Alfabetische lijst van watermeesters en waterschrijvers
B
Een donkerblauwe link gaat naar een Wikipediabladzijde, een lichtblauwe naar een blz vn de Baluw Lijn en een groene naar een scan van de publicatie

Cornelis Baardman  (1899 - 1976)

(roepnaam: Kees; Giessendam 13 juni 1899 - Giessendam 31 dec. 1976), romanschrijver. Begon als hoepmaker, schreef na 1920 korte verhalen voor De Rotterdammer, Timotheus en De Spiegel. Sinds 1934 schrijver van dichterlijke, humoristisch getinte romans over de streekgeschiedenis en het leven en werk in - en om de Alblasserwaard. Schreef o.m.  De bocht in de Vliet (1944) Een lied van den Biesbosch (1944), Wat de griend verborg (1947), Onrust in de Biesbos (1949), Moddergeuzen (over het leven aan boord van de baggermolens; 1950), In de greep van de waterwolf (1953), Modder is gevaarlijk, ondergrondse strijd in de Biesbosch 1940-45  (1955),  Waterpolitie (1957), De ruige Biesbosch (1979) en de fotoboeken Langs Merwede en Giessen (1962) en Tussen Noord en Lek, het land van de molens (1963). 

Cornelis Baars (1909 - 1994)

(Simonshaven gem. Geervliet 22 sep. 1909 - Wageningen 14 feb. 1994), bosbouwkundig ingenieur, waterstaatshistoricus. Werkte, na in 1935 te zijn afgestudeerd in de Nederlandse en koloniale bosbouw aan de LHS te Wageningen, van 1937 tot 1951 als houtvester in NOI. Was daarna werkzaam bij het Centraal Inst. voor Landbouwkundig Onderzoek te Wageningen en van 1969 tot 1974 bij de LHS als medewerker van de afdeling Weg- en Waterbouwkunde en Irrigatie. Verrichtte veel historisch-geografisch onderzoek en promoveerde in 1973 te Wageningen op: De geschiedenis van de landbouw in de Beijerlanden. Schreef twintig artikelen over o.m. de geschiedenis van bedijking en landaanwinning zoals: Bedijking van het Deltagebied (16e-17e eeuw) (1977), De paalwormfurie van 1731/32 en de schade aan de Westfriese Zeedijk (1988-1990) en Het dijkherstel onder leiding van de Staten van Holland (1989). Ref.: C. en J.Baars: De familie Baars uit Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard 1590-1995 (1995).

Johannes Bakker  (1923 - 2016)

(roepnaam: Hans; Maassluis 22 sep. 1923 - Leeuwarden 23 dec. 2016), journalist, schrijver. Was sinds 1945 als journalist van het Vrije Volk werkzaam in Friesland, met name als correspondent Ameland. Schreef in de periode van 1975 tot 2003 vele artikelen en enkele boekjes over het Friese waterland. Ook vertaalde hij uit het Fries een bundel schippersverhalen Heil om seil (1970) van Hylke Speerstra. Zijn meest bekende publicaties: Ameland, van Hollum tot De Hon (1970), De Friese Meren (1971), Bonkige skûtsjes, bondige schippers; geschiedenis van het skûtsjesilen in Friesland (1971 en De geschiedenis van de Amelander waterschappen (1999). 

Wilhelmus Julius van Balen (1890 - 1984)

(roepnaam: Willem; Dubbeldam 15 juli 1890 - Den Haag 14 jan. 1984), commercieel adviseur, publicist. Studeerde rechten en promoveerde in Leiden. Was in dienst van de Kon. Hollandsche Lloyd in Zuid Amerika. Behartigde internationale scheepvaart- en handelsbelangen in Spaans- en Portugeestalige landen. Reeds vanaf 1913 zeer productief als schrijver van boeken op economisch-geografisch en cultuurhistorisch gebied. Voorts over ontginnings-, landinrichtings- en werkverschaffingsprojecten in de jaren dertig, zoals Het werkende land; opbouw van Nederland in moeilijke tijden (1936) en De Gulden Spade (gedenkboek 50 jaar Ned. Heidemij.; 1938)

Jacob Theunis Balk  (1912 - 1995)

(roepnaam: Jaap; Oosterleek gem. Wijdenes 29 jan. 1912 - Amsterdam 10 sep. 1995), journalist, schrijver. Was sinds 1935 werkzaam als journalist bij het Algemeen Handelsblad en sinds 1970 bij NRC Handelsblad. Schreef daarnaast een aantal boeken met toeristische informatie over het Nederlandse landschap en monumenten w.o. Kijk op molens (1979), Shell-journaal van Nederlandse bruggen (1980), Nederland van water tot land (1981) en Onze havens (1985)

Bardet

Jean Diederik Menno Bardet  (1890 - 1975)

(`s-Heerenberg 4 mrt. 1890 - Utrecht 7 mrt. 1975), ingenieur. Studeerde in 1914 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Was tot aan zijn pensionering in 1953 werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen waar hij, vooral in Noord-Holland en Amsterdam, vele grote werken, waaronder spoorwegstations uitvoerde.

Hij werkte mee aan de herdruk van deel 2  van Waterbouwkunde (Grondwerken) van Bolderman & Dwars. Hij was voorzitter van de Vereniging Oud Utrecht en verleende ook elders medewerking aan tal van cultuurhistorische projecten. Tekende: Kaart van Amstelredam en ommelanden omstreeks 1275 (1944) en schreef onder meer: Tocht langs de Lek (1961), Forten rondom Utrecht (1964) en Utrecht als vesting (1973). 

Ook schreeeft hij: De grondwerken in verband met de verbetering van de verkeerstoestanden te Amsterdam-Oost (1936) en  De in uitvoering zijnde spoorwegwerken Amsterdam-Oost (1938)

Illustratie: foto F.F. van der Werff, via Utrechts Archief

VBaren

Johan van Baren  (1875 - 1933)

(Rotterdam 18 april 1875 - Wageningen 6 febr. 1933), geoloog, hoogleraar, natuurbeschermer. Leraar, later hoogleraar te Wageningen; grondlegger van de agrogeologie. Waarschuwde voor de teloorgang van het landschap door grootschalige ontginning en ijverde voor het behoud van natuurhistorisch en geologisch karakteristieke landschappen. Schreef o.m. De bodem van Nederland (deel 1 en deel 2, 1907-1927), de biografie Winand Carel Hugo Staring en zijn betekenis voor de geologie van ons vaderland (1908) en, met Jac.P.Thijsse, Het eiland Griend in 1912 (1913). Zie ook: C.H.Edelman

Gerard Barendrecht  (1906 - 1996)

(Hilversum 9 okt. 1906 - Heemstede 1 feb. 1996), entomoloog, hoogleraar. Studeerde in 1929 als bioloog af aan de UvA en promoveerde aldaar in 1932 in de zoölogie. Was van 1932 tot 1970 werkzaam bij het Zoölogisch Laboratorium van de UvA, daarna als hoogleraar in de algemene dierkunde. Geïnspireerd door de natuur rond Kampen, waar hij zijn jeugd doorbracht, schreef hij samen met oud-studiegenoot en collega-entomoloog G.Kruseman het bekende boek De glorie van ons polderland (1938) 

Willem Barentsen (1902 - 1987)

(Ritthem 11 febr. 1902 - Serooskerke 24 okt. 1987), waterbouwkundige. Was werkzaam bij RWS in Haarlem en redactielid van het tijdschrift OTAR. Schreef daarin o.m.: De zeedijk van zijn ontstaan tot het jaar 1730 (1961), De zeedijk van 1730 tot 1900 (1962) en Hadden de Zeeuwse bergjes een waterbouwkundige dan wel militaire betekenis? (1973). Bewerkte het tweede deel van de 7e druk (1968) van het leerboek Waterbouwkunde door M.B.N.Bolderman en A.W.C.Dwars 

Karl Albert Bazlen  (1903 - 1987)

(Zürich in Zwitserland 20 mei 1903 - Den Haag 21 feb. 1987), ingenieur. Hij studeerde na zijn opleiding aan de TH te Stuttgart in 1927 af aan de TH in Delft en was daarna tot 1962 werkzaam bij de Dienst der ZZW in Den Haag. Hij schreef o.m. Zuiderzeeland; nieuw land in wording (1952) en technisch-wetenschappelijke artikelen in de vaktijdschriften w.o. Vijfentwintig jaar Afsluitdijk (1957). Ook een aatal rapporten:

Jan Alexander Beckering Vinckers (1903 - 1999)

(Kampen 1 sep. 1903 - Vaals 22 dec. 1999), ingenieur. Werkte, na in 1926 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij RWS in de directie Utrecht, daarna Noord-Holland. Als laatste was hij HID van de directie Limburg in Maastricht. Schreef onder meer: 

Johannes Bernardus Bernink  (1878 - 1954)

(Denekamp 24 jan. 1878 - Denekamp 18 apr. 1954), onderwijzer, natuurkenner. Bezocht de Rijksnormaalschool te Oldenzaal en was van 1897 tot 1938 onderwijzer aan de dorpsschool te Denekamp. Verzamelde, prepareerde en conserveerde vanaf zijn twaalfde voorwerpen uit de natuur en opende daarmee in 1911 het natuurhistorisch museum Natura Docet te Denekamp. Had als zinspreuk 'aanschouwen doet leren'. Trok veel op met E.Heimans; samen verwierven zij in de eerste helft van de 20e eeuw een grote naam in de opwekkingsbeweging voor natuurbescherming. Werd in 1946 benoemd als erelid van de KNNV. Schreef vooral over de natuur en bodem van Twente w.o. Ons Dinkelland (1916). Zie ook: A.Buter. 

Beelaerts van Blokland

Jhr. Alexander Gerard Beelaerts van Blokland (1886 - 1977)

(Den Haag 15 sep. 1886 – Den Haag 8 nov. 1977), ingenieur. Studeerde in 1909 af als civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft. Werkte tot zijn pensionering in 1951 bij Rijkswaterstaat, sinds 1937 als Hoofdingenieur-Directeur in de Directie Overijssel en Drenthe, sinds 1945 in de Directie Zuid-Holland. Schreef onder meer: Meppelerdieprapport  en  Over Friesche steen in het bijzonder in Friesland gebakken straatsteen  (Rapporten en Mededeelingen van den Rijkswaterstaat, nr 9, 1917)

Johan Joseph Philipp Beernink  (1888 - 1969)

(Nijkerk 7 aug. 1888 - Enschede 25 sep. 1969), militair. Had, naast zijn loopbaan als infanterie-officier, grote belangstelling voor de prehistorie van ons land en de etymologie van veldnamen en sporen in het Nederlandse landschap. In zijn meest bekende werk Waterbouwkundige werken der oudheid in Nederland (1937) beschrijft hij middeleeuwse systemen van waterbeheer in laagveengebieden en bijzonderheden over vroegere landweren op de zandgronden. 

Jhr. Martinus Hendrik van Beresteijn  (1876 - 1964)

(Meester Cornelis NOI 6 mei 1876 - Apeldoorn 27 sep. 1964), ingenieur. Hij was, na in 1900 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, tot 1909 werkzaam bij de Algemene Dienst van RWS. Hij paste door harmonische analyse een bewerking toe op getijgegevens van de Nederlandse kust en benedenrivieren. Werkte tot 1931 in NOI en van 1935 tot 1941 als hoofdingenieur bij de Algemene Dienst van RWS in Den Haag. Schreef o.m. Getijkrommen van plaatsen aan de Nederlandsche kust en benedenrivieren (1911) en Nota over de verandering van de hoog- en laagwaterstanden in de Schelde van Vlissingen tot Antwerpen (1931)

Jan Hermanus Besselaar  (1904 - 1994)

(roepnaam: Herman; Rotterdam 29 april 1904 - Amsterdam 11 april 1994), journalist, schrijver. Bezocht in zijn geboorteplaats het gymnasium en werd journalist bij het Rotterdams Nieuwsblad. Sinds 1948 maakte hij deel uit van de redactie van het Algemeen Handelsblad te Amsterdam waarvoor hij, naast talloze reportages, de reisrubriek In de Gloed van de Globe verzorgde. Schreef romans, een novelle, diverse reisgidsen en enkele boeken w.o. Molens van Nederland (1974) en Langs oude en nieuwe wegen (1981) 

Jam Thijs Pieter Bijhouwer

Jan Thijs Pieter Bijhouwer  (1898 - 1974)

(Amsterdam 15 nov. 1898 - Wageningen 22 aug. 1974), landschapsarchitect, hoogleraar. Studeerde in 1921 cum laude af aan de Landbouwhogeschool te Wagenin­gen en promoveerde op Geobotanische studie van de Berger duinen (1926). In 1933 schreef hij Het nieuwe land,   de opbouw van de Wieringermeer. Hij werkte, na enige studiereizen naar de VS, bij de Dienst Stadsontwikkeling in Rotterdam en van 1933 tot 1939 als adviseur voor de beplanting van de Wieringermeer. Was daarna docent, lector en sinds 1946 hoogleraar in de tuin- en landschapsarchitectuur te Wageningen en aan de TH in Delft. Schreef diverse artikelen en rapporten w.o. Algemeen plan voor de verbetering van de uitgeveende gronden in het Land van Vollenhove (met D.I. Luteijn en J.A.G. van der Steur; 1943). Zijn boek Het Nederlandsche landschap en zijn oude ontginningen (1944) werd postuum herzien tot Het Nederlandse Landschap (1977).

Johannes Gotlieb Bijl  (1881- 1939)

((Amsterdam 26 juli 1881 - Haarlem 22 aug. 1939), ingenieur. Werkte, na zijn studie aan de TH in Aken en Delft, tien jaar in de Haarlemmermeer bij de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Hoofddorp-Aalsmeer en Hoofddorp-Leiden, daarna als polderingenieur. Schreef o.m. De afgesloten Zuiderzee ,    Haar voor- en nadelen (1921), De Haarlemmermeerpolder (1927), Het grondwater in Rijnland (1930), De verzouting der openbare wateren (1931) en Polderproblemen in de loop van drie eeuwen (1933), Au pays des polders (1938).  IJverde voor inrichting van het v.m. stoomgemaal Cruquius als poldermuseum (1936). 

Dirk Hendrik Steven Blaupot ten Cate  (1863 - 1944)

(Groningen 16 juni 1863 - Apeldoorn 6 okt. 1944), ingenieur. Werkte als zelfstandig raadgevend civiel ingenieur te Groningen. Schreef diverse rapporten en artikelen over geologie, archeologie en waterstaat w.o.

.Hij woonde vanaf 1935 te Arnhem en schreef daar Het ontstaan van de Nederlandsche duinkust (1936).

Piet Blokland (1920 - 1976)

(Sliedrecht 18 mrt. 1920 - Utrecht 7 aug. 1976), ingenieur. Was, na in 1950 afgestudeerd te zijn aan de TH in Delft, werkzaam bij RWS. Was betrokken bij de bouw van kaden en muren in de haven van Den Helder, bij de Rijnkanalisatie, de Volkerakwerken en van 1953 tot 1972 bij ontwerp en bouw van de uitwateringssluizen in het Haringvliet. Was sinds 1971 HID van de Dir. Sluizen en Stuwen te Utrecht. Schreef o.m. Rijnkanalisatie (met K.van Til en A.Eggink; 1960) en De schutsluizen in het Volkerak (1965). 

Frans Johan Blom  (1884 - 1961)

(Arnhem, 18 juli 18884, Renkum, 56 juni 1961), ingenieur.  Hij studeeerde af als civiel ingenieur van de Polytechnische Hoogeschool in Delft in juni 1910 en ging in 1911 voor de Nederlandse Maatschappij voor Havenwerken naar Nederlands-Indië. In 1915 kreeg hij opdracht van het National Conservancy Bureau te Peking om onderzoek te doen naar modern baggermaterieel. Na afloop van deze missie schreef hij Waterbouwkunde in China. Na voor de NMvH uitvoering van de Whoosung werken gedaan te hebben heeft hij zicht in 1916 als zelfstandig consultant in Shanghai gevestigd. In set 1927 werd hij hoofd publieke werken in Shanghai. In oktober 1930 is hij benoemd tot adjunct-directeur gemeentewerken in Rortterdam. In die periode schreef hij ook De Schelde-Rijn verbinding. In 1934 heeft  hij voor de NMvH een ontwerp gemaakt voor een marinehaven te Gueldkuek bij Constantinopel. Hij schreef hierover: Nederland-Turkije, en hun handel in technische producten.

Adolf Johan de Boer (1876 - 1939)

(Den Ham 5 juni 1889 - Zwolle 5 aug. 1971), leraar, schilder. Woonde en werkte als onderwijzer te Vroomshoop, Sleen en Blokzijl. Was vanaf 1922 leraar aan de ambachtsschool te Deventer. Zijn liefde voor de natuur uitte zich in het schilderen, pentekenen en schrijven. Kreeg tekenles van zijn collega Bartus Korteling te Deventer. Publiceerde in tijdschriften als De Levende Natuur en In Weer en Windover natuurhistorie en in zijn onvolprezen boek Op en om de Wieden; de schoonheid van het Overijssels merengebied (1947). 

Jan Klaesesz. de Boer  (1845 - 1902)

(Holwerd 7 juli 1845 - Witmarsum 9 juli 1902), jurist. Was gemeentesecretaris, notaris en advocaat. Schreef o.m. Bijdrage tot de geschiedenis der dijkplichtigheid in Friesland inzonderheid met betrekking tot Oostergoo (1868) 

Michael George de Boer (1867 - 1958)

Groningen 18 maart 1867 - Amsterdam 15 mei 1958), historicus. Studeerde geschiedenis in Groningen en promoveerde aan de universiteit van Heidelberg. Was leraar in Goes en Amsterdam aan verschillende scholen voor middelbaar onderwijs en redacteur van het Tijdschrift voor Geschiedenis. Hij leefde voor "de charme van het speuren" en publiceerde helder en overzichtelijk, vooral over de geschiedenis van handel en scheepvaart w.o. zijn standaardwerk De haven van Amsterdam en haar verbinding met de zee (1926) 

Jacob Willem Boersma  (1936 - 2015)

(oepnaam: Jaap; Dokkum 30 nov. 1936 - Groningen 6 sep. 2015; begr. Nieuw-Roden), archeoloog. Na voltooiing van zijn studie geschiedenis aan de RUG, werkte hij daar van 1962-1999 als docent en onderzoeker bij de Afdeling Archeologie. Van zijn publicaties in de periode van 1964-2003 noemen we het bekende Terpen, mens en milieu (1970).

Johan Carel Boeschoten (1909 - 1987)

(Bussum 26 mrt. 1909 - Zaandam 2 dec. 1987), waterbouwkundige. Was heel zijn werkzame leven in dienst van RWS, sinds 1932 als leerling-opzichter op Wieringen en van 1935 tot 1937 als opzichter in Den Helder. Werkte daarna tot zijn pensionering bij de Directie Noord-Holland als hoofd van de dienstkring Terschelling, Den Helder en Nieuwediep en laatstelijk als hoofd van het arrondissement Noordzeekanaal. Hij schreef onder meer: Rapport over de aanleg van een stuifdijk op de Vliehors en de toestand van de overige stuifdijken op de eilanden Vlieland en Terschelling (1954) en De ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied (1966). 

Willem Bokhoven  (1924 - 2009)

(Gouda 1 sep. 1924 - Middelburg 21 mrt. 2009), ingenieur. Werkte, na in 1950 als civiel ingenieur te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, bij baggermaatschappij Zanen Verstoep en sinds 1954 als chef van de afdeling havenwerkenbij de Dienst GW van Rotterdam. In die tijd schreef hij onder meer: Eemhaven; aanleg en verdere uitbouw van de Eemhavens (1971). Van 1974-1986 was hij directeur van het Laboratorium voor Grondmechanica te Delft.

Hugo ten Bokkel Huinink  (1902 - 1976)

(Geervliet 4 sep. 1902 - 's-Gravenzande 24 apr. 1976), ingenieur. Hij werkte, nadat hij in 1924 afstudeerde aan de Technische Hogeschool in Delft, bij Rijkswaterstaat in verschillende functies. Zijn bijzondere verdienste was het herstel van de in de Tweede Wereldoorlog vernielde grote bruggen in ons land. Was van 1954 tot zijn pensionering Hoofdingenieur-Directeur van de Directie Bruggen in Den Haag, opgevolgd door H. Kuiper. Van zijn publica­ties vermelden we: 

Jan Gijsbert Willem Bolomey (1901 - 1980)

(Den Haag 12 mrt. 1901 - Den Haag 26 mei 1980), genie-officier, ingenieur. Was, na zijn opleiding aan de KMA in Breda, van 1923 tot 1930 werkzaam als genie-officier. Daarna werkte hij tot 1946 als hoofdingenieur bij GW van Groningen en tot 1963 als directeur van GW in Den Haag. In die functie was hij onder meer lid van de adviescommissie voor de Scheveningse  haven (1949). Hij zette zich in voor de verbetering van wetenschappelijke documentatie en informatievoorziening en vestigde de aandacht op de aanpak van het afvalwaterprobleem. Schreef onder meer: 

  • De Waddenzee en het afvalwater (1969-1970).
  • Verslag van het Congres Informatie en Documentatie : Stafkaart voor de Ondernemer: op woensdag 15 november 1967

Wessel Geert Boltje (1902 - 1991)

(Apeldoorn 4 dec. 1910 - Amersfoort 17 okt. 1991), ingenieur. Werkte, na in 1938 aan de TH in Delft te zijn afgestudeerd, in NOI en sinds 1953 bij het Hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier te Alkmaar, laatstelijk als directeur van de technische dienst. Schreef o.m. Rapport binnenwaterkeringen (5 dln., 1959-1960) en De Hondsbossche Zeewering door de eeuwen heen (1970). 

Frederik Lambertus van der Bom (1902 - 1994)

(Amsterdam 8 okt. 1902 - Den Haag 21 mrt. 1994), ingenieur. Was, na in 1924 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, sinds 1925 in verschillende functies werkzaam bij de Dienst der ZZW. In 1940 werd hij hoofd van de afdeling Noordoostpolder. Volgde in 1961 F.J.B.G.Geers op als HID en werd in 1967 in die functie opgevolgd door M.Klasema. Was secretaris van verschillende secties van het KIVI. Schreef diverse artikelen in de technische vaktijdschriften w.o. De Noordoostelijke polder der Zuiderzeewerken (3 afl., 1942-1946) en, met C.J.van den Bout en J.C.le Nobel, De Zuiderzeewerken; Zuidelijk Flevoland (1965)

Bongaerts

Max Charles Emile Bongaerts (1875 - 1959)

(Roermond 9 jan. 1875 - Den Haag 10 mei 1959), ingenieur, minister. Was, na in 1896 te zijn afgestudeerd aan de PS te Delft, werkzaam bij RWS achtereenvolgens te 's-Hertogenbosch, Den Haag, Breda, Nieuwendijk, Heusden, Breda, Dordrecht en Goes, laatstelijk als hoofdingenieur. Was sinds 1913 lid van de Tweede Kamer, was van 1925 tot 1926 minister van Waterstaat, sinds 1925 ondervoorzitter en van 1940 tot 1945 voorzitter van de Zuiderzeeraad. Maakte deskundige propaganda voor het bevaarbaar maken van de Maas door kanalisatie. Schreef artikelen in De Ingenieur en verzorgde in opdracht van het Ministerie van Waterstaat het magistrale werk De scheiding van Maas en Waal, onder verlegging van de uitmonding der Maas naar den Amer (1909) en Stroommetingen op onze benedenrivieren (1911). Zie ook: H.van Oordt. 

llustratiebron: Wikimedia Commons, ca 1913, van Delpher.nl

Marinus Fransiscus Boode  (1915 - 2006)

(roepnaam: Rien; Delft 19 juli 1915 - Den Haag 19 mei 2006), cartograaf. Werkte sinds 1937 bij de Meetkundige Dienst van RWS in Delft, gespecialiseerd in het opmeten en karteren van de Nederlandse rivieren. Begon als tekenaar, werkte zich op tot chef cartograaf en was de laatste jaren tot zijn pensionering in 1979 werkzaam als landmeetkundig hoofdambtenaar. Van zijn publicaties noemen we: De rivierkaart in gewijzigde vorm (1964) en Honderdvijftig jaar rivierkaarten van Nederland (1979).

Nicolaus Boom  (1876 - 1939)

(Amsterdam 1720 - Haarlem 1779), predikant. Was predikant van de lutherse gemeente in Bodegraven en van 1758 tot zijn dood in Haarlem. Schreef onder meer: Eene bondige redevoering tegen de doorsnydingtusschen de Leck en Merwede (1754).

Booy, HT de

Hendrik Thomas de Booy  (1898 - 1976)

(roepnaam: Tom; Den Helder 26 dec. 1898 - Aerdenhout 16 jan. 1976), marineofficier, schrijver, tekenaar. Was, na zijn opleiding aan het KIM in Den Helder, van 1920 tot 1930 luitenant ter zee bij de Koninklijke Marine. Werkte daarna bij de KNZHRM, van 1947 tot 1963 als directeur. Schreef sinds 1934 artikelen over maritieme onderwerpen en boeken over het reddingswezen zoals Storm op de kust (met P.O. Bakker; 1942) en Tusschen mijnen en grondzeeën (1954). Schreef ook enkele jongensboeken en was een verdienstelijk tekenaar en aquarellist. Ontving in 1964 de De Ruytermedaille.

Illustratie: Wikimedia Commnons 

Goosen Siger Bos (1908 - 2004)

(Petten 24 sep. 1908 - Epse 25 juli 2004), ingenieur, hoogleraar. Werkte, na in 1935 te zijn afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH in Delft, tot 1939 bij de Dienst PW van Amsterdam, daarna bij GW van Enschede. Was in 1946 medeoprichter en tot 1972 directeur van Ingenieursbureau Witteveen en Bos in Deventer en daarna tot 1978 hoogleraar waterbouwkunde aan de TH in Delft. Van zijn weinige publicaties noemen we: Algemene civiele techniek (collegedictaat; 1972-1976), Bananeschillen (1974), Projectieleer (1976) en Ir. W.G. Witteveen (1891-1979), zijn tijd, zijn werk (1980) en natuurlijk zijn redes (tussen professie en profeten (1972) en verder te voet, (1978)

Pieter Mennes Bos  (1844 - 1919)

('t Zandt 3 mrt. 1844 - 18 dec. 1919), landbouwer. Deed als autodidact, naast zijn beroep als landbouwer op het Zandtster Voorwerk, onderzoek naar de vroegere loop van de Fivel. Resultaten hiervan werden in 1919 gepubliceerd als Kaart van den voormaligen Fivelstroom en oude dijken volgens onderzoekingen van P.M. Bos etc. Deze kaart werd gedrukt als bijlage in: J. van Veen: De Fivel en hare verzanding (1930). 

Hugo Constantijn Bosscha  (1827 - 1898)

(Deventer 9 oktober 1827 - Utrecht 1 juli 1898), ingenieur. Werkte sinds 1859 als technisch directeur bij de ijzergieterij en machinefabriek van zijn schoonvader J.L. Nering Bögel in Deventer. Schreef, naast een aantal technische verhandelingen over pompen en bemaling, een beknopte biografische bijdrage: Meededeeling omtrent Wybe Adam, Nederlandsch ingenieur in de zeventiende eeuw (1895). 

Jacob Botke  (1877 - 1939)

(Huizum 15 dec. 1877 - Groningen 21 okt. 1939), bioloog, leraar. Was aanvankelijk onderwijzer, daarna leraar plant- en dierkunde, natuurkunde en aardrijkskunde in Nijmegen, in 1905 te Almelo en in 1907 te Leeuwarden. Studeerde in 1915 af in de plant- en dierkunde en geologie in Groningen en promoveerde aldaar in 1916. Was van 1915 tot aan zijn dood leraar plant- en dierkunde aan verschillende middelbare scholen in de stad Groningen. Zette zich in voor behoud van de Friese taal en pleitte voor de beoefening van de heemkunde. Schreef een aantal boeken in het Fries w.o. Fen Fryslan's Groun; geologyske sketsen (1921), Sealterlân (1934),  Yn en om de reidwal (1941) en diverse artikelen over het ontstaan van het landschap w.o. Het aantal ijsbedekkingen van ons land gedurende de glaciale periode  (1917) De Friesche Kliffen (1919), Het Princehof (1934) en Het Wad (1935). 

Joseph Jean Léonard Bourdrez (1862 - 1924)

(Middelburg 16 sept. 1862 - Den Haag 28 nov. 1924), ingenieur, leraar. Hij was de jonsste zoon van de architect Joseph Bourdrez. Hij was aanvankelijk leraar Frans in Engeland en vanaf 1886 leraar Engels in Vlissingen. Hij verhuisde in 1890 naar Delft en slaagde in 1894 aan de PS als civiel ingenieur en in 1895 als bouwkundig ingenieur. Vestigde zich te Breda als architect, stedenbouwkundige en als eigenaar van een betonfabriek. Was daarnaast sinds 1898 leraar aan de KMA. Schreef enkele artikelen w.o. De Westkapelsche zeedijk en Domburgsche zeeweringen (1897) 

Cornelis Jacobus van den Bout (1910 - 1978)

(Nijmegen 31 dec. 1910 - Leeuwarden 7 jan. 1978), ingenieur. Hij werkte, na in 1938 te zijn afgestudeerd aan de TH in Delft, tot 1975 bij de Dienst der ZZW te Kampen, Lemmer, Vollenhove en Den Haag, laatstelijk als hoofd van de afdeling Dijken en Scheepvaartwegen. Hij schreef o.m. De Zuiderzeewerken; Zuidelijk Flevoland (met F.L.van der Bom en J.C.le Nobel; 1965) en Poldervaarten in Zuidelijk Flevoland (1967) 

Teunis den Breejen van den Bout  (1839 - 1915)

(Hardinxveld 31 aug. 1839 - Nijmegen, 21 aug. 1915), aanemer en oprichter van het bagggerbedrijf Breejenbout. Hij had in de negentiende eeuw een grindbaggerbedrijf gevestigd in Berg en Dal bij Nijmegen en dat was – na verhuizing naar Aerdenhout – uitgegroeid tot een van de grotere bedrijven in de natte aannemerij. Hij was de eerste aannemer die in 1936 toetrad to de MUZ (Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken). 

Cornelis Braak  (1880 - 1973)

(Oudorp 12 jan. 1880 - De Bilt 23 mrt. 1973; begraven te Bilthoven), meteoroloog. Studeerde wis- en natuurkunde aan de RU van Leiden en promoveerde daar in 1908. Was tot 1926 werkzaam in N.O.I. en daarna als directeur van de afdeling Klimatologie van het KNMI in De Bilt. Zijn meest bekende werk is: Het klimaat van Nederland (8 dln., 1929-1943; beknopte uitgave: 1950)

Willem Herman Brinkhorst (1885 - 1952)

(Dieren 20 jan. 1885 - Utrecht 5 nov. 1952), ingenieur. Werkte, na in 1907 te zijn afgestudeerd aan de TH te Delft, zijn hele leven bij RWS, o.m. in Den Haag, Alkmaar, Den Bosch, Vlissingen en Utrecht. Was van 1935 tot 1950 HID van RWS in de Directie Utrecht en van 1944 tot 1945 waarnemend DG van RWS. Publiceerde in De Ingenieur o.m. De keersluis te Vlissingen (met C.de Groot; 1929) en De werken van het Amsterdam-Rijnkanaal tussen de Vaartsche Rijn bij Jutphaas en de Lek bij Vreeswijk (1934). 

Jacob Pieter van den Broecke  (1906 - 1985)

(roepnaam: Jaap; Zierikzee 3 aug. 1906 - Veere 6 nov. 1985), technisch hoofdambtenaar. Was tot zijn pensionering werkzaam bij de Inspectie der Domeinen in Middelburg, de laatste jaren als hoofdopziener. Schreef in de periode daarna de boeken: Beschermd door dijk en duin; bladzijden uit de geschiedenis van de Zeeuwse strijd tegen het water (1975) en Middeleeuwse kastelen in Zeeland (1978). Daarnaast schreef hij diverse artikelen in het tijdschrift Zeeland Magazine, waaronder: Acht eeuwen dijken en polders in Zeeland (1983-1984)

Andries Lucas Broer  (1900 - 1994)

(Giethoorn 28 dec. 1900 - Colmschate 21 mei 1994), predikant, publicist. Studeerde, na in Den Haag het gymnasium te hebben doorlopen, theologie aan de UvA. Van jongs af een groot natuurliefhebber zijnde, was hij fel gekant tegen de inpolderingen in Noordwest-Overijssel in de eerste helft van de 20e eeuw. Trok in Friesland veel op met natuurvriend R.J.de Stoppelaar. Stond als doopsgezind predikant te Hindeloopen, Harlingen en Hilversum. Werkte mee aan diverse dag- en weekbladen en was toneelrecensent bij de AVRO. Schreef drie dichtbundels en boeken en artikelen over cultuur en natuur w.o. Het land van de eendenkooien (1929), Giethoorn, dorp tussen de Wieden (1980) en Overijssels Noordwesthoek; land van oude steden en wijde wieden (1984). 

Pieter Broere   (1876 - 1939)

(roepnaam: Piet; Vlissingen 1 juni 1908 - Groningen 15 jan. 1992; begr. Noorddijk), ambtenaar, romanschrijver. Voer van 1927-1930 als scheepswerktuigkundige op de grote vaart, werkte later in de garnalenvisserij van Zoutkamp en tenslotte als ambtenaar bij de Dienst Openbare Werken in Groningen. Door zijn bewogen leven en gedreven door zijn veranderde visie op het geloof, schreef hij sinds 1962 een aantal romans waaronder: Dorp aan de zee (over Zoutkamp; 2 dln.; 1978-1979), Stad aan de zee (over Harlingen; 2 dln.; 1981-1983) en Gevecht met de zee (1986) over de werkers aan de Afsluitdijk. 

Bruggen, JP van

Jacobus Pieter van Bruggen  (1896 - 1985)

(Veendam 29 april 1896 - Rotterdam 26 november 1985), ingenieur. Hij trad na het behalen van zijn HBS-diploma in 1913 in het leger en studeerde in 1922 af als civiel ingenieur aan de TH in Delft. Hij sprak en bestudeerde zeer vele talen. Hij trad in 1924 in dienst van Gemeentewerken van Rotterdam en werd in 1945 directeur. Daar leidde hij vontwerp, bouw en realisatie van de Maastunnel te Rotterdam en schreef daarover o.m. De Maastunnel (1945). Hij was mede-oprichter en directeur van Nedeco in Den Haag. Vestigde zich in 1953 als raadgevend ingenieur te Rotterdam.

Albert Gijsbertus Bruggeman (1913 - 2005)


(Rotterdam 21 feb. 1913 - Den Haag 11 mei 2005), ingenieur. Studeerde, na de opleiding weg- en waterbouwkunde aan de MTS in Utrecht, aan de TH in Delft waar hij in 1940 afstudeerde als civiel ingenieur. Werkte van 1941 tot 1978 bij de PWS van Zuid-Holland, laatstelijk als adjunct HID belast met waterkering en waterhuishouding. Was, na de stormvloedramp van 1953, nauw betrokken bij de dichting van het dijkgat bij Ouderkerk a/d IJssel en het dijkherstel op Goeree-Overflakkee. Schreef: Nieuw land; overzicht van onze landaanwinning (1951), Enige waterstaatkundige facetten van de afsluiting der zeegaten (met F.P.Mesu; 1954) en Veilig land; overzicht der Deltawerken (1960)

 Maximiliaan de Bruijn (1896 -1977)

(Rotterdam 18 juli 1896 - Wenum Wiesel 24 feb. 1977), ingenieur. Studeerde in 1922 af aan de TH in Delft. Werkte bij RWS, vele jaren bij de Directie Benedenrivieren, laatstelijk bij de Deltadienst als hoofd van de afdeling Deltawerken Noord. Van zijn nota's noemen we: Nota betreffende het profiel dat bij den aanleg van nieuwe dijken bij de verhooging en verzwaring van bestaande dijken langs de benedenrivieren zal zijn toe te passen.Hij schreef o.m. De afdamming van de Brielse Maas (1949-1951), De betekenis van de stormvloedkering aan de mond van de Hollandse IJssel (1957) en De afsluiting van het Haringvliet (1958).

Josephus Joannes Bruinsma  (1805 - 1885)

(Leeuwarden 5 okt. 1805 - Leeuwarden 26 maart 1885), apotheker. Beoefende de scheikunde en botanie en leidde tientallen leerlingen op tot apotheker. Verrichtte in 1837 een reeks meteorologische waarnemingen te Leeuwarden. Schreef allerlei over de natuur, de meren en de geologie van Friesland w.o. De Fluessen (1862) en Geologische beschouwing van het Rode Klif (1863) 

Maria Petrus van Buijtenen (1911 - 1997)

(Rotterdam 4 sep. 1911 - Utrecht 14 jan. 1997), archivaris, historicus. Was, na zijn studie wijsbegeerte en theologie aan een seminarium, tot 1945 wetenschappelijk ambtenaar bij de provinciale archiefinspectie in Noord-Brabant. Studeerde daarna rechten in Groningen en promoveerde in 1953 aan de UvA. Was sinds 1949 rijksarchivaris in Friesland; schreef belangrijke studies over de Friese geschiedenis en was lid van Pe\rovinciale Staten van Friesland. Was sinds 1963 rijksarchivaris in Utrecht. Schreef o.m. De Leppa, een rechtshistorisch-waterstaatkundige bijdrage (1944), De Fries-Groningse grens in Lauwerszee en Wadden (1954) en Westergo's IJsselmeerdijken (met H.T.Obreen; 1956).

Jan Minnema Buma  (1828 - 1900)

(Leeuwarden 8 mei 1828 - Den Haag 8 feb. 1900), jurist, burgemeester. Promoveerde te Leiden op Bijdrage tot de geschiedenis van het dijkregt in Friesland, inzonderheid met betrekking tot de contributie der Vijf Deelen (1853). Was burgemeester van Franeker en griffier van het Hof te Leeuwarden 

Adriaan Burger  (1899 - 1991)

(Dreischor 17 okt. 1899 - Utrecht 27 nov. 1991), ingenieur. Hij werkte, na in 1925 te zijn afgestudeerd aan de Technische Hogeschool in Delft, tot 1927 in Doetinchem en sindsdien bij Rijkswaterstaat in Hoek van Holland, bij de aanleg van het Julianakanaal, in Utrecht, Den Haag, Leeuwarden en Groningen. Hij was sinds 1953 Hoofdingenieur-Directeur in de Directie Gelderland te Arnhem. Hij schreef enige tijdschriftartikelen w.o.  Het Friese Kanalenplan (Weg- en Waterbouw, 1949).

Buwalda (l) rottumerplaat 1959 02

Jacobus Douwe Buwalda  (1935 - 1976)

(roepnaam: Jaap; Haren 12 juni 1935 - Groningen 20 april 1976), sociaal geograaf, wadlooppionier. Wordt, sinds hij in 1957 met Jan Abrahamse vele geslaagde wadlooptochten maakte, beschouwd als grondlegger van het georganiseerd wadlopen. Ook maakte hij in 1968 als gids een oversteek met Prins Claus naar Schiermonnikoog. Hij schreef het boekje Wadlopen; een Nederlandse waterloopkundige sport (1962) en was co-auteur van: Het Waddenboek (met J. Abrahamse en L.M.J.U. van Straaten (1964)

Stichting tot behoud en uitdragen
van de klassieke Nederlandse waterbouwkundige kennis

Aanmelden voor nieuwsbrief

Vult u onderstaande gegevens in om u in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Contact

Secretariaat
Stichting Blauwe Lijn
p.a. Nieuweweg 1
3251 AS Stellendam

info@stichtingblauwelijn.nl
www.stichtingblauwelijn.nl


© POWERED BY STUDIO SANDRA VOS