde daar in 1964 op een methode van geo-elektrisch onderzoek vangrondwaterstroming. Hij was in dienst van het RID in Den Haag en tot 1968 van RWS bij de Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, waarna hij tot 1993 hoogleraar in de hydrologie en waterhuishouding was aan de TH in Delft. Van zijn publicaties in de periode van 1960-2004 noemen we, naast zijn bekende collegedictaten: Geo-elektrisch en geologisch onderzoek van de polder Geestmerambacht (met S. Jelgersma; 1963), Waterhuishouding en hydrologie (inaugurele rede; 1968) en Hydrologie, grondslag voor water- en milieubeheer (uittreerede; 1993).

Jan van Dam den Bouwmeester  (1813 - 1861)

(Benthuizen 4 mrt. 1813 - Den Haag 18 jan. 1861), onderwijzer. Was onderwijzer in Den Haag, Hazerswoude en sinds 1841 tevens installateur (kostschoolhouder) in Den Helder. Schreef daar enkele boeken waaronder: Beschrijving van Den Helder met het Nieuwe Diep en Huisduinen (1847). 

Damsteegt

Boudewijn Cornelis Damsteegt  (1876 - 1939)

(roepnaam: Kees; Rotterdam 5 juli 1915 – Leiden 26 okt. 2003), taalkundige, hoogleraar. Studeerde in 1940 af in de Nederlandse taal en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Leiden. Promoveerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht op: Nieuwe spiegel der zeevaart; Nederlandse namen op zeekaarten uit de 16e en 17e eeuw (1942; gewijzigde herdruk 2001). Was sinds 1940 leraar Nederlands in Den Haag, sinds 1963 docent aan de Universiteit van Leiden, sinds 1963 wetenschappelijk hoofdambtenaar, sinds 1968 lector in de Nederlandse taalkunde en van 1979-1981 hoogleraar. Specialist in de spelling van aardrijkskundige namen.

Illustsratie: Prof Damsteegt bij de bij Huygensherdenking in Den Haag in 1987 (via Nationaal Archief)

Daniel Hendrik Dautun  (1740 - 1820)

(geschat: ca. 1740 – ca. 1820), onderwijzer, schrijver. Woonde en werkte te Amsterdam en (volgens Biografisch Woordenboek) te Zwolle. Was daar werkzaam als kostschoolhouder en onderwijzer en schreef een tiental boekjes voor het onderwijs. In het veelbelovende Waterbeschrijving der Vereenigde Nederlanden (1771) geeft hij slechts een opsomming van de wateren in ons land en een kaartje van het Benedenrivierengebied.

Johannes Hubertus Franciscus Deckers (1888 - 1951)

(Heeze 3 jan. 1888 - Sint Oedenrode 1 mei 1951), ingenieur, bestuurder. Studeerde in 1915 af aan de LHS in Wageningen en promoveerde daar op: De waterstaatstoestanden in Noord-Brabant binnen het stroomgebied van de Maas voorheen en thans, uit een economisch en landbouwkundig oogpunt beschouwd (1927). Werkte van 1931-1949 als landbouwconsulent in Oostelijk Noord-Brabant. Was daarna watergraaf van Het stroomgebied van de Aa en lid van de EK als deskundige op het gebied van landbouw en waterstaat.

Marinus Cornelis Dekhuyzen  (1859 - 1924)

(Rotterdam 7 mei 1859 - Utrecht 10 okt. 1924), bioloog, hoogleraar. Was leraar aan de veeartsenijschool en van 1918 tot 1924 hoogleraar diergeneeskunde te Utrecht. Leidde in 1905 per stoomschip de Zuiderzee-expeditie, een onderzoek naar de toestand van de planten- en dierenwereld in de toenmalige Zuiderzee. Schreef daarover: De Zuiderzee-expeditie (1905) en Over den stand van het onderzoek naar het ontstaan der Zuiderzee (1906). 

Pieter Alberts Derks (1876 - 1939)

(Ruinerwold 18 juli 1833 - Meppel 15 dec. 1898), landbouwer, burgemeester. IJverde voor verbetering van onderwijs, wegenaanleg en waterhuishouding in Zuidwest-Drenthe. Door archief- en historisch onderzoek ontwikkelde hij zich en bracht het tot burgemeester van Nijeveen en Havelte. Publiceerde historische artikelen over Zuidwest Drenthe en Meppel w.o. Het waterschap Ruinerwold (1871) en . De waterkwestie in 't westen van Drenthe en 't noorden van Overijssel (1893). 

Herman Anne Marie Cato Dibbits (1902 - 1988)

(Velp 16 april 1902 - Wageningen 20 sep. 1988), ingenieur. Was, na in 1924 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, enige jaren werkzaam in het bedrijfsleven en van 1931 tot 1967 bij RWS. Werkte tot 1946 bij de Directie Wegen, daarna bij de Rijksluchtvaartdienst en bij de Directie Landaanwinning van RWS. Was sinds 1956 hoofd van de afdeling Deltawerken Zuid en van 1964 tot 1967 HID van de Directie Utrecht. Behoort, door zijn duidelijke en motiverende stijl, tot de beste technisch-wetenschappelijke schrijvers. Zijn eerste boek, Nederland waterland, een historisch technisch overzicht (1950) heeft nog nauwelijks aan betekenis ingeboet. Voorts schreef hij De dijken, een nationale uitgave (met M.Dendermonde; 1953) en vele tijdschriftartikelen over o.m. landaanwinning en de Deltawerken, zoals Het Deltaplan en zijn verschillende facetten
Illustratiebron: fotoarchief Joop van der Tuin 

Willem Jacob Diepeveen  (1920 - 2008)

(Den Haag 24 okt. 1920 - Doorn 22 mei 2008; begraven te Gorssel), econoom, bestuurder. Studeerde in 1947 af aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam en promoveerde aan de VU van Amsterdam op: De vervening in Delfland en Schieland tot het einde der zestiende eeuw (1950). Was van 1976 tot 1989 werkzaam voor de Stichting Bouwresearch (BSR) in Rotterdam waarvan vele jaren als voorzitter van het bestuur. Was daarnaast voorzitter van de Vereniging van Kerkvoogdijen in de NH Kerk. Schreef artikelen over de historische geografie van Rijswijk en omstreken. 

Jacobus Wouterus van Dieren  (1902 - 1935)

(roepnaam: Wouter; Amsterdam 10 juni 1902 - Overveen 14 nov. 1935), bioloog. Verbleef na zijn studie enige jaren op Terschelling waar hij werkte aan zijn proefschrift Organogene Dünenbildung; einegeomorphologische Analyse der Dünenlandschaft der West-FriesischenInsel Terschelling mit pflanzensoziologischen Methoden (1934) en De lof van Schellingerland (1936).  Postuum verscheen, voltooid door G.A.Brouwer, Griend, het vogeleiland in de Waddenzee (1950). 

Johannes Jacobus Dodt van Flensburg  (1800 - 1847)

(Flensburg 1800 - Utrecht 25 aug. 1847), onderwijzer. Was leraar Duits te Utrecht en daarnaast een groot snuffelaar op historisch gebied. Als amanuensis aan de academische bibliotheek bracht hij veel aan het licht over de geschiedenis van Utrecht, vooral in zijn Archief voor de kerkelijke en wereldlijke geschiedenissen, inzonderheid van Utrecht(7 dln., 1838-1847; met vervolg van A.M.C.van Asch van Wijck: 3 dln., 1848-1853). Voorts: Droogmakinghe van het Naerder-Meer (1845).

Jhr Gerrit Willem van der Does  (1895 - 1963)

(Maassluis 28 feb. 1895 - Vught 23 dec. 1963), ingenieur. Hij werkte, na te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, bij RWS aan de kanalisatie van de Maas. Hij schreef in die periode: De stuw in de Maas te Sambeek (1928) en Waterdruk onder de fundeering van stuwen en andere waterkeerende kunstwerken (1931). Hierna was hij hoofdingenieur in het arrondissement Zutphen. 

Theodorus Florentius Johannes Anthonie Dolk (1888 - 1972)

(Zutphen 10 jan. 1888 - Den Haag 28 feb. 1972), jurist, dijkgraaf. Studeerde rechten en promoveerde te Utrecht op Het veenrecht in de provincie Utrecht van 1592 tot 1916 (1916). Werkte bij de Utrechtse provinciale griffie. Was daarna veertig jaar in dienst van het Hoogheemraadschap van Delfland, eerst als secretaris, tot 1958 als dijkgraaf, opgevolgd door J.P.Winsemius. Schreef o.m. Gescheidenis van het Gemeeenlandshuis van Delfland, (1933),  Geschiedenis van het hoogheemraadschap van Delfland(1939) en Inventaris van het oud-archief van het hoogheemraadschap van Delfland (1940). Was van 1930 tot 1969 secretaris en directeur van de Unie van Waterschappen en enige jaren hoofdredacteur van Waterschapsbelangen. 

Jan van Doorninck   (1809 - 1969)

(Deventer 10 sep. 1809 - Zwolle 22 mrt. 1869), archivaris. Studeerde rechten in Leiden en promoveerde in 1836. Was van 1838 tot zijn dood archivaris te Zwolle en enige jaren in Deventer. Schreef, behalve archiefinventarissen, o.m. Vraag naar de hoofdoorzaak van het verval der bevaarbaarheid van den IJssel (Overijsselse Almanak, 1839). 

Uiltje GZn. Dorhout  (1879 - 1959)

(Warga 16 maart 1879 - Heiloo 19 feb. 1959), ambtenaar, romanschrijver. Was in de omgeving van Hoorn werkzaam als agent voor voorwaardelijk veroordeelden, later als inspecteur voor bijzondere jeugdzorg. Schreef onder de naam U.G.Dorhout vanaf 1908 diverse artikelen over zijn geboortestreek en romans die zich afspelen in het Friese merengebied. Zijn meest bekende werk is Volk aan den Plas; een boek van de Friesche meren (met tekeningen van D.K.Koopmans; 1941).

Robert Droogleever Fortuyn (1915 - 1953)

(Rotterdam 15 dec. 1915 - Silverton, Zuid Afrika 2 apr. 1953), ingenieur. Studeerde in 1940 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Werkte bij de Directie van de Waterstaat in Den Haag, waar hij (zijn enige bekende publicatie) schreef: Rapport betreffende de geschiedenis van de inpolderingsplannen van de Wadden achter de eilanden Ameland en Terschelling (samenvatting,  1944). In 1947 emigreerde hij naar Zuid Afrika, waar hij op 37-jarige leeftijd door een noodlottig ongeval kwam te overlijden. 

Jacobus Mattheus van Duin (1921 - 2009)

(Zierikzee 21 dec. 1921 - Maastricht 5 aug. 2009), ingenieur. Werkte, na in 1952 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, tot 1960 bij de Directie Noord-Holland van RWS in Haarlem. Was daarna werkzaam bij de Kon. Mij. Wegenbouw N.V. in Utrecht en van 1965 tot zijn pensionering in 1986 als hoofdingenieur-adviseur bij de PWS van Limburg in Maastricht. Was medeoprichter van het Drielanden Ingenieurs Kontakt. Van zijn publicaties noemen we: Van terp tot klepcaisson (1954), Nederland verovert nieuw land (1954), Water, wind en zand (1956) en De brug en het verkeer (in het maandblad Maasland; 1965-1967). 

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS